Dit concludeert Ellen van Wolde, hoogleraar exegese in Nijmegen. Natuurlijk ook heel bijzonder dat de Volkskrant met dit bericht komt. Meestal hoor ik uit die hoek weinig van dit soort onderwerpen. Maar “verkeerd vertaald” is natuurlijk wel een schokkend statement en de mensen bij de Volkskrant vinden het de moeite waard om dit vandaag op deze manier te melden.
Het woord ‘bara’ betekent voor Van Wolde geen ’scheppen’ maar ’scheiden’. God scheidde zo de hemel van de aarde. Zo wordt het geloofsartikel “creatio ex nihilo” rijp voor deconstructie. God schiep niet uit het niets, maar scheidde de aarde van de hemel, luidt dan de lezing. Daarna schiep hij de rest. Dan wordt het woord ‘asa’ gebruikt.
Nu heb ik geen kennis van zaken om dit te bevestigen of te ontkennen. Het is een theorie die aannemelijk is, maar dat kan je ook vinden van de kritiek van veel andere geleerden die een andere mening zijn toegedaan. Dus ik ben niet de enige met te weinig kennis om dit te bevestigen of te ontkennen. Ik laat ze voorlopig nog maar even naast elkaar staan.
Wel boeiend vind ik de reactie van Rabijn Evers. Hij stelt dat dit de Joodse manier van lezen is. En dat vind ik best veelzeggend. Ooit volgde ik een college van hem op de theologische universiteit in Apeldoorn toen ik werd uitgenodigd door mijn zwager die daar student was. Daar kregen we een college Jodendom met een uitstapje naar de kaballa. (Niet die van Madonna =) Naar deze Joodse mystieke overleveringen verwijst Evers voor de duiding van het woordje Bara. Evers zegt over Genesis dat Gods schepping niets anders was dan een grote scheiding. Het fysieke bestaan van de mens mogelijk werd gemaakt door een daad van God om de aarde van de hemel te scheiden.
Dat doet me denken aan Martin Buber. Hij denkt immers ook vanuit de verbondenheid naar de losmaking toe. Hij ziet Ik-jij ook als een grondwoord. “Ik” wordt gescheiden van de “jij” of “Gij”. Tijdens de geboorte wordt het kind van de moeder gescheiden en is het aangewezen op ‘relatie’. Zo wordt zijn bestaan mogelijk. Buber is met zijn Chasidische achtergrond goed op de hoogte van de Joodse mystiek en zal dit ook hebben laten doorklinken in zijn Ik en jij. In zijn boek “Ik-jij” verwijst Buber bij “jij” (duits – “Du”) ook regelmatig naar God. Bij de Joodse bijbellezers ben ik deze aandacht voor de verbondenheid altijd meer tegengekomen dan bij de westerse bijbellezers. Zou dit te maken hebben met de meer analytische geest van de westerse mens en de meer relationele geest van de Joodse mens? Dat zou me niets verbazen.
Wat het nu precies is dat boeit me verder niet heel veel. Ik vind deze perspectieven beide zeer boeiend, maar ik vind de betekenis van de Joodse lezing rijker aan betekenis. Veel Joodse psychologen zijn in dit spoor ook verder gegaan in hun theorievorming. Naast pedagoog Buber noem ik ook maar even psychiater Otto Rank (leerling en rebel van Freud) die de term scheidingsangst nieuwe betekenis gaf. Ook Frits Perls vatte deze scheiding op als een voorwaarde voor de identiteitvorming. “Ik ben ik en jij bent jij”, luidt immers de gestalt-mantra. Eerst is er de fase van conflueren, waarin er een eenheidsbeleving is tussen ik en jij waarna vervolgens een moment van deflectie komt, dit hoort bij mij en dat hoort bij jou, aldus mijn lezing van Perls.
Perls was een geseculariseerde Jood en paste dit niet expliciet toe op de relatie tussen mens en God. Maar het is boeiend dat Rabijn Evers op grond van zijn kennis van de traditionele uitleg van het scheppingsverhaal tot deze woorden komt.
God scheidde de aarde van de hemel en maakte zo het bestaan van de mens mogelijk. Dit lijkt me een daad die persoonlijk en relationeel meer betekenis heeft, dan iets scheppen uit niets. Dat klinkt dan opeens heel onpersoonlijk. Maar natuurlijk ben ik nu erg aan het vermenselijken – “antropomorfiseren” =) maar als ik dit op een ‘zwakke’ manier doe, dan lijkt me dit geoorloofd. De gedachte dat God iets van zichzelf moest afstaan om de mens te laten leven lijkt me ook in de buurt komen van de ervaring van een moeder als zij haar kind moet loslaten om zelfstandig mens te zijn. Een noodzakelijk trauma. Bij de geboorte, maar later ook als beide ouders afscheid nemen van het kind wanneer het uit huis gaat. En zoals de man die zijn ouders verlaat en als hij zijn vrouw aanhangt. Het heeft iets pijnlijks om iemand van wie je houdt zijn eigen weg te laten gaan. Relatie lijkt me zo ook gevoelens van eenzaamheid opleveren. En dat is volgens mij ook de pijn die de liefde met zich meebrengt. De liefdesdaad die de schepping van de mens moet zijn geweest, waarin de mens ook de vrijheid kreeg en gebruikte om tegen God te kiezen.
Naschrift:
Door alle bijdragen heen die ik elders las, krijg ik toch sterk de indruk dat mevrouw van Wolde uit is geweest op het Dan Brown-effect – “ik heb wat nieuws wat de orthodoxie zal schokken en hun ongelijk zal aantonen en daarmee ook het beeld bevestigen van een dominante angstige starheid der orthodoxen”. Koert van Bekkum toont in zijn ND-artikel vakkundig aan dat dit een overdreven suggestie is. De “goeie ouwe” en “Neo-orthodoxe” theoloog Noordmans heeft dit al eerder beweerd. Dit artikel heb ik pas net gelezen. Verder kan je nog rondkijken bij de blogbroeders hieronder die vanuit hun perspectief ook zinvolle bijdragen leveren. Hoewel er bij de reacties op relirel’s blog niet echt iets constructiefs op gang komt. Ik hoop dat mijn blog daartoe wel een bijdrage heeft geleverd. Al is het maar een stimulans om ons als westerse christenen bewust te zijn van onze beperkingen die ons opent voor aanvullingen vanuit het Jodendom (in dit geval). De tak waarop wij als gemeente van God zijn ge-ent…
[...] in dat ruime perspectief. Boeiend, onbegrijpelijk en … een uitgangspunt. Toen las ik Ronald, die dat wat mij betreft mooi formuleert. Het gedicht dat inmiddels rijpte, werd gescheiden van [...]
[...] ND van vandaag een wat uitgebreidere reactie van van Bekkum, die de spijker goed op zijn kop slaat. Ronald (zwak geloven) heeft er ook een aardig artikeltje over [...]