Ik wordt me in deze tijd steeds meer bewust van mijn eenzijdige drive om nadruk te leggen op verscheidenheid in mensen en geloofsbeleving en van de beperktheid die dit met zich meebrengt.
Dat hangt samen met mijn werkzaamheden op dit moment, waarbij ik op onderzoek ben naar christelijke spiritualiteit. Anderzijds hangt het ook samen met het lezen van de Canadese katholieke filosoof Charles Taylor. In zijn evenwichtige manier van beschouwen, ervaar ik mijn eigen eenzijdigheid. Deze eenzijdigheid vind ik niet problematisch. En als het wel problematisch is, dan is het vast problematisch voor de eenzijdigheid die ons allemaal eigen is. Juist in deze eenzijdigheid leer ik mijn behoefte aan aanvulling kennen. Het verbindt mij met mijn naaste. Zo kan mijn eenzijdigheid hopelijk een bijdrage leveren aan de veelkleurige wijsheid van God. Al is het maar vanwege zijn grote liefde voor iemand zoals ik…
Mijn blog van zwakgeloven laat de eenzijdigheid zien die mij eigen is. Ik ben hier eenzijdig in de nadruk op de menselijkheid van mijn geloof. Deze menselijkheid kenmerkt zich in zwakheid, in een spiritualiteit van beneden, in ruimte voor diversiteit, in deconstructie van de overheersing, in …
Als ik de liefde met mijn eenzijdigheid beperk dan wil ik bij deze noemen dat liefde gelukkig veel verder gaat en zich dienstbaar en met groot gezag opstelt aan iedereen die zich wil laten dienen. Zoals de apostelen het moment beleefden dat ze bewust moesten kiezen om hun vieze stinkvoeten aan Jezus zorg over te geven (Joh 13) In Jezus is deze volheid te vinden en zeker niet op mijn blog…
Toch wil ik mijn blog niet te ver door relativeren omdat ik wel vertrouwen heb dat het als “project” van waarde kan zijn. In het bijbelse spanningsveld tussen eenheid en verscheidenheid, zal mijn blog meer nadruk leggen op de verscheidenheid. Niet omdat dit goed bij mijn past, maar omdat het mijn ervaring is dat er veel “problematische” eenheid is. En dat moet ik uitleggen.
Problematisch wordt een eenheid als het de minderheid overheerst, als hun mores oplegt aan anderen, als minderwaardigheid predikt van de afwijkenden, als het de verscheidenheid van anderen geweld aan doet. En ik meen dit te zien buiten de kerk en binnen de kerk. Het atheisme die zich opdringerig gedraagt (zoals Kluun in zijn bijdrage aan de maand van spiritualiteit stelt) maar binnen de kerk ook de neiging om anderen langs de eigen meetlat te leggen ipv de openheid om zich aan te vullen. Hiermee heb ik geen specifieke kerk voor ogen. Volgens mij gebeurt dit van Katholiek tot Emergent… en vooral ook in mijn eigen hart. De neiging dat we het juiste hebben gevonden en dat de anderen dit ook moeten vinden kan veel te maken hebben met onze gevoelens van minderwaardigheid en onze behoefte aan bevestiging. Ik spreek maar even uit eigen ervaring. Niets menselijks is mij vreemd.
Om deze geslotenheid tegen te gaan heb ik veel sympathie gehad voor postmodernisme. Hoewel ik mezelf niet als postmodernist zie, heb ik er veel van geleerd en heb ik me verbaasd over de neiging om deze stroming te snel in een fout hokje te stoppen, zodat het corrigerend geluid – wat ik er in hoor – ons niet kan raken. Ook heb ik veel sympathie gehad voor Anselm Grun’s spiritualiteit van beneden. Ik zijn gelijknamig boekje legt hij ook uit dat dit in zijn ogen corrigerend is voor de grote nadruk op de spiritualiteit van boven.
“Het gaat er niet om de spiritualiteit van beneden vierkant tegenover die van boven te plaatsen. Eenzijdigheid levert nooit wat op. En zo bestaat er ook een gezonde spanning tussen deze beide spirituele benaderingen.”
(Spiritualiteit van beneden – Grun en Dufner p. 11)
Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Grun in zijn latere boekjes deze eenzijdigheid verder heeft uitgewerkt. Een eenzijdigheid die ik nog steeds als zeer heilzaam waardeer. Voor mijzelf en voor veel mensen die ik heb ontmoet, maar die toch eenzijdig is. Dit project – waar Grun niet de enige in was – heeft veel betekent voor het pastoraat en voor missionair denken, is mijn indruk.
In dit project is er een onuitgesproken eenheid geweest in spiritualiteit van beneden, zwak denken, monastieke gerichtheid, emergent, etc. Een project waarmee “de kerk van alle tijden” zich weer dichtbij mensen wilde begeven. Naast mensen wilde gaan staan. En ik zie dit nog steeds als een goede weg om de kloof te overbruggen.
En deze eenzijdigheid is ook te vinden op mijn blog. Ik hoop dat ik voor mezelf altijd het evenwicht bewaar tussen dichtbij God en dichtbij mensen. Dan zit ik hopelijk goed bij mijn huidige werkgever =) Ik wil niet dat mijn “dicht bij God zijn” tekort zal doen aan het “dichtbij mensen zijn”. En ik wil niet dat mijn “dichtbij mensen zijn” tekort zal doen aan het “dichtbij God zijn”. Maar hierin heb ik iets ervaren dat de het volgende citaat mooier verwoordt dan ik kan doen. Zowel de ‘hoogten’ als de ‘val’… In deze val is er zicht gekomen op aspecten van Jezus/God die ik anders nooit had kunnen zien. Zo werd het geen of/of maar een weg die via de 1 naar de ander leidt en weer terug.
“Niemand kan tot de opperste hoogten van de goddelijkheid komen”, zei de eeuwige wijsheid, “of zijn onuitsprekelijke goedheid smaken, als zij niet eerst de bitterheid en de laagheid van mijn menselijkheid hebben ervaren. Hoe hoger zij klimmen zonder mijn menselijkheid in aanmerking te nemen, des te dieper zal later hun val zijn. Mijn menselijkheid is het pad waarover wij allen moeten gaan die bij dat willen aankomen wat je zoekt: Mijn smart is de deur waardoor allen moeten binnengaan.”
H. Suso
(in Christelijke Mystici – Andrew Harvey p.106)
Baloney again – Mark Knopfler
“Als een wijs mens naar de zon wijst, kijkt de dwaas naar de vinger.”

Een andere “wegbereider” is de filosoof Ludwig Wittgenstein. Niet zozeer in zijn hoofdwerk: Tractatus logico philosophicus, maar vooral ook in zijn latere leven (door sommigen Wittgenstein 2 genoemd). Ik wil de komende tijd zijn biografie lezen, dus dan heb ik wat meer now-how. Daarin staat nog meer over zijn geloofshouding, die voor Wittgenstein belangrijker is geweest dan zijn filosofische en wetenschappelijke activiteiten. Ik ben dat ook al tegengekomen in zijn boek “Over zekerheid” (zie citaat hieronder) waarin aantekening zijn verzameld van de jaren vlak voor zijn dood. Nu kan ik zeggen dat hij – net als Heidegger – een bijdrage leverde om de overheersing van de grote imponerende verhalen te ontkrachten. Niet door de ontologie erop los te laten, maar veel meer door een “sociologische” benadering van kennis voor te stellen. Als wij kennis opdoen of een taal ontwikkelen en daar ook regels voor opstellen (methodieken) dan heeft onze kennis/taal alleen de geldigheid binnen het taalspel waar ze functioneren. Dit geldt voor wetenschappen onderling, maar dit geldt ook voor wetenschappelijke kennis ten opzichte van onze algemene kennis. De regels die we immers vooraf afspreken zijn geldig voor een bepaald terrein. Aldus mijn gebrekkige weergave van zijn theorie. Later heeft hij dit nog verder uitgewerkt en zelfs genoemd dat het boek van de formele kennis ondergeschikt is aan het boek van het leven. Maar hier wil ik dus meer over lezen.
Een andere filosoof die we minder terughoren, maar die voor een enorme mokerslag heeft gezorgd in de hedendaagse kennisleer is Thomas Kuhn. Uit een Joods gezin geboren Amerikaan. In zijn boek “The structure of scientific revolutions” geeft hij een belangrijke bijdrage aan de verzwakking van de imponerende wetenschappelijke verhalen door vanuit de geschiedenis en de sociologie te wijzen op het tijdgebonden karakter van wetenschappelijke paradigma’s. Deze paradigma’s evolueren niet naar een punt van hoogste perfectie – zoals de logisch positivisten meenden – maar veranderen sprongsgewijs onder invloed van sociale en historische ontwikkelingen. Hij onderscheid hierin vier fasen: 1. pre-wetenschap: de fase zonder paradigma en eenstemmigheid (geen vooruitgang) 2. normale wetenschap: de fase met paradigma en eenstemmigheid 3. crisis: de fase waarin onverklaarbare verschijnselen binnen de theorie openlijk worden onderkent 4. revolutie: deze leidt tot een nieuwe normale wetenschap.
Deze visie koppelt de geldigheid niet alleen aan de gebieden waarin ze geldig zijn, maar ook nog eens aan de tijd waarin zij geldig zijn. Historicisme of historisme zijn ook termen die ermee in verband worden gebracht. Kennis is dus niet langer meer het ultieme verhaal voor overal en voor eens en altijd. Maar onze kennis heeft tijdelijke, contextuele geldigheid. Tenminste als het om wetenschappelijke kennis gaat, want daar gaat zijn boek over.