Soms maak ik me een beetje zorgen over de aansluiting van sommige mensen met hun tijdgenoten. Soms raak ik zelfs geïrriteerd.
Nu is dit een veel te grote generalisatie, want tijdgenoten zijn er in alle soorten en maten en meestal blijven er altijd wel familie en vrienden over die blijven aansluiten. Ook mijn zorg klinkt misschien veel te bevoogdend en misschien zelfs arrogant alsof ik het beter zou weten… Maar ik doe het even met het inzicht wat ik heb gekregen en neem daar maar de verantwoordelijkheid voor. Dat inzicht is vast voor correctie vatbaar.
Mijn zorg betreft dan een “basale en algemene” menselijke neiging die ook van binnen ervaar – om mijn innerlijke continuïteit en samenhang te bewaren ten koste van de buitenwereld. De veranderingen die gebeuren neem ik dan niet altijd waar of neem ik verwrongen waar. Een proces wat mij soms behoorlijk “dwars” kan zitten.
In de psychologie noemen ze dit conflict “cognitieve dissonantie” – er is een dissonantie tussen bestaande opvattingen, interpretaties en nieuwe ervaringen of gegevens die zich aandienen.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Cognitieve_dissonantie
Piaget sloot hierop aan met zijn leertheorie over accomoderen en assilimeren. In het assimileren neem je het nieuwe waar, maar verander je nog niets aan je innerlijke organisatie. In het accomoderen breng je de nodige verandering aan om weer tot een goede harmonie te creeéren tussen jezelf en de buitenwereld. Equibrilatie is het proces van in evenwicht brengen.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Jean_Piaget
Ik heb de indruk dat dit proces in de verlichting anders verliep dan in de postmoderniteit. Maar dat even terzijde.
Deze cognitieve dissonantie kan een intern conflict worden. Hierbij kun je denken aan een gokverslaafde die in de zogenaamde “ontkenningsfase” zit van zijn verslaving. Iedereen heeft door dat de persoon verslaafd is, alleen past dit zelfbeeld nog niet in het bestaande beeld van de “verslaafde”. Ontkenning en vertekende waarneming is dan het gevolg. Er kan pas verandering plaatsvinden als het nieuwe zelfbeeld wordt erkend (accomodatie) waardoor er ook echt iets aan gedaan kan worden. Zonder accomodatie blijven we hangen in het verleden en vernieuwen we niet om tot adequaat gedrag te komen.
Dit proces meen ik te herkennen in de houding van veel mensen ten opzichte van het christelijke geloof. Dat betreft de mensen die er niets mee hebben, maar soms betreft dit ook mensen die er heel veel mee hebben en zich christen noemen. Zij blijven dan woorden gebruiken en zinnen zelfs houdingen die passen bij een vroeger tijdperk.
Daar lijkt mij op zichzelf niets mis mee. Ik heb de traditie enorm leren waarderen en put nog dagelijks uit de rijke schatten ervan, maar de houding ten opzichte van deze traditie is wel een hele persoonlijke houding. Daarin neem ik ook mezelf mee – ter plekke en anno nu.
Dus in de christelijke woorden en gedragingen en rituelen van een christelijke (sub-) traditie komt dan ook het persoonlijke naar voren. Rituelen kunnen soms ook een band scheppen tussen christenen, maar om te kunnen blijven aansluiten met tijdgenoten blijft een persoonlijke verantwoording noodzakelijk.
Ik ben dan iemand die in een bepaalde christelijk traditie is opgegroeid, daarmee heeft gebroken en het hele christelijk geloof heeft losgelaten, in “nood” weer leerde bidden en zo weer terug kwam en aansluiting probeerde te vinden met de bepaalde christelijke traditie van vroeger.
Dit lukte niet (zomaar), zodat ik inmiddels een “ander” christelijk geloof heb gekregen die niet vrij is van de tijdgeest en die tot op zekere hoogte erg accepterend wil zijn naar andere stromingen. Ook de christelijke sub-stroming van mijn jonge jeugd.
Daarbij heb ik sterke ervaringen met Jezus Christus die zich op een zeer persoonlijke manier in mijn leven heeft “gemanifesteerd” en heb ik veel met de bijbel die op dat moment een levend boek voor mij werd. Zo kregen Jezus, de bijbel en de Heilige Geest hierin een duidelijke betekenis voor mij. Een traditie of bepaalde leerstellingen hebben mij nooit zover kunnen brengen. Het was Gods Geest die mijn waarneming en overtuiging raakte, zodat ik wel moest geloven. Daarna heb ik ook “de” traditie leren waarderen.
Nu ik een algemeen psychologisch proces heb uitgelegd en ook mijn eigen veranderende relatie met het christelijke geloof, hoop ik dat mijn moeite wat begrijpelijker wordt.
Mijn moeite betreft dan vooral christenen die sterk leunen op de traditie en daarbij weinig laten zien van de manier waarop ze zich tot deze traditie verhouden. Christenen die bijvoorbeeld menen dat ze altijd zo kunnen blijven geloven als de kerk van alle eeuwen heeft gedaan. Niet alleen in het wat van dit geloof, maar ook in het hoe van het geloven. Christenen die daarbij nauwelijks of te weinig rekening houden met de ontwikkelingen in de samenleving en hun persoonlijke relatie hiermee. Ik mis dan een verantwoording van de “levende” hoop die ze hebben. Hier wil ik niet minderwaardig over doen, want misschien betreft het soms ook mijzelf. Dan mag je mij hier altijd op aanspreken.
Sommige christenen houden zich nog regelmatig bezig met de ontwikkelingen in de samenleving en zijn zelfs journalist of deskundig, maar komen nauwelijks verder dan assimileren. Vaak gaat dit proces gepaard met het creëren van een bepaalde karikatuur. Deze karikaturen wordt dan in objectieve zin overgenomen waardoor een echte relatie maar moeilijk zichtbaar wordt. Dit overnemen kan zelfs als bevestiging worden gezien. “Professor of dominee X zei dit immers ook al.” En daarbij wordt niet meer gelet op de persoonlijke verantwoording.
Volgens mij “werkt” dit niet meer in onze tijd. Mensen willen nu eenmaal meer dan ooit het persoonlijke zien van de ander. Dat is mijn indruk. En dat ervaar ik ook wanneer Erik hier tegen mij roept dat het hier best persoonlijker zou kunnen. Dit verlangen is breed gedeeld en ook ik kom daar vaak nog te weinig aan toe.
En dat zie ik ook bij “de postmoderniteit of “het postmodernisme” waar ik op mijn blog vaker voor strijd: het karikatuur van het postmodernisme. En hopelijk is mijn strijd geen strijd tegen het karikatuur van deze reacties en op het karikatuur wat zij van de postmoderniteit maken. Maar dan wordt het allemaal wel erg relativerend
Mensen met een sterk gevoel voor traditie, zullen dan tot de verleiding kunnen komen om het postmodernisme als een noviteit te zien wat weer komt en weer verdwijnt – als een golfje tegen de stevige Nederlandse dijk – en hun geloofsartikelen blijven onaangetast. Het is hun goed recht om dit te vinden. Wie ben ik dat dit persé waar of onwaar moet zijn. Ik geloof zelfs in deze waarheid, maar dan op een persoonlijke manier.
Sommige mensen roepen graag dat modernisme en postmodernisme voorbij zijn. Het voorbij zijn van de postmoderniteit of ook van de verlichting vind ik totaal irrelevant. Het lijkt me ook kunstmatig. Er lopen altijd wel invloeden door, is mijn indruk.
Wat voor mij relevant is, is de vraag wat het ons en mij heeft gedaan en hoe ik daarop kan reageren. Deze vraag vind ik waardevol bij hoe ik kan aansluiten op mezelf en mijn tijdgenoten.
Waar het mij omgaat is niet alleen “waarheid” maar nog meer “waarachtigheid” en aansluiting met onze tijdgenoten. Met waarachtigheid kan ik nu verwijzen naar het proces van accomoderen. Volgens mij is elke ervaring die wij opdoen een veranderende ervaring. De mate waarop we veranderen is natuurlijk altijd beperkt en persoonlijk verschillend. Er is continuïteit en discontinuïteit. En daarbij hangt het vaak af hoeveel we ons verdiepen in andere standpunten of in hoeverre we ons laten raken door tijdgenoten.
Als het om het postmodernisme gaat, is dit geen keuze van mij – zoals sommige “buitenstaanders” doen overkomen. Ik ben er in geboren en in opgegroeid en heb het geloof daarin leren kennen. Dat is dus mijn referentiekader waarin ik leerde om te geloven. Stelligheden en zekerheden uit het verleden hadden weinig overtuigingskracht. Die waren ook verdacht. Er was/is immers veel (macht-)misbruik van deze waarheid gemaakt.
Ik wilde het zelf meemaken en ervaren. Niet persé spectaculair maar wel persoonlijk. En zo is God ook in mijn leven gekomen. God kan blijkbaar enorm goed accomoderen zodat ik mij gekend voelde en God daarmee kon communiceren tot mijn hart. God heeft dit in de geschiedenis al eerder laten zien door de mensheid niet als een karikatuur af te schilderen (assimileren) maar in deze mensheid te treden als een mens van vlees en bloed. Jezus is voor mij de ultieme manier om je geheel te verplaatsen in de ander. Zelfs met psychische en morele lasten die de ander rijk is en de vernietigende consequentie te dragen die daarop volgde.
Mijn oproep en aanmoediging is om het postmodernisme serieus te nemen en niet al te makkelijk in karikaturen blijven steken die mensen uit “de eigen gezindte” roepen. Kreten als “er is geen waarheid in het postmodernisme” of “alles wordt relatief in het postmodernisme” zijn halve waarheden die daarmee onwaarheden worden.
Ik heb ervaren dat in mijn christelijk geloof, relatie minstens net zo belangrijk is dan geloofsinhoud. Postmodernisme heeft hiertoe een belangrijke bijdrage geleverd. Grote woorden, verhalen of stellingen zijn niets waard zonder een persoonlijke relatie. En we kunnen nog meer leren van het postmodernisme. Ook al is dit niet gelijk de bedoeling geweest van veel postmodernisten
Mensen als Rob Bell of mensen als David Bosch zijn hier goede voorbeelden van in missionaire literatuur. Maar ook “eenvoudige” zendelingen die hun huis en haard achterlaten om in een andere cultuur iets van God te laten zien – en misschien ook wel om God daar te ontdekken – laten dit dagelijks zien. Niet om over andere culturen te heersen – zoals vroeger helaas vaak het geval was – maar om te dienen. Met heersend assimileren en karikaturiseren zal je de aansluiting missen. Met dienstbaar accomoderen en het nieuwe evenwicht zoeken maak je – volgens mij – meer kans.
Ik durf gerust de stelling te verdedigen dat een persoonlijke en accomoderende kennismaking met de postmoderniteit ons kan brengen tot een verrijking van ons christelijk geloof.
Alle schatten die het verlichtingsdenken (na de reformatie) ons heeft gebracht, gaan hand in hand met schatten die ditzelfde denken voor ons verborgen heeft gehouden. En datzelfde lijkt mij ook te gelden voor vroegere tradities. Hierin zie ik dat alle gelovigen van alle tijden met elkaar in staat zijn om aan te vullen in het zicht op Gods liefde. Dit zou je oecumenisch kunnen noemen.
Deze schatten zoals “de persoonlijke kant van waarheidsbeleving”, maar ook “de noodzaak van het persoonlijke getuigenis naast het grotere verhaal” vind ik hier enkele voorbeelden van. Niet dat de postmoderniteit hier als eerste mee kwamen, maar wel dat ze daar weer een noodzakelijke nadruk op hebben gelegd. We kunnen niet forceren of over anderen heersen met onze waarheid we kunnen alleen maar persoonlijk getuigen van onze ervaring. Net zoals de eerste christenen deden.
En ook dit is geen algehele objectieve waarheid. Het is maar mijn getuigenis. Ik heb dit zo ervaren en misschien wat meer onzeker dan anderen, heb ik deze onzekerheid als een kracht leren waarderen in mijn leven. En misschien inspireert het jou als lezer…
Dit herken ik in Paulus woorden aan de Korinthiërs als het om zwakheid gaat. God heeft niet het sterke en aanzienlijke uitgekozen, maar juist het zwak en het onooglijke. En in deze zwakheid ga ik steeds meer Gods bevestiging ervaren. En als God even niet bevestigt dan heb ik nog altijd mijn verlangen en de relatie waarin vertrouwen en hoop een belangrijke rol speelt naast de liefde.
Ik heb dan ook weinig met mensen die zich op iets krachtigs laten voorstaan. Of het nu hun prestatie of positie is. Ook een rijke, stevige traditie zegt mij niet genoeg… In mijn beleving zegt dit nog weinig van hun persoonlijke relatie tot deze traditie. Die traditie is er met of zonder deze persoon ook, en daarvan kan ik ook kennis nemen. Dat is niet bijzonder.
De relatie of de verhouding van mensen met deze traditie is wel bijzonder en maakt het mogelijk dat er ook een persoonlijke relatie kan zijn tussen mensen van diverse tradities. En als daarin dan ook de persoon van Christus een rol krijgt – misschien wel de hoofdrol, of de rol van regisseur (met een verwijzing naar het boek van Wilkin van de Kamp) dan is er volgens mij voldoende ruimte om in een persoonlijke vrijheid te kijken naar tradities. En deze vrijheid is een voorwaarde om gezond met tradities om te gaan is mijn indruk.
Deze blog is een reactie op een tweet die voorbij kwam waarin weer het zoveelste cliché over het postmodernisme voorbij kwam. Mijn irritatie heb ik nu geuit in een blog. Nogmaals het gaat mij hierin niet om een algemene waarheid. Waar het mij omgaat is dat mensen elkaar daarin makkelijk napraten en niet in relatie treden. Volgens mij kan dit verrijkend werken voor jezelf en kan het ook zorgen voor een betere aansluiting met elkaar en onze tijdgenoten. Iets waar de christelijke missie ook goed mee is gediend. Maar ook de christelijke missie kent vele verschijningsvormen =)
Reageer gerust. Ook ik kan met deze indrukken vastzitten aan oude beelden. Breng mij dan gerust in cognitieve dissonantie zodat ik mij kan accomoderen en weer evenwichtig kan equibrileren.
Zoals een bekende filosoof het al zo treffend eenvoudig zei: “Ik kan het mis hebben.”