Feeds:
Berichten
Reacties

Een bijzondere ontmoeting…

Soms heb je van die ontmoetingen die je leven kunnen veranderen. Voor mij zijn dat er best veel geweest. Mijn ontmoeting met Anselm Grun was er zo 1. Het was maar een hand en een begroeting die vooraf ging aan zijn interview voor ons programma “Leren leven”, maar hoe hij aanwezig was en wat hij zei bracht me bij zijn boeken en gaf mij de inzichten die ik op dat moment nodig had. Begin dit jaar was ik bij Lucette Verboven die ook dit effect op mij had. Behalve deze ‘beroemdheden’ zijn het ook de minder beroemde mensen die mij hebben geraakt. Natuurlijk ook mijn gezin en mijn vrienden, maar ook veel bijzondere mensen uit mijn tijd als groepswerker met verstandelijk gehandicapten in Arnhem en mijn tijd als maatschappelijk werker in Amsterdam. 

Deze week was er ook weer zo’n ontmoeting. We mochten op bezoek bij Kees Waaijman. Als prof dr. wordt hij toch gezien als de autoriteit in Nederland op het gebied van spiritualiteit en als zodanig gingen wij bij hem op bezoek. Daarnaast is hij ook Karmeliet. Een Katholieke orde die zich bezig houdt met spiritualiteit en mystiek. Hij woont in een klooster, maar draagt geen pij, zoals Anselm Grun. 13 hoog in het Erasmusgebouw van de Radboud Universiteit Nijmegen bevindt zich de Titus Brandsma Stichting waar hij directeur van is.

Het was een werkbezoek waarbij hij tussendoor zijn inzichten vertelde op het gebied van spiritualiteit in het algemeen en Joods-christelijke spiritualteit in het bijzonder; de scholen en de leken-spiritualiteit etc. etc.  Dit deed hij vol passie en zorg en met geweldige citaten van grootheden als Johannes vh Kruis, Teresa van Avila en Martin Buber maar ook psalmen in het Hebreeuws uitgesproken.  ”Geen producten maar proces”;  ”Geen boodschap maar mee lopen en mensen hun gang laten gaan”. Anderhalf uur hebben we met hem kunnen praten en die anderhalf uur zijn veel te kort geweest. Gelukkig heb ik alles op Mp3 staan, want bij het terugluisteren ontdek ik steeds meer dingen die ik op dat moment nog niet begreep. Wat een bijzondere man is dat toch.

Het gaat te ver om hier nu al iets meer over te roepen. Dit komt vast wel in de blogs die nog komen gaan. Voor de liefhebbers: zijn boek “Spiritualiteit” is op dit moment uitverkocht, maar begin komend jaar zal het weer verschijnen in de boekhandel. Daarnaast heeft hij ook nog boeken geschreven over de psalmen en over andere onderwerpen. Ik ben ook maar gelijk lid geworden van “Speling”. Het tijdschrift wat bijna net zo oud is als ik en spiritualiteit in de breedte volgt, waarbij ook vanuit christelijk perspectief bijzondere artikelen in staan.

Ik ben nog een beetje uit balans van alles wat ik heb gehoord. Alsof er een extra laag onder mij wordt geschoven waarbij al het andere weer tot oppervlakte wordt gedegradeerd.

En we zijn uitgenodigd om terug te komen…

citaat:

“Besef dat je maar met een kleine vingerhoedje in de grote zee zit”

Religie is gevaarlijk?

Deze tekst is ongeveer de tekst die ik als reactie plaatste bij het artikel uit het Nederlands Dagblad “Religie is gevaarlijk” van dr. de Bruijne.
http://www.nd.nl/artikelen/2009/november/13/religie-is-gevaarlijk?offset=1#comments

Met veel begrip voor de verontwaardiging van dr. de Bruijne over het vage oppervlakkige gebruik van de woorden spiritualiteit en religie, constateer ik ook bij mezelf verontwaardiging als het gaat om de oppervlakkige benadering van de woorden spiritualiteit en religie door dr. de Bruijne. Hij zal als hoogleraar toch ook op de hoogte zijn van de rijke christelijke betekenis van spiritualiteit en religie in onze kerkgeschiedenis?

Als we de lijn in de kerkgeschiedenis volgen dan komen we via, devotie, vroomheid, spiritualite, bij het latijnse pietas en het spiritus (vulgata) bij het nieuwtestamentische pneuma en oud-testamentische ruah. Deze bijbelse woorden worden in de (‘orthodoxe’) kerkgeschiedenis verbonden met de Geest van Jezus Christus die in ons werkt en ons op God richt.

Ik verwijs hier graag naar Kees Waaijman van de RU in Nijmegen heeft dit veel uitvoeriger en grondiger beschreven in veel publicaties (bijv. Spiritualiteit en mystiek, Steggink en Waaijman, Nijmegen 1985, p. 9 – 20). 

Ik krijg de indruk dat dr. De Bruijne behoorlijk is geimponeerd door het vijandig hedendaags gebruik van het woord spiritualiteit. Dat lijkt me niet nodig als je identiteit in Christus en zijn Geest is verankerd en je zo verbondenheid beleeft met de Christelijke kerk van alle eeuwen. En ik neem aan dat dit ook aanwezig is bij dr. de Bruijne.

In plaats van om de woorden ’spiritualiteit’ en ‘religie’ te demoniseren, kies ik er liever voor om het woord in ere te herstellen en te verbinden met het middelpunt van mijn geloof: Jezus Christus. En dat geldt ook voor het woord ‘religie’ dat kerkvader Augustinus verbindt met de gerichtheid van de mens op God als bron van zaligheid. Ik sta hier gelukkig niet alleen in…

De verontwaardiging van dr. de Bruijne herken ik in Handelingen 17 bij Paulus als hij de vele godenbeelden ziet in Athene.  Deze verontwaardiging deel ik en daarom ben ik het met hem eens dat ‘religie’ en ’spiritualiteit’ in onze pluralistische samenleving geen eindpunt kunnen zijn. Maar om ze dan in het kastje “Gevaarlijk, niet aankomen” te zetten lijkt me geen oplossing. Dan kunnen we immers nog meer worden afschrijven die in deze tijd een seculiere of onchristelijke lading hebben gekregen.

Vanuit deze optiek zie ik in het dominante atheisme van de laatste jaren weer een altaar ontstaan voor de onbekende God! Om maar even in de taal van Handelingen 17 te blijven.

altar-to-the-unknown-god

altaar voor de onbekende god

Net als Paulus die met het altaar van de onbekende god de mensen in Athene bij Jezus brengt, wil ik met de woorden religie en spiritualiteit in mijn gesprek met anderen de verbinding zoeken met de rijkdom van het leven met Jezus Christus.

Ik heb de indruk dat we op deze manier trouw blijven aan het woord van God en tegelijk in gesprek kunnen blijven met alle mensen die op zoek zijn naar God om hen te laten delen in de rijkdom aan spiritualiteit die we in Jezus Christus tegenkomen.

Dus beste mensen, ik wil jullie en dr. de Bruijne aanmoedigen om je niet te laten imponeren door het hedendaags gebruik van spiritualiteit en religie waarin Jezus Christus geen plaats heeft. Wees je bewust van je christelijke wortels waarin we onze Heer in al Zijn veelzijdigheid tegenkomen en waardoor wij verantwoordelijk worden om de woorden religie en spiritualiteit weer te verbinden met de rijkdom van een levende relatie met Christus, zoals heel ons leven een heenwijzing mag zijn naar deze rijkdom.

vriendelijke groet,

Ronald

ps. 1 Ook Jos Douma en Remmelt Meijer hebben gereageerd op het artikel van dr. de Bruijne. Zeker de moeite van het lezen waard!

http://josdouma.wordpress.com/2009/11/14/is-‘spiritualiteit’-gevaarlijk/
http://remmeltmeijer.wordpress.com/2009/11/14/liever-oud-atheisme-dan-nieuwe-spiritualiteit/

(hoe doe je dat toch met die woordjes die direct linken aan de site…)

ps. 2

Recent heeft ook de Canadese filosoof Charles Taylor een boeiende bijdrage geleverd in Filosofie Magazine, waarin hij wijst op het diepe verlangen van de mens naar spiritualiteit. In zijn evenwichtige subtiliteit schaamt hij zich niet voor zijn gelovig perspectief als Katholiek. Een citaat: “Christelijke inzichten vormen een goed tegenwicht tegen eenzaamheid, egoisme en gevoelens van innerlijke leegte en zinloosheid in onze maatschappij”. En als het over zijn boek “Bronnen van het zelf” gaat: “Taylor hoopt op een terugkeer naar bepaalde christelijke opvattingen die onze cultuur voor een groot deel verworpen heeft.” En zo probeert Taylor ook subtiel aansluiting te vinden vanuit het diep menselijk verlangen naar spiritualiteit.

http://www.filosofie.nl/00/fm/nl/121_128/artikel/25972/Charles_Taylor:_’Is_dit_alles_wat_er_is’.html

noodzakelijke relativering…

Ik wordt me in deze tijd steeds meer bewust van mijn eenzijdige drive om nadruk te leggen op verscheidenheid in mensen en geloofsbeleving en van de beperktheid die dit met zich meebrengt.

Dat hangt samen met mijn werkzaamheden op dit moment, waarbij ik op onderzoek ben naar christelijke spiritualiteit. Anderzijds hangt het ook samen met het lezen van de Canadese katholieke filosoof Charles Taylor. In zijn evenwichtige manier van beschouwen, ervaar ik mijn eigen eenzijdigheid. Deze eenzijdigheid vind ik niet problematisch. En als het wel problematisch is, dan is het vast problematisch voor de eenzijdigheid die ons allemaal eigen is. Juist in deze eenzijdigheid leer ik mijn behoefte aan aanvulling kennen. Het verbindt mij met mijn naaste. Zo kan mijn eenzijdigheid hopelijk een bijdrage leveren aan de veelkleurige wijsheid van God. Al is het maar vanwege zijn grote liefde voor iemand zoals ik…

Mijn blog van zwakgeloven laat de eenzijdigheid zien die mij eigen is. Ik ben hier eenzijdig in de nadruk op de menselijkheid van mijn geloof. Deze menselijkheid kenmerkt zich in zwakheid, in een spiritualiteit van beneden, in ruimte voor diversiteit, in deconstructie van de overheersing, in …

Als ik de liefde met mijn eenzijdigheid beperk dan wil ik bij deze noemen dat liefde gelukkig veel verder gaat en zich dienstbaar en met groot gezag opstelt aan iedereen die zich wil laten dienen. Zoals de apostelen het moment beleefden dat ze bewust moesten kiezen om hun vieze stinkvoeten aan Jezus zorg over te geven (Joh 13) In Jezus is deze volheid te vinden en zeker niet op mijn blog…

Toch wil ik mijn blog niet te ver door relativeren omdat ik wel vertrouwen heb dat het als “project” van waarde kan zijn. In het bijbelse spanningsveld tussen eenheid en verscheidenheid, zal mijn blog meer nadruk leggen op de verscheidenheid. Niet omdat dit goed bij mijn past, maar omdat het mijn ervaring is dat er veel “problematische” eenheid is. En dat moet ik uitleggen.

Problematisch wordt een eenheid als het de minderheid overheerst, als hun mores oplegt aan anderen, als minderwaardigheid predikt van de afwijkenden, als het de verscheidenheid van anderen geweld aan doet. En ik meen dit te zien buiten de kerk en binnen de kerk. Het atheisme die zich opdringerig gedraagt (zoals Kluun in zijn bijdrage aan de maand van spiritualiteit stelt) maar binnen de kerk ook de neiging om anderen langs de eigen meetlat te leggen ipv de openheid om zich aan te vullen. Hiermee heb ik geen specifieke kerk voor ogen. Volgens mij gebeurt dit van Katholiek tot Emergent… en vooral ook in mijn eigen hart. De neiging dat we het juiste hebben gevonden en dat de anderen dit ook moeten vinden kan veel te maken hebben met onze gevoelens van minderwaardigheid en onze behoefte aan bevestiging. Ik spreek maar even uit eigen ervaring. Niets menselijks is mij vreemd.

Om deze geslotenheid tegen te gaan heb ik veel sympathie gehad voor postmodernisme. Hoewel ik mezelf niet als postmodernist zie, heb ik er veel van geleerd en heb ik me verbaasd over de neiging om deze stroming te snel in een fout hokje te stoppen, zodat het corrigerend geluid – wat ik er in hoor – ons niet kan raken. Ook heb ik veel sympathie gehad voor Anselm Grun’s spiritualiteit van beneden. Ik zijn gelijknamig boekje legt hij ook uit dat dit in zijn ogen corrigerend is voor de grote nadruk op de spiritualiteit van boven.

“Het gaat er niet om de spiritualiteit van beneden vierkant tegenover die van boven te plaatsen. Eenzijdigheid levert nooit wat op. En zo bestaat er ook een gezonde spanning tussen deze beide spirituele benaderingen.”
(Spiritualiteit van beneden – Grun en Dufner p. 11)

Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Grun in zijn latere boekjes deze eenzijdigheid verder heeft uitgewerkt. Een eenzijdigheid die ik nog steeds als zeer heilzaam waardeer. Voor mijzelf en voor veel mensen die ik heb ontmoet, maar die toch eenzijdig is. Dit project – waar Grun niet de enige in was – heeft veel betekent voor het pastoraat en voor missionair denken, is mijn indruk.

In dit project is er een onuitgesproken eenheid geweest in spiritualiteit van beneden, zwak denken, monastieke gerichtheid, emergent, etc. Een project waarmee “de kerk van alle tijden” zich weer dichtbij mensen wilde begeven. Naast mensen wilde gaan staan. En ik zie dit nog steeds als een goede weg om de kloof te overbruggen.

En deze eenzijdigheid is ook te vinden op mijn blog. Ik hoop dat ik voor mezelf altijd het evenwicht bewaar tussen dichtbij God en dichtbij mensen. Dan zit ik hopelijk goed bij mijn huidige werkgever =) Ik wil niet dat mijn “dicht bij God zijn” tekort zal doen aan het “dichtbij mensen zijn”. En ik wil niet dat mijn “dichtbij mensen zijn” tekort zal doen aan het “dichtbij God zijn”. Maar hierin heb ik iets ervaren dat de het volgende citaat mooier verwoordt dan ik kan doen. Zowel de ‘hoogten’ als de ‘val’… In deze val is er zicht gekomen op aspecten van Jezus/God die ik anders nooit had kunnen zien. Zo werd het geen of/of maar een weg die via de 1 naar de ander leidt en weer terug.

ic_5022“Niemand kan tot de opperste hoogten van de goddelijkheid komen”, zei de eeuwige wijsheid, “of zijn onuitsprekelijke goedheid smaken, als zij niet eerst de bitterheid en de laagheid van mijn menselijkheid hebben ervaren. Hoe hoger zij klimmen zonder mijn menselijkheid in aanmerking te nemen, des te dieper zal later hun val zijn. Mijn menselijkheid is het pad waarover wij allen moeten gaan die bij dat willen aankomen wat je zoekt: Mijn smart is de deur waardoor allen moeten binnengaan.”

 

H. Suso
(in Christelijke Mystici – Andrew Harvey p.106)

Naar aanleiding van een gesprek met iemand rondom het thema geloofstwijfel en het uitblijven van geloofsbevestigende gevoelens. Kwam ik terecht bij het volgende gedeelte. Het komt uit het boek “De wolk van niet-weten” en het is geschreven in de 14de eeuw door een monnik die zijn leerlingen iets wilde leren over spiritualiteit. Het boek is opgebouwd uit vele hoofdstukken die eigenlijk achter elkaar gelezen dienen te worden. Ik pik er slechts 1 uit die mij op dit thema aansprak. Hoofdstuk 50. Lees het en herlees het en vertel me wat je ervan vindt.

50
Wat zuivere liefde is; en hoe bij sommigen zekere gevoelige troost zelden voorkomen en bij anderen vaak.

Zo kun je zien dat we heel onze aandacht moeten richten op die nederige liefdesdrang in onze wil. Ten opzichte van alle andere gevoelens van zoetheid of troost, hoe aangenaam en heilig ook, zouden we om zo te zeggen een zekere onverschilligheid moeten tonen. Als ze komen, laat ze dan welkom zijn; maar steun er niet teveel op, want zij zouden je zwak kunnen maken. Het vraagt te veel van je om lang te verwijlen bij zulke fijne gevoelens en tranen. En je zou zelfs in de verleiding kunnen komen God te beminnen om zulke gevoelens te hebben. Of dit het geval is, kun je zelf vaststellen door na te gaan, of je jezelf al te zeer beklaagt als die gevoelens uitblijven. En als dat zo is, dan is je liefde nog niet zuiver en volmaakt. Want een liefde die zuiver en volmaakt is klaagt niet wanneer zij deze gevoelens mist, hoewel ze toegeeft dat het lichaam wordt gesterkt en getroost door de aanwezigheid van zulke fijne gevoelens en tranen, maar zij is werkelijk tevreden en blij als ze deze niet heeft indien dit Gods wil is.
Toch gaat bij sommige mensen de beschouwing gewoonlijk gepaard met dergelijke troostgevoelens, terwijl anderen zulke gevoelens van troost zelden hebben. Dat alles hangt af van Gods beschikking en ordening, en is aangepast aan de behoefte of het welzijn van ieder afzonderlijk. Er zijn mensen die geestelijk zo zwak en gevoelig zijn, dat als zijn niet een beetje werden gesterkt door de ervaring van een dergelijke zoetheid, het voor hen onmogelijk zou zijn om de verschillende beproevingen en moeilijkheden te doorstaan waaronder zij door toedoen van hun natuurlijke en geestelijke vijanden te lijden hebben en waartegen zijn moeten vechten. Anderen weer zijn lichamelijk zo zwak dat zij geen passende boete kunnen verrichten om zich te zuiveren. Zulke mensen zuivert de Heer genadig in de geest door zoete gevoelens en tranen. Van de anderen kant zijn er ook mensen die geestelijk zo sterk zijn, dat zij genoeg troost kunnen opdoen uit hun eigen ziel – door het offer van deze eerbiedige, nederige liefdedwang en van hun gehoorzame wil – en dat zij er weinig behoefte aan hebben om gesteund te worden door dergelijke zoete troost in hun gevoel. Wie van deze het heiligst zijn of het meest dierbaar aan God, dat weet God, niet ik.

Dit concludeert Ellen van Wolde, hoogleraar exegese in Nijmegen.  Natuurlijk ook heel bijzonder dat de Volkskrant met dit bericht komt. Meestal hoor ik uit die hoek weinig van dit soort onderwerpen. Maar “verkeerd vertaald” is natuurlijk wel een schokkend statement en de mensen bij de Volkskrant vinden het de moeite waard om dit vandaag op deze manier te melden. 

Het woord ‘bara’ betekent voor Van Wolde geen ’scheppen’ maar ’scheiden’. God scheidde zo de hemel van de aarde. Zo wordt het geloofsartikel “creatio ex nihilo” rijp voor deconstructie. God schiep niet uit het niets, maar scheidde de aarde van de hemel, luidt dan de lezing. Daarna schiep hij de rest. Dan wordt het woord ‘asa’ gebruikt. 

Nu heb ik geen kennis van zaken om dit te bevestigen of te ontkennen. Het is een theorie die aannemelijk is, maar dat kan je ook vinden van de kritiek van veel andere geleerden die een andere mening zijn toegedaan. Dus ik ben niet de enige met te weinig kennis om dit te bevestigen of te ontkennen. Ik laat ze voorlopig nog maar even naast elkaar staan.

Wel boeiend vind ik de reactie van Rabijn Evers. Hij stelt dat dit de Joodse manier van lezen is. En dat vind ik best veelzeggend. Ooit volgde ik een college van hem op de theologische universiteit in Apeldoorn toen ik werd uitgenodigd door mijn zwager die daar student was. Daar kregen we een college Jodendom met een uitstapje naar de kaballa. (Niet die van Madonna =) Naar deze Joodse mystieke overleveringen verwijst Evers voor de duiding van het woordje Bara. Evers zegt over Genesis dat Gods schepping niets anders was dan een grote scheiding.  Het fysieke bestaan van de mens mogelijk werd gemaakt door een daad van God om de aarde van de hemel te scheiden.

Dat doet me denken aan Martin Buber. Hij denkt immers ook vanuit de verbondenheid naar de losmaking toe. Hij ziet Ik-jij ook als een grondwoord. “Ik” wordt gescheiden van de “jij” of “Gij”. Tijdens de geboorte wordt het kind van de moeder gescheiden en is het aangewezen op ‘relatie’. Zo wordt zijn bestaan mogelijk. Buber is met zijn Chasidische achtergrond goed op de hoogte van de Joodse mystiek en zal dit ook hebben laten doorklinken in zijn Ik en jij. In zijn boek “Ik-jij” verwijst Buber bij “jij” (duits – “Du”) ook regelmatig naar God. Bij de Joodse bijbellezers ben ik deze aandacht voor de verbondenheid altijd meer tegengekomen dan bij de westerse bijbellezers. Zou dit te maken hebben met de meer analytische geest van de westerse mens en de meer relationele geest van de Joodse mens? Dat zou me niets verbazen.

Wat het nu precies is dat boeit me verder niet heel veel. Ik vind deze perspectieven beide zeer boeiend, maar ik vind de betekenis van de Joodse lezing rijker aan betekenis. Veel Joodse psychologen zijn in dit spoor ook verder gegaan in hun theorievorming. Naast pedagoog Buber noem ik ook maar even psychiater Otto Rank (leerling en rebel van Freud) die de term scheidingsangst nieuwe betekenis gaf. Ook Frits Perls vatte deze scheiding op als een voorwaarde voor de identiteitvorming. “Ik ben ik en jij bent jij”, luidt immers de gestalt-mantra. Eerst is er de fase van conflueren, waarin er een eenheidsbeleving is tussen ik en jij waarna vervolgens een moment van deflectie komt, dit hoort bij mij en dat hoort bij jou, aldus mijn lezing van Perls.

Perls was een geseculariseerde Jood en paste dit niet expliciet toe op de relatie tussen mens en God. Maar het is boeiend dat Rabijn Evers op grond van zijn kennis van de traditionele uitleg van het scheppingsverhaal tot deze woorden komt. 

God scheidde de aarde van de hemel en maakte zo het bestaan van de mens mogelijk. Dit lijkt me een daad die persoonlijk en relationeel meer betekenis heeft, dan iets scheppen uit niets. Dat klinkt dan opeens heel onpersoonlijk. Maar natuurlijk ben ik nu erg aan het vermenselijken – “antropomorfiseren” =) maar als ik dit op een ‘zwakke’ manier doe, dan lijkt me dit geoorloofd. De gedachte dat God iets van zichzelf moest afstaan om de mens te laten leven lijkt me ook in de buurt komen van de ervaring van een moeder als zij haar kind moet loslaten om zelfstandig mens te zijn. Een noodzakelijk trauma. Bij de geboorte, maar later ook als beide ouders afscheid nemen van het kind wanneer het uit huis gaat. En zoals de man die zijn ouders verlaat en als hij zijn vrouw aanhangt. Het heeft iets pijnlijks om iemand van wie je houdt zijn eigen weg te laten gaan. Relatie lijkt me zo ook gevoelens van eenzaamheid opleveren. En dat is volgens mij ook de pijn die de liefde met zich meebrengt. De liefdesdaad die de schepping van de mens moet zijn geweest, waarin de mens ook de vrijheid kreeg en gebruikte om tegen God te kiezen.

Naschrift:

Door alle bijdragen heen die ik elders las, krijg ik toch sterk de indruk dat mevrouw van Wolde uit is geweest op het Dan Brown-effect – “ik heb wat nieuws wat de orthodoxie zal schokken en hun ongelijk zal aantonen en daarmee ook het beeld bevestigen van een dominante angstige starheid der orthodoxen”. Koert van Bekkum toont in zijn ND-artikel vakkundig aan dat dit een overdreven suggestie is. De “goeie ouwe” en “Neo-orthodoxe” theoloog Noordmans heeft dit al eerder beweerd. Dit artikel heb ik pas net gelezen. Verder kan je nog rondkijken bij de blogbroeders hieronder die vanuit hun perspectief ook zinvolle bijdragen leveren. Hoewel er bij de reacties op relirel’s blog niet echt iets constructiefs op gang komt. Ik hoop dat mijn blog daartoe wel een bijdrage heeft geleverd. Al is het maar een stimulans om ons als westerse christenen bewust te zijn van onze beperkingen die ons opent voor aanvullingen vanuit het Jodendom (in dit geval). De tak waarop wij als gemeente van God zijn ge-ent…

631Baloney again – Mark Knopfler

We don’t eat in no white restaurant
We’re eating in the car
Baloney again, baloney again
We don’t sleep in no white hotel bed
We’re sleepin’ in the car, baloney again
You don’t strut around in these country towns
You best stay in the car
Look on ahead don’t stare around
You best stay where you are
You’re a long way from home, boy
Don’t push your luck too far
Baloney again

Twenty-two years we’ve sung the word
Since nineteen thirty-one
Amen, I say amen
Now the young folk want to praise the Lord
With guitar, bass and drums, amen
Well I’ll never get tired of Jesus
But it’s been a heavy load
Carrying His precious love
Down a long dirt road
We’re a long way from home
Just let’s pay the man and go
Baloney again

The lord is my shepherd
He leadeth me in pastures green
He gave us this day
Our daily bread and gasoline
Go under the willow
Park her up beside the stream
Shoulders for pillows
Lay down your head and dream
Shoulders for pillows
Lay down your head and dream

Dire Straits… een van mijn favoriete bands in de categorie nostalgie. Als 12 jarige jongetje luisterde ik “Love over Gold” en genoot ik van het ellenlange “Telegraph road” en verbaasde het me niet dat “Privatie investigations” een nummer 1 hit werd. Natuurlijk maakte vooral het gitaarspel van Knopfler indruk, maar het was toch ook de “sferische” muziek met de “sferische” teksten die mij meenamen naar andere oorden. Daarom had ik minder met het plectrum gitaarspel  Clapton….  Zo vertelt “Telegraph road” het verhaal van de opbouw van een stadje langs de Telegraph road en vertelt “Brother in Arms” het heftige verhaal van soldaten in het heetst van de strijd. Dit nummer doet het nog steeds goed bij onze uitgezonden jongens in oorlogsgebieden… Maar mijn favoriete album is misschien toch wel het eerste met ‘water of love’. 

Toen “Brothers in arms” een record-aantal weken (269!) in de album-lijst stond, nam Dire Straits plaats naast de andere  grote bands van de eeuw. Knopfler deed ondertussen wel wat soloprojecten voor films etc. maar toen Dire Straits stopte ging hij definief op de solotoer. Het soloalbum wat mij weer deed herinneren aan de sferische nummers van weleer was “Sailing to Philadelphia” Het album staat vol juweeltjes en 1 van de mooiste vind ik toch wel Baloney again. Toen ik deze luisterde, sprak mij een zin aan die ik nooit meer ben kwijtgeraakt. Deze staat hierboven vet-gedrukt. Deze tekst is een feest van herkenning.

Soms kan de last om mijn naaste lief te hebben zo vermoeiend aanvoelen. Je bent je naaste immers niets meer of minder verplicht dan hem lief te hebben. Maar dat is nogal wat. Zeker als je competitie ervaart, wilt winnen, bang bent om af te gaan of zelfs tegen wil en dank vijanden krijgt die je naar het leven staan of zullen lachen als je onderuit gaat (of dit nu werkelijk zo is of in je beleving). Als de angst je bekruipt of je pijnlijk wordt geraakt. Als je dan moet liefhebben, kan de liefde een zware last zijn, is mijn ervaring. Dan is naastenliefde bij mij ver te zoeken. Lafheid, geslotenheid, bitterheid en cynisme worden dan ongenode gasten. Maar hoe meer deze dingen terrein winnen en hoe meer de liefde wordt verdreven, hoe minder er valt te leven. Ik durf hier gerust te stellen dat zonder liefde niemand kan leven. Maar hoe kunnen we dit nu vasthouden? Wat kan mij hierbij helpen? Of wie?

Mark Knopfler wordt niet moe van Jezus… Op de “long dirt road” die Hij liep, bleef Hij wel aan ons denken. Zelfs toen hij kapot geslagen en bespot aan het kruis hing, had Hij nog liefde om zijn vijand te vergeven: “Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen”… En zo stierf Hij onze dood – mijn dood. Een dood die de kracht van de dood zou verzwakken omdat Hij na drie dagen uit het graf kwam. Zijn liefde was sterker dan de pijn van het lijden en de macht van de dood. Zijn liefde bracht Hem weer bij zijn Vader en zijn liefde zoekt ons elke dag weer op. Ik hoop dat we er opmerkzaam voor blijven zodat we zijn liefde kunnen beantwoorden.

In deze versie is het hammondgeluid wel erg zuinig aanwezig. Dat is bij de albumuitvoering wat aangenamer, vind ik… Toch zeker ook een juweeltje…

 

ps. Het schilderij boven deze blog schilderde Vincent van Gogh aan het eind van zijn leven. In plaats van de zon – die bij hem veelal het symbool voor Jezus is – is er boven de weg een donkere lucht gevuld met kraaien… Ook hij heeft veel moeite gehad om de liefde van Jezus te blijven dragen tot aan het einde van zijn leven (bron: “Het evangelie volgens Vincent van Gogh”)

Verwijzing…

 

528“Als een wijs mens naar de zon wijst, kijkt de dwaas naar de vinger.”

Woorden voor het onuitsprekelijke kunnen niet beschrijven of verbeelden, zoals als een foto dat doet.  Ik zie ze eerder verwijzen, zoals als een wegwijzer dat kan. Deze woorden zijn bedoeld om iets aan te wijzen wat de woorden te boven gaat, maar wat wel in onze ervaring kan worden beleefd. Woorden zijn belangrijk, maar niet belangrijk genoeg om ons tot de woorden te beperken. Als mijn geliefde zegt: “ik hou van jou!”, zal ik mij niet bezighouden met tekstanalyse. De woorden verwijzen naar de houding van mijn geliefde en een beleving van onze relatie die aansluit bij mijn verlangen om geliefd te zijn.

Zo beleef ik ook de woorden van de bijbel. Natuurlijk zal ik ze kritisch lezen en hun achtergronden en hun betekenissen willen doorgronden, maar vooraf en uiteindelijk gaat het mij om waar de woorden naar verwijzen en wat deze woorden zeggen over mijn relatie met degene – de Geest van God- die ze aan mij duidelijk wil maken. Woorden kunnen we ‘hebben’ en ‘zijn’ gaat het hebben te boven… Woorden hebben en de Geest is…

Mijn eigen leven vind ik niet onbelangrijk en ook mijn blog heeft voor mij betekenis, maar vooraf en uiteindelijk gaat het mij om de verwijzing….  Zo zie ik ook de liefde. Hoewel ik de liefde bovenaan wil zetten in alles gaat het er uiteindelijk om naar wie de liefde verwijst. Zoals de liefde mij naar mijn naaste verwijst, zoals Jezus mij naar mijn naaste en Zijn Vader verwijst en zoals zijn Vader naar Jezus verwijst (volgens het getuigenis) en zoals Jezus zijn Vader naar ons verwijst en de Geest een en al verwijzing is. Daarin herken ik de liefde… De liefde die zichzelf niet zoekt…

WAT, HOE en WIE… (2)

In mijn vorige blog heb ik mijn visie gegeven over het WAT van het geloof en het HOE te geloven. Daarin heb ik proberen te benoemen wat ik zie in de geschiedenis van de kerk.  Als je hier eerdere blogs hebt gelezen dan verbaast het je niet dat ik hierin verbanden zie met het algemeen heersende klimaat in de westerse samenleving. De westerse kerk heeft immers altijd in deze samenleving gestaan en daarop gereageerd.  

De dominantie van het WAT in de westerse cultuur

Ik denk dat de kerk hierin sterk is beinvloed door de wereld waar ze toen in bestond. Daar was langere tijd veel nadruk op kennis (epistemologie). Al eerder kwamen christenen in de vroege middeleeuwen onder druk van de Griekse filosofie (Aristoteles) zo op het bizarre idee om Godsbewijzen te formuleren. Dan ben je toch wel erg ver van het pad afgeraakt van het bijbelse getuigen. Maar anderzijds had het toen misschien een functie die ik nu niet mee mee kan maken omdat ik van deze tijd ben. 

Ook tijdens de “Verlichting” kwam er meer wat-nadruk op kennis, epistemologie en wetenschap. Niet het ‘zijn’ of het ‘leven’, maar het ‘objectieve kennen’ werd een hoog ideaal. Veel christenen ontwikkelden zo ook hun “objectieve geloofsleer”, maar gelukig hebben sommige christenen deze invloed in de loop der tijd ook bestreden en in de vorige eeuw is dit ook de ontdekking geweest van veel filosofen. Meestal filosofen met een Joodse of christelijke achtergrond (Heidegger, Wittgenstein, Levinas, Derrida, Kuhn, Vattimo, Marcel etc) Ik heb de indruk dat kerken eeuwenlang door deze cultuur zijn beinvloed en zodoende ook in reactie op het sterke kennisideaal van de verlichting en de moderne wetenschap, kwamen tot stevige geloofsartikelen.

Van WAT naar HOE

Tegenwoordig zie ik dat mensen minder gevoelig zijn voor kennis. Jongeren worden overvoerd met “informatie” op het net en lijken misschien daarom wel meer geinteresseerd voor de ethische kant van het leven. Hoe kan je omgaan met alles wat we op ons af krijgen? Wat doen we met zoveel informatie? Wat doen we met zoveel onrechtvaardigheid in de wereld? Wat doen we met de dreigende milieucrisis? Vooral in de media zie ik dit een grotere plek krijgen. De goede doelen zijn niet aan te slepen.

Onder christenen – en vooral jongeren – zie ik ook minder interesse in profetische vergezichten en leerstellige verdiepingen. Of het moet een probleem zijn waar ze in de praktijk tegenaan zijn gelopen.  Dit kunnen we achteruitgang vinden – een mening die ik bij ouderen regelmatig aantreft – maar we kunnen het ook zien als een correctief op onze eenzijdige nadruk. Van WAT naar HOE.

En bij mij heeft deze nieuwe aandacht voor het HOE van mijn geloven – wat ik nog steeds spiritualiteit wil noemen – mij gebracht bij meer integratie van geloof in mijn praktijk. De navolging van Jezus brengt me bij praktische vragen over hoe ik dit in mijn praktijk integreer. Hoe ga ik met mensen om? Hoe draag ik zorg voor het millieu? Hoe ga ik met mijn geld om? Hoe kom ik tot voldoende naastenliefde? Hoe kan ik recht blijven doen? Hoe ga ik om met mijn pijn en de pijn van anderen? Hoe draag ik bij aan mijn eigen ontwikkeling en de ontwikkeling van anderen? Hoe raak ik niet bedolven onder mijn onverschilligheid en cynisme? etc. Dit zijn thema’s die ik meer in de breedte van de Emergent-beweging tegenkom. Helaas is daar nog veel te weinig van vertaald voor het brede Nederlandse publiek. 

Het “WIE” van mijn geloof en van mijn geloven…

Maar nog belangrijker dan het WAT en HOE is voor mij toch wel het WIE van mijn geloof. Ik merk dat daarin altijd het centrum is waar ik altijd weer op uitkom en waardoor ik altijd weer mijn leven wil laten inkleuren. Mijn leegte en gebrek laven zich aan de volheid.  Mijn behoefte aan liefde brengt me altijd weer bij de liefde van Jezus. In zijn aanwezigheid is het “goed toeven”. En de liefde die ik daar ontvang blijft niet opgesloten in mijzelf, maar zoekt een uitweg naar mijn omgeving. Dit is hoe ik het ervaar, ook al loop ik daarbij nog erg tegen mijn grenzen aan… Hoe meer dit ruimte krijgt, hoe meer ik groei en hoe beter mijn contact met anderen is en des te beter ik ook voor mezelf en voor anderen kan zorgen.  En het is misschien wat algemeniserend, maar ik heb nog steeds de indruk dat iedereen is gebaat bij deze liefde. Maar spreek me gerust tegen, als je dit niet zo vindt…

In het begin heb ik mij druk gemaakt om de aansluiting bij onze tijdgenoten. Ik heb de indruk dat wanneer wij bewust leven in onze tijd met zijn stromingen en tegenstromingen en bewust zijn van de goede dingen daarin en ook de goede correctie op ons leven laten inwerken, dat we ook toenemen in meer persoonlijke waarachtigheid. In plaats van ons te keren tegen deze “verderfelijke” invloeden van deze tijd, zijn we meer gebaat bij een positieve benadering van deze invloeden. Ze kunnen ons immers wel eens wijzen op dingen die wij lange tijd hebben verwaarloosd.  

Vanuit deze persoonlijke waarachtigheid kunnen we ook leren relativeren. Daarin merk ik dat de bijbel voor mij toch een balans geeft die heilzaam is. Juist het lezen van de bijbel vanuit het HOE-van het geloof heeft mij bevestigd dat de bijbel zeker niet is wat wij er altijd van hebben gemaakt. De bijbel blijft mij verassen! De bijbel is voor mij toch echt een levende woord wat mij telkens weer laat zien dat het zich niet laat vangen in menselijke structuren en hokjes. De bijbel heeft mij enorm veel te vertellen over het HOE en op een manier die ik van grote wijsheid vind getuigen. Lees de bijbel en “ontmasker” je weerstand die je daarin weerhoudt en je daarin afsluit en opsluit. Of dit nu is vanwege de dogma’s die mensen er van hebben gemaakt of van de imponerende wetenschappelijkheid die je leven opsluit in je hoofd waar alleen rationeel begrip leidt tot geloof.

Er is zoveel wat we niet begrijpen en waarvan we toch van mogen genieten. De liefde lijkt me hier een mooi voorbeeld van.  De bijbel is een levensboek. En in de bijbel kom ik ook weer de WIE tegen die door zijn geest altijd weer de kloof weet te overbruggen tussen toen en nu, tussen hier en daar, tussen verstand en gevoel, tussen WAT en HOE en tussen jij en ik.

WAT, HOE en WIE… (1)

WAT, HOE en WIE… ofwel andere, betere en nieuwe woorden voor wat ik eerder heb gezegd.

Ik heb de indruk dat veel mensen in deze tijd meer gevoelig zijn voor het HOE te geloven dan het WAT van het geloof. Als we dan ook teveel nadruk leggen op Wat we geloven, zonder veel aandacht op HOE we geloven dan zouden we welleens de aansluiting kunnen missen.

Sterker nog: ik zie juist om mij heen dat er christenen zijn die opmerken dat het HOE te geloven steeds belangrijker wordt, maar in plaats van hier een wijze les uit te trekken en aandacht te geven aan het HOE van het geloof, wordt het voor hen belangrijk om nog harder en duidelijker te roepen WAT we geloven.  In hun onmacht voelen ze de aansluiting ontbreken en weten niet waar het nu precies aan ligt.

Anderen zijn flexibeler en ontwikkelen een eigentijdser en hipper WAT van het geloof. Maar volgens mij slaat deze reactie nog steeds de plank mis zodat de kloof zal blijven.

Ik zal eerst een klein beetje geruststellen dat ik het HOE en WAT zie als twee aspecten van geloven die niet te scheiden zijn – 2 kanten van dezelfde medaille. Het HOE vraagt om een WAT en het WAT om een HOE. Anderzijds wil ik ook uitdagen door hier te roepen dat we het HOE te geloven langere tijd hebben verwaarloosd en het in deze tijd extra aandacht vraagt.  Voor mij is het op dit moment prioriteit geworden en ik ervaar nu al een positieve uitwerking op WAT ik geloof. Maar laat ik eerst proberen te verduidelijken WAT ik hiermee bedoel.

het WAT van het geloof

Het WAT van het geloof houdt zich dus vooral bezig met ‘wat’ we nu precies geloven. De geloofsinhoud. Ik zal nu een algemeniserend beeld geven van het WAT van het geloof, zoals ik dat zie. Dit WAT is voor ons veelal de inhoud waar we zelf van overtuigd zijn geraakt. Onze geloofservaringen spelen hierin een belangrijke rol. Met ervaringen bedoel ik ook datgene wat we in onze omgang met elkaar, met God en met de bijbel beleven. Daarnaast is de inhoud vaak ook sterk bepaald door de groep waar we toe (willen) behoren. Dat geeft een gezamenlijk wat. Dan kan opvoeding een rol spelen of socialisatie, maar we ontkomen niet aan het moment om daar op te reageren met een persoonlijk antwoord waar we voor kunnen/willen leven. WAT we geloven kan soms conflicten opleveren met onze afkomst of de groep waar we bij (willen) horen een reden om conflicten te krijgen. Soms is het niet eens zozeer in WAT we geloven, maar eerder HOE we datgene WAT we geloven ook in woorden gieten. Hierbij kunnen we denken aan de vroegere woorden uit de belijdenisgeschriften en concilies en de evangelische varianten in leerstellingen over de doop, de heilige Geest of Israel en de profetieen. Ik beschrijf het hier enorm horizontaal, maar houdt er rekening mee dat de Geest in alles werkzaam kan zijn. Hoewel ik daar liever ook voorzichtig mee wil zijn.

Orthodox is een term die dan veel valt. Orthodox ben je wanneer je ‘recht’ op het pad van de aloude kerk wandelt. ‘Ortho’ betekent dan ook recht en ‘doxa’ betekent mening. Nu is dit voor veel kerken meestal ook weer verschillend geweest en waren er altijd weer twistpunten die de ‘orthodoxe’ kerk uit elkaar dreef. 1 van de eerste twistpunten in de kerk was de vraag in hoeverre Jezus nu God en mens is. Daaruit ontstond de geloofsbelijdenis van Nicea in 325

Grote nadruk op het WAT van het geloof kan gemakkelijk tot twist en scheuring leiden wanneer het HOE te geloven geen gezonde aandacht krijgt.

Sporen van HOE?

Het HOE van het geloof is langere tijd meer op de achtergrond gebleven, in mijn beleving. Ik denk dat Luther zeker op het HOE te geloven heeft gereageerd tijdens de reformatie. Het was het machtsmisbruik van de kerkleiding die hem ertoe aanzette om de praktijk te bestrijden. Zo maakte hij zich sterk voor de emancipatie van individuele gelovige – om het in eigentijdse “hoe-termen”  te zeggen.

Zo zijn er nog meer uitzonderingen te vinden, maar naar mijn indruk bevestigen deze uitzonderingen de grote nadruk die er is geweest op het WAT van het geloof. Dit jaar is het Calvijnjaar en het is mijn indruk dat er met Calvijn toch een grote nadruk is gekomen op het WAT te geloven. Misschien lag dit aan zijn juridische formele achtergrond of aan zijn karakter, maar in zijn spoor kwam nog veel – vaak mannelijke – inbreng die toch meer gericht was op WAT van het geloof.

Ook bij de opwekkingsbewegingen meen ik dit patroon te zien. Het begon met sprekers die mensen aanspraken op hun HOE te geloven. Zo kwamen er veel mensen bij de kerk, waardoor na verloop van tijd een cultuur ontstond met de nadruk op het WAT van het geloof. Doopopvatting en gaven van de Geest waren nog wel sterk gericht op het HOE te geloven. Maar niet weinig uit een sterk overheersend WAT van het geloof. Een beter voorbeeld vind ik de grote nadruk op het profetisch woord en het dispensationalisme (bedelingenleer). Ook de inspanning om het profetisch woord naast de gebeurtenissen van vandaag te leggen, valt onder deze aandacht. Dan ben je – in mijn beleving – toch meer bezig met het WAT van het geloof dan het HOE te geloven en kan toch erg ver komen te staan van een praktisch geloofsleven. 

Als je hier eerdere blogs hebt gelezen dan verbaast het je niet dat ik hierin verbanden zie met het algemeen heersende klimaat in de westerse samenleving. Daarover in mijn volgende blog meer…

Dat we in een bijzondere tijd leven,  is al heel vaak en om verschillende redenen geroepen. Maar ik wil daar toch graag bij aansluiten om redenen die ik nu zal noemen. Ik heb de indruk dat we echt in een heel bijzondere tijd leven. Ik heb ook het gevoel dat veel mensen ermee geholpen zijn met een soort bewustwording van bepaalde ontwikkelingen in deze tijd. Dit klinkt misschien wat betuttelend, maar ik bedoel eigenlijk alleen maar te zeggen dat het mij enorm heeft geholpen en dat ik de indruk heb dat anderen hier ook iets aan kunnen hebben. En ik ben me altijd weer bewust van mijn beperktheid en mijn behoefte aan aanvulling.

Sinds veel ontwikkelingen in de vorige eeuw hoeven we ons minder te laten imponeren wat de grote verhalen ons voorschrijven. Dat geldt voor religieuze grote verhalen, maar dat geldt zeker ook voor wetenschappelijke grote verhalen. Dit besef kan zowel gevoelens van angst als gevoelens van bevrijding oproepen. Maar met een open waarachtige houding en een gezond besef van identiteit in je rugzak heb je genoeg ego-kracht om op avontuur te gaan =)

Voor dit avontuur heeft het postmodernisme al veel lof gekregen, maar het lijkt me fair om ook eens de mensen te noemen, waarbij de postmodernen op de schouders staan. De ontwikkelingen gaan – volgens mij – het postmodernisme ver te boven. Alleen is het een handige term die aanhaakt bij ontwikkelingen en bij mensen die in deze bewustwording zitten.

fam heinen kleur(1)

Ik ben me bewust dat met de volgende mensen nog lang niet alles is gezegd, maar het lijkt me op z’n minst een aanvulling op de grote nadruk die er tegenwoordig op het postmodernisme ligt. Het lijkt me ook een aanvulling die voorbij het relativisme gaat van sommige postmodernen. Er is niet alleen deconstructie, maar er is ook nog zoiets als een bewustwording van nieuwe verbanden en nieuwe loyaliteiten. Dat is wel mijn ervaring. Ik noem het maar even voor het gemak “nieuw traditionalisme”. Om niet gelijk te denken aan klederdracht en klompendans is “NewTrads” misschien hipper =) Eerst noem ik wat namen die de weg hebben bereid om uiteindelijk te verduidelijken wat ik met NewTrads bedoel. En misschien kom ik er straks achter dat er allang zoiets bestaat. 

Martin Heidegger

heidegger

We hebben Heidegger al eerder genoemd en geroemd als degene die de eeuwenlange nadruk op de epistemologie bekritiseerde door een nieuwe ontologie te ontwikkelen waarbinnen epistemologie een plek heeft. Niet wat we kunnen weten is de belangrijkste vraag in de filosofie, maar de vraag naar ons zijn en onze verbondenheid met onze omgeving is de belangrijkste vraag in de filosofie. Onze kennisleer volgt dan als een interpretatie van deze verbondenheid met onze omgeving. Dit lijkt me het dynamiet geweest onder de cartiaanse gedachte dat we ons primair moeten richten op onze rationele verbondenheid met onze omgeving. En daarmee richtte hij de aandacht niet op de omgeving maar op onszelf. Daar zijn – volgens Descartes – de belangrijkste ideeen al in zuivere vorm aanwezig. Heidegger haalde dit onderuit en maakte onze verbinding weer meer dan rationeel. Het denken vindt immers plaats als onderdeel van ons zijn en onze zijnsverbondenheid.

Ludwig Wittgenstein

imagesEen andere “wegbereider” is de filosoof Ludwig Wittgenstein. Niet zozeer in zijn hoofdwerk: Tractatus logico philosophicus, maar vooral ook in zijn latere leven (door sommigen Wittgenstein 2 genoemd). Ik wil de komende tijd zijn biografie lezen, dus dan heb ik wat meer now-how. Daarin staat nog meer over zijn geloofshouding, die voor Wittgenstein belangrijker is geweest dan zijn filosofische en wetenschappelijke activiteiten. Ik ben dat ook al tegengekomen in zijn boek “Over zekerheid” (zie citaat hieronder)  waarin aantekening zijn verzameld van de jaren vlak voor zijn dood. Nu kan ik zeggen dat hij – net als Heidegger – een bijdrage leverde om de overheersing van de grote imponerende verhalen te ontkrachten. Niet door de ontologie erop los te laten, maar veel meer door een “sociologische” benadering van kennis voor te stellen. Als wij kennis opdoen of een taal ontwikkelen en daar ook regels voor opstellen (methodieken) dan heeft onze kennis/taal alleen de geldigheid binnen het taalspel waar ze functioneren. Dit geldt voor wetenschappen onderling, maar dit geldt ook voor wetenschappelijke kennis ten opzichte van onze algemene kennis. De regels die we immers vooraf afspreken zijn geldig voor een bepaald terrein. Aldus mijn gebrekkige weergave van zijn theorie. Later heeft hij dit nog verder uitgewerkt en zelfs genoemd dat het boek van de formele kennis ondergeschikt is aan het boek van het leven. Maar hier wil ik dus meer over lezen.

Thomas  Kuhn

images-1Een andere filosoof die we minder terughoren, maar die voor een enorme mokerslag heeft gezorgd in de hedendaagse kennisleer is Thomas Kuhn. Uit een Joods gezin geboren Amerikaan. In zijn boek “The structure of scientific revolutions” geeft hij een belangrijke bijdrage aan de verzwakking van de imponerende wetenschappelijke verhalen door vanuit de geschiedenis en de sociologie te wijzen op het tijdgebonden karakter van wetenschappelijke paradigma’s. Deze paradigma’s evolueren niet naar een punt van hoogste perfectie – zoals de logisch positivisten meenden – maar veranderen sprongsgewijs onder invloed van sociale en historische ontwikkelingen. Hij onderscheid hierin vier fasen: 1. pre-wetenschap: de fase zonder paradigma en eenstemmigheid (geen vooruitgang) 2. normale wetenschap: de fase met  paradigma en eenstemmigheid 3. crisis: de fase waarin onverklaarbare verschijnselen binnen de theorie openlijk worden onderkent 4. revolutie: deze leidt tot een nieuwe normale wetenschap.

paradigm_shiftsDeze visie koppelt de geldigheid niet alleen aan de gebieden waarin ze geldig zijn, maar ook nog eens aan de tijd waarin zij geldig zijn. Historicisme of historisme zijn ook termen die ermee in verband worden gebracht. Kennis is dus niet langer meer het ultieme verhaal voor overal en voor eens en altijd. Maar onze kennis heeft tijdelijke, contextuele geldigheid. Tenminste als het om wetenschappelijke kennis gaat, want daar gaat zijn boek over.

De theorie van Kuhn kan – grappig genoeg – niet uit onder zijn eigen conclusie en dat brengt ons bij de vraag vanuit welk tijdelijk paradigma Kuhn zijn uitspraken doet en of zijn theorie inmiddels over de houdbaarheidsdatum is geraakt  =)

Verzwakking van het funderingsdenken

Funderingsdenken – in originele vorm – wil graag funderen op een fundament van algemeengeldende onbetwijfelbare zekerheden.  Nu deze er niet meer zijn (volgens deze jongens) kan het funderingsmodel dus beter worden vervangen door een ander model. Fritjof Capra kwam zo bijvoorbeeld tot zijn netwerkmodel die beter past bij de nieuwe ontdekkingen binnen de natuurkunde. Een (holistisch) model wat daar nog steeds vrij gangbaar lijkt te zijn – heb ik me laten vertellen door een natuurkundige vriend.

 

De geldigheid van de hermeneutiek

De filosofische hermeneutiek is echter niet zo afhankelijk van deze metaforen. Omdat het vanuit de directe ervaring al een contextuele manier is van kennis verwerven en rekening houdt met het voortschrijdend inzicht, maar ook met de persoonlijke factoren hierin, heeft het een houdbaarheid die vrij lang meegaat. Er zijn geleerde heren die hermeneutiek dan ook verwant zien aan de manier waarop er in het jodendom al veel langer met kennis om wordt gegaan als het gaat om kennis van de Thora. Dit wordt altijd al in samenhang met de traditie, maar ook met nieuwe ontwikkelingen en persoonlijke factoren gepraktiseerd. Hermeneutiek is “a way of life”, zei Gadamer al.

Nieuwe theologie

Omdat theologie zich ook als een wetenschap wil laten gelden, ontkomt deze dus niet aan de kritiek van bovengenoemde mensen. Sommige christenen worden dan ‘een beetje’ bezorgd omdat we dan misschien zouden moeten twijfelen aan de basisbeginselen van ons geloof. Een gezonde zelfkritiek hierin kan altijd heilzaam werken, maar het lijkt me niet echt nodig om met dit belemmerende  doemscenario te beginnen. De kritiek waar het hierom gaat reikt niet verder dan onze ‘wetenschappelijke’ of ‘formele’ formuleringen van ons geloof. Het heeft geen geldigheid op het terrein van onze beleving en ook niet direct op onze persoonlijke overtuigingen. Inderdaad kunnen we theologische schema’s en dogma’s kritisch bekijken in hun “taalspel” en hun  ”tijdelijkheid”. Maar zijn veel mensen in de kerk zich al langere tijd van bewust. Hoewel dit besef helaas niet altijd leidt tot bescheidenheid. Anderzijds hoeven we niet bezorgd te zijn omdat deze kritiek juist ook een verzwakking betekent van de moderne theologie die het gezag van de bijbel heeft willen ontkrachten vanuit wetenschappelijke paradigma’s. Zo is het project van de “historische Jezus” en de moderne schriftkritiek nu ook niet meer dominant, omdat het uitgaat van een historisch paradigma die tijdgebonden is. De bijbel mag best kritisch worden bekeken vanuit historische optiek, dat kan ons zelfs helpen om de bijbel te verstaan en onze relatie met God te verfrissen.  Echter is de invloed veranderd van dominant naar dienstbaar. Deze theorie imponeert niet langer en heeft geen uiteindelijk gezag bij ons persoonlijk bijbellezen. Dit gebeurt immers vanuit de ervaringen die wij in ons persoonlijk leven opdoen. Epistemologie heerst niet langer over de ontologie, kunnen we filosofisch zeggen. 

De waarde van traditie

Als Vattimo na het postmodernisme de “geloofs-loyaliteit” niet zoekt met wetenschappelijke paradigma’s, maar met de brede christelijke traditie neemt hij de kritiek van de bovengenoemde heren zeer serieus. Traditie is geen wetenschappelijk paradigma waarbinnen ‘de’ logica vooral voor samenhang/coherentie moet zorgen en alle kennis moet worden herleid tot het fundament. Logica heeft een rol, maar deze is ondergeschikt aan de relatie van mensen onderling en de relatie van mensen met God waarin de bijbel een centrale plek inneemt. De bijbel als fundament – zoals vele christenen nog steeds terecht roepen – is een ander soort fundament dan het fundament uit de modernistische wetenschap. De bijbel leent zich – volgens mij – voortdurend voor herinterpretatie in een persoonlijke context aan de hand van persoonlijke ervaringen. Daarbij heeft de traditie van oudser minder pretenties gehad dan de idealen die de wetenschap na de verlichting heeft verkondigd. Dat komt – volgens mij – door de rol die het mysterie in (een groot deel van) de traditie is blijven spelen. In die zin werd de wetenschap nog religieuzer dan de christelijke traditie. Met de overmoedige ont-tovering van de werkelijkheid konden zij zich – met weinig verantwoording van hun eigen subjectieve tijd/plaatsgebonden uitgangspunten – stevig in het zadel hijsen met hun professoren als nieuwe dominees en goeroes en hun methodieken als hun nieuwe liturgie.  Zeker in de tijd van de logisch positivisten.  In een traditie kan er – volgens mij – beter worden omgegaan met zaken als tijdelijkheid, subjectiviteit, paradoxen en tegenreacties. Dat hoort bij de menselijkheid van een traditie. Dit geldt helaas niet voor alle traditionele christenen die in een tegenreacties op de moderniteit zich bedienen van hetzelfde objectivistische jargon. Ik moet mezelf hierin dus wat terugfluiten. Er zijn te veel uitzonderingen geweest die hun traditie als moedertraditie hebben gesteld en alle andere tradities hebben verketterd, maar in deze tijd lijkt deze houding niet meer dominant aanwezig. En dat vind ik winst. Tradities waarin hierarchische structuren aanwezig zijn, lijken mij het meest traag in dit proces. Daar is nog meer invloed van ambtelijke individuen die hun status quo bedreigd zien worden.  Maar zelfs de katholieke traditie en de gereformeerde traditie zijn in deze tijd meer open en meer bescheiden dan ooit. Natuurlijk zijn veel moderne en liberale christenen het  on-eens met de openheid van de hedendaagse kerk, maar zij beweren dit op grond van hun modernistisch paradigma, waarin het gaat om enkele leerstellingen die door het moderne theologische paradigma waren verworpen. Vanuit die optiek zijn de tradities die vasthouden aan de lichamelijke opstanding en Jezus als enige middelaar “fundamenalistisch” en vergeten ze dat deze geloofsinhoud niet alleen vanuit een fundamentalistisch paradigma kan worden onderbouwd, maar ook kan groeien vanuit een nieuw paradigma waarin de ERVARING met Jezus en de ERVARING met bijbellezen tot deze overtuiging  of geloofsinhoud kan leiden. Dan is er geen historisch fundament nodig. Hoewel historisch besef dan wel weer kan groeien en kan verrijken. De kerk kan dan een club van mensen worden die Jezus als “de middelaar” hebben leren kennen en waarvoor de historische gebeurtenissen in het leven, sterven en opstanding van Jezus van doorslaggevende betekenis zijn geweest. 

De nieuwe traditionelen – NewTrads

Kortom we leven in een boeiende tijd waarin er veel vrijheid is. De vrijheid die was voorbehouden aan moderne en liberale theologen is nu vooral ook de vrijheid die van de “nieuwe traditionelen” geworden. En dat is iets anders dan nieuwe fundamentalisten =) Nieuwe traditionelen zijn in mijn beleving “ervaringsgericht traditioneel”. Denken niet in bouwwerken met stevige funderingen, maar komen elkaar tegen in netwerken met beginpunten en perspectieven. Ze zijn trouw aan hun ervaring en zoeken manieren om hun loyaliteit met de breedte van de christelijke traditie vorm te geven. Maar zoals het een nieuw traditioneel past wil ik hier niet te stellig over zijn en ben ik altijd bereid om in gesprek te gaan met deze interpretatie van de hedendaagse ontwikkelingen. Het is immers maar mijn interpretatie =) Maar je bent hier altijd welkom met kritiek, herkenning, aanvulling en vragen. Ik laat me heel graag aanvullen vanuit theologische invalshoek, omdat ik besef dat dit in dit hier wat beperkt naar voren komt. Dus doe je best.

NewTrads betekent dus niet traditioneel shoppen. Shoppen heeft veel te maken met welke BEHOEFTE je hebt. Dat veronderstelt een consumptief-paradigma. Wat NewTrads bewegen is loyaliteit vanuit hun persoonlijke en gedeelde ervaring.  Het gaat om de waarachtige beleving/ervaring van verbondenheid. Een verbondenheid die een verbondenheid van de Geest kan blijken te zijn. Maar dat is mijn persoonlijke overtuiging geworden.

“Ik weet niet alleen dat de aarde al lang voor mijn geboorte bestond, maar ook dat het een groot lichaam is, dat met dat heeft vastgesteld, dat ik en de rest van de mensheid vele voorouders hebben, dat er boeken over al deze dingen bestaan, dat zulke boeken niet liegen, etc. etc. En dat weet ik allemaal? Ik geloof het. Dit geheel van kennis is me overgeleverd, en ik heb geen grond er aan te twijfelen, wel velerlei bevestigingen. En waarom zou ik niet zeggen: ik weet dat allemaal? Dat is toch wat men zegt? Maar niet alleen ik weet of ik geloof dat alles, maar anderen ook. Liever gezegd, ik geloof dat ze het geloven.”

Ludwig Wittgenstein in “Over zekerheid”  nr 288 p.80

Oudere Berichten »