Nu ik in vorige blogs mij op punten druk heb gemaakt over Rob Bell en de reacties op hem, wordt het tijd om dit wat te verzwakken en af te sluiten. Het is dus geen echt oordeel, maar eerder een voorlopige evaluatie. Volgend jaar komt het boek uit bij Kok Kampen, dus dan kunnen we weer verder bakkeleien
Wat mij betreft mogen de boeken van Brian McLaren dan ook gelijk volgen in het vertaaltraject.
Mijn wens is dat het boek van Bell het liefst nu al goed wordt gelezen en het tot inspiratie zal dienen aan degenen die op zoek zijn naar God, daarbij iets van Gods liefde willen opvangen en willen delen met anderen. Of dit nu missionair is of op andere manieren.
Ik kreeg terechte kritiek op mijn jargon dus ik probeer het deze keer niet al te specialistisch te maken. Ik vond het toen nodig omdat het boek van Bell anders te gemakkelijk als niet-theologisch onderbouwd aan de kant werd gezet. Maar dat punt heb ik gemaakt en dit lijkt me ook niet meer nodig.
Op mijn leeskring kreeg ik de kritische vraag waarom ik mij er nu zo druk om moest maken. Dus laat ik die vraag maar proberen te beantwoorden. Het belangrijkste antwoord komt misschien wel aan het slot.
Ik heb mij er druk om gemaakt, omdat ik veel herken in de ervaringen van Rob Bell. In mezelf en bij/tussen anderen kom ik dit tegen. Hierbij heb ik ook gemerkt dat deze praktijk wordt belemmerd door beelden, denkschema’s, jargon en methodieken die weinig behulpzaam zijn. Deze denkschema’s en beeldvorming komen vaak uit de theologie, maar kunnen net zo goed komen uit andere disciplines of culturele of kerkelijke groeperingen. Volgens mij is niemand hier ook helemaal vrij van. Maar bewustwording van deze schema’s of paradigma’s en het besef dat het ook anders kan, heeft voor mij verrijkend gewerkt. Het lijkt me een boeiende studie op zich naar de uitwerking van sommige denkschema’s, mindsets, referentiekaders, jargon, beelden of paradigma’s. Rob Bell laat hier iets van zien.
Misschien dat ik daarom ook de filosofie het meest boeiend ben gaan vinden. Eigenlijk om juist voorbij de gedachten – hoe mooi en stichtelijk ook - weer bij het relationele uit te komen. Een belangrijk doel hierin is voor mij om elkaar met onze eigenheid te accepteren in ons “verbindingspunt” Jezus Christus, zodat we elkaar vervolgens kunnen aanvullen. Zoals ik dit in Efeze 3 lees en zoals dit in mijn ervaring is gaan werken. Ik heb de indruk als we het relatieve van onze (impliciete) denkschema’s gaan zien dat de plaats van de Heilige Geest in ons verhaal wel eens veel duidelijker kan worden. Gods Geest reikt over al onze culturele en sub-culturele verschillen heen. Dat meen ik te zien in het de wereldwijde kerk.
Daar waar we onze angst tegenkomen voor een glijdende schaal met betrekking tot onze opvattingen, komt er hopelijk een band die ons vasthoudt en die we persoonlijke relatie kunnen noemen. De U-ik-relatie met God waarin Gods Geest actief is. Dit is iets wat we kunnen benoemen, maar waarin de woorden verwijzen naar iets groters. Het lijkt me immers tegelijker veel te groot voor ons jargon en ontstijgt ook weer elke vergelijking.
Bell pakt deze denkschema’s en beeldvorming soms expliciet aan, maar ook impliciet neemt hij de ruimte voor een andere manier van kijken naar de bijbel. De narratieve kijk is daarin een voorbeeld. Een prima methode om ons heel dicht bij een bijbelverhaal te brengen en schitterend hoe hij hiermee het verhaal van de verloren zoon heel dichtbij brengt en daarmee ook God heel dichtbij brengt in mijn beleving. Maar hij gebruikt nog meer creativiteit om de bijbelse “boodschap” dichtbij te brengen.
Hetzelfde doet hij met gangbare beelden van bekering, de hemel, de hel. Hemel en hel zijn niet “daar en dan” maar vooral ook “hier en nu”. En volgens mij heeft hij zo een goed punt te pakken. Als onze beeldvorming hierin anders is, kan dit nogal wat consequenties hebben voor onze kijk naar mensen, onze houding en ons gedrag. Dit vraagt om een kritische afstemming.
Vanwege de vragende retoriek kost het soms wat meer moeite om Bell’s eigen mening in zijn woorden de vinden, omdat hij met vragen er nog weinig positiefs tegenover stelt. Daardoor daagt hij mij uit om eens goed te kijken hoe wij aan deze beelden komen. Daarbij past hij toe wat John Stott het “tweezijdig luisteren” noemt. Hij neemt de bijbel serieus en hij neemt de mensen om ons heen serieus. In zijn exegese is hij volgens kenners niet altijd secuur en ziet hij woorden in de grondtekst die er niet staan. Volgens anderen sluit Bell niet aan bij de gangbare orthodoxe scholen, maar in zijn luisteren naar zijn medemens vind ik hem haarscherp. En misschien daagt hij daarmee exegeten en de dogmatici – van welke school dan ook – uit tot een toegankelijke beeldvorming en bijpassend jargon. Een kader en een jargon waarmee de praktijk is gediend.
Daarnaast ben ik nog met Bell en mezelf in gesprek over de plek van Jezus in het verhaal wat ik heb te vertellen. Dat heeft te maken met mijn ervaring en verhaal waarin dit heel concreet is/was en ervaringen van anderen waar er moeite is met “versies” van Jezus die mensen hebben gemaakt. Ik ben hier nog niet klaar mee, maar het is mijn ervaring ook dat dit het meest precaire of heikele punt is in het verhaal waarmee ik bij anderen wil aansluiten. Ik hou er meestal maar een zeer persoonlijke vertelling op na. Vanuit mijn beleving en wat ik daarin heb ervaren. Het kan volgens mij ook moeilijk anders als we het over een levende relatie hebben ipv een vastomlijnd denk-idee. Laat iedereen dan maar zijn eigen weg hierin gaan met Jezus.
Het doel van Bell lijkt me helder. Hij wil het de mensen niet onnodig moeilijk maken om Gods liefde toe te laten, te ontvangen en daarbij een volgeling van Jezus te worden.
In dit alles vind ik in Bell een bondgenoot. Enerzijds ga ik misschien wat minder ver als Bell als het gaat om de eeuwige bestemming van de mens. Bell weet het (bijna) zeker, terwijl ik door alle beeldspraak en onduidelijkheid meer neig om het open te laten en dit aan God over te geven. Anderzijds gaat Bell mij soms weer niet ver genoeg in zijn waardering voor de subjectiviteit van onze ervaringen met God en de bijbel. Maar dat vind ik allemaal niet zo belangrijk, zijn liefde voor Jezus en zijn medemens verzwakt al deze verschillen.
Bell schept met Love Wins een soort ontvangstruimte in het grote christelijke huis, waarin mensen die God zoeken met al hun creativiteit, inspiratie en moeite hun verblijf mogen houden. En dat vind ik prettig. Het geeft me ook nog meer het gevoel dat er ruimte voor mij is. En dat kan ik niet vaak genoeg horen.
Dat is misschien wel een diepere drijfveer in mijzelf waardoor ik mij er zo druk om maak. Het verlangen om er te mogen zijn met al mijn eigenaardigheden. En zo uniek als ik ben, zo uniek is iedereen. Dan kunnen algemene schema’s nooit het uitgangspunt zijn, maar is er voor mij en misschien ook voor anderen de persoonlijke omgang met God waarin we geworteld raken en elkaar tegemoet komen en aanvullen.
Als ik hieraan meer toevoeg dan God doet, dan begeef ik mij hierin op glad ijs en dreig ik Gods grote liefde tekort te doen. Iets waaraan ik moeilijk kan ontkomen. Het zal de Geest van God zijn die dit verder kan oppakken. Om het maar even in gebrekkig jargon te zeggen.
Gerechtigheid heeft ook een belangrijke plek in het verhaal wat ik wil vertellen. In mijn doen en laten zal ik mij dan ook richten op recht doen. Oordeel lijkt mij hier ook nauw mee verbonden. Het kwaad is nu eenmaal destructief en leidt tot aftakeling en bederf. Zonde leidt tot de dood. Dat heeft Jezus ons laten zien. Dat is bij Bell ook nog steeds het geval. Maar door de opstanding is er ook hoop. Dus als het gaat om de uiteindelijke afloop van dit oordeel, probeer ik Jezus te volgen die niet oordeelde, maar dit oordeel overgaf aan God die rechtvaardig oordeelt. Wat daarvan het gevolg zal zijn kan ik nog niet bevatten. Ik laat het maar los en blijf hoopvol.
Het is mijn indruk dat ik ben geroepen om lief te hebben en daarin heb ik God en zijn Geest hard nodig als ik hierin zo vaak tekort schiet. Daar vind ik inspiratie en daar ervaar ik een vangnet van Gods genade die veiligheid biedt voor al mijn tekorten en mij blijft accepteren in mijn afwijkingen. En Gods Geest pakt het allemaal op en doet er hopelijk iets moois mee.
“Love Wins” heeft mij hierin bemoedigd. Het is een prikkelende uitdaging om puur te geloven in Gods liefde en dit te delen met mensen om ons heen.
Deze foto kwam ik tegen toen collega Guido van de Weerd spontaan de foto’s van zijn Israelreis liet zien. “Love Wins” staat hier met grote letters op de beruchte muur tussen het het Joodse en het Palestijnse deel bij Jeruzalem. Een hoopvol teken!







Heerlijk stuk over een -mij eveneens inspirerend- boek, waarvan ik blij ben dat het in het Nederlands vertaald gaat worden. Inderdaad: Brian Maclaren er maar meteen achteraan, en Tony Campolo en vooral ook Peter Rollins. Maar Bell heeft mij enorm uitgedaagd en ik ben er graag mee bezig in de gemeente.
Dank voor je positieve reactie Jurgen. Goed te horen dat Bell je uitdaagd en dat je er mee bezig bent in de gemeente. Dank ook voor je namen. Ik ben erg benieuwd waar deze mensen jou in uitdagen. Dat helpt mij dan weer om er ook eens goed naar te kijken =)
Vriendelijke groet!
Er is inmiddels een generatie opgegroeid zonder ballast van de ‘oude orthodoxe’ concepten.
Dat opent perspectief voor een hernieuwde frisse benadering van god jezus en geest.
Ik heb al jaren het gevoel dat vastgeroeste theologie en dogma’s de geest behoorlijk voor de voeten lopen.
Ga zeker dit boek eens lezen!
Dank je voor je reactie Juko en voor mij ook goed dat je het herkent. Ja ik merk ook aan jongeren dat ze tegenwoordig eerder zonder ballast van dwingende dogma’s en schema’s geloven. Vaak ook zeer verfrissend en inspirerend al kom ik daarin ook weer nieuwe uitdagingen tegen.
Enerzijds vragen oude dogma’s soms om ruimte-scheppende herinterpretatie, zoals Bell laat zien, maar nog veel vaker is het de dwang van dogma’s en schema’s die het meest dwars lijkt te zitten.
Dat heeft bij jongeren mogelijk ook te maken met de levensfase waar ze in zitten. Ik ga om met jongeren rond de 20. Daarin staat het zoeken van een eigen weg met God erg centraal. Bij christelijk opgevoede jongeren merk ik dan toch een “loskomen” van de beelden en schema’s van thuis. Bij jongeren met een niet gelovige achtergrond werkt dit ook zo, maar dan vanuit niet-christelijke invloeden naar christelijke patronen. Soms vrij enthousiast en minder genuanceerd. Maar dat ik kan dat goed begrijpen. Ik heb dit immers ook meegemaakt. Allebei zelfs =)
En andere uitdaging vind ik het gebrek aan nieuwe beelden en schema’s. Door dit gebrek lijken jongeren soms makkelijker vatbaar voor een soort belevingsgeloof waarin het vooral de ervaringen zijn die gaan tellen. Ook komen er al snel verwarrende opvattingen over wat nu belangrijk is in het geloofsleven. Een “omgekeerde” prioriteitenlijst zou je kunnen zeggen. Dit bedoel ik niet paternalistisch, maar eerder omdat ik zie dat ze er zelf in de war van raken. Ervaringen vind ik erg belangrijk, maar het zoeken van ervaringen zonder geheugen en zonder kader waarin de terecht komen en worden geduid, zijn niet zonder risico’s. Ze laten zich dan snel door stemmingen en emotie leiden, in plaats dat deze volgen op een omgang met God. Dat vind ik wel eens spannend. Deze kaders zullen ze ook weer zelf moeten opbouwen. Maar gelukkig niet alleen. Daarvoor is er een kerk overal en van alle tijden.
Daarom schuif ik maar weer het zwakke naar voren. Zwak geloven is dan niet zozeer zwak in de manier waarop, maar vooral in wat we geloven. Zwakte houdt dan rekening dat het gaat om een relatie waarin we de ander in een proces leren kennen in plaats van stevig omlijnde beelden en schema’s waar we de ander in kunnen gieten. In dit geval dan God. Het zwak geloven zal hierin misschien meer gericht zijn op het verstevigen van de eigen weg van jongeren die geloofsinhoud als inspirerend voor hun leven met God kunnen accepteren. Dit is wat anders dan dat we geloofsinhoud voorschrijven. Prescriptief zoals ik dit in mijn eerdere blogs noem.
Dus ik zie enerzijds de frisse manier die loskomt van starre dogma’s maar ik zie ook een uitdaging om de rijkdom van de traditie en de daarin gangbare dogma’s. Daarmee in gesprek gaan op een inspirerende, niet imponerende manier lijkt me dan ook een uitdaging. Dit heb ik ergens wat uitdagend “neo-trads” genoemd. Maar dat vraagt ook om stevigheid van de jongeren om hierin zelf keuzes te maken en te leren door trial&error. Dat is de minimale stevigheid die ik zou willen stimuleren van alle mensen om mij heen. Dan kunnen ze vervolgens zelf uitzoeken wat behulpzaam is in hun leven met God. Net zoals wij dat doen.
Volgens de hechtingsdeskundige Bowlby zorgt deze aanmoediging in zelfstandigheid ook voor een gezonde hechting tussen ouder en kind, heb ik ooit gelezen. En in het geloofsleven zie ik dit ook gebeuren.
En nu we het toch even over psychologie hebben noem ik ook maar even Nagy die heeft gewezen op het zelfstandig vorm geven van loyaliteit met vorige generaties. Helemaal loskomen lijkt me niet wenselijk. Wel in een zelfstandige relatie komen tot… Ik verwijs maar weer naar Ef. 3 waarin Paulus zijn gebed begint met het persoonlijk wortelen in de liefde.
Maar al deze zaken verschillen ook weer per individu. Geloof op maat lijkt misschien het beste antwoord met daarin ook oog voor de liefde en het gemeenschappelijke in Jezus. Het blijft zo altijd weer een uitdaging om elkaar te zoeken in onze uniciteit. Wie het hierin aan wijsheid ontbreekt kan ervoor bidden, zegt Jakobus in zijn brief.
Dank je Juko voor je reactie en dat je me uitdaagt om iets van mijn beleving van de laatste weken onder woorden te brengen. Hopelijk vind je dit niet te…
vriendelijke groet!
mooi . en dat zonder het jargon.
m ooi als mensen gewoon zichzelf zijn zonder allerlei talen en woorden waarmee we soms vast zitten in een bepaald straatje of omgeving . mooi als mensen durven doorbreken in het zichzelf zijn. ik heb het dan niet per definitie over jou Roland, maar ook over Bell. Bell heeft het lef om niet alleen dingen scherp te benoemen , maar ook om dit te doen zonder iemand te veroordelen die het anders ziet. wellicht is dat nu juist ook wat jij zwak geloven noemt. kwetsbaar durven zijn in de manie waarop je ventileert en nadenkt over dingen. Bell probeert om dicht bij God, dicht bij wat Jezus leert te blijven en daarin toch te zien hoe we daarmee aan de slag kunnen gaan. ik kan genieten van mooie woorden van mensen die dicht bij zichzelf blijven en daarmee dus ook zichzelf durven laten zien en kwetsbaar zijn. ontmoeten is het thema waar ik veel mee bezig ben, ik geloof dat we werkelijk kunnen ontmoeten als we zwakgeloven. om maar gelijk een woord van jou te gebruiken. als we onszelf durven laten zienzullen we uitkomen bij hele andere uitgangspunten dan wanneer we ons hoe dan ook vastklampen aan vooroordelen en opgelegde meningen van anderen of misschien zelf s van ons zelf. ik geloof dat er niets mooier is dan met mensen in gesprek te komen en van daaruit te groeien. groeien in het kennen van elkaar en in het groeien naar wie God is. Jezus is daarin de mooiste ontmoeting voor mij en die ontmoeting als uitgangspunt nemende kom ik gelijk weer bij de ander en bij God, maar leer ik ook stukje bij beetje wie ik zelf ben. over uniciteit gesproken. je hebt een eigen en mooie manier van schrijven en nu echt mooi en dicht bij jezelf gebleven.
Ja Erik, hierin staan we gelukkig allemaal naast elkaar =)
Het is zeker mijn indruk dat de manier van Bell lijkt op wat ik zwak geloven noemt. Alleen zou ik het op sommige punten soms nog zwakker willen zien, zodat hij ook de verbinding vast blijft houden. Daar waar hij het weer vrij helder lijkt te weten, wil ik het dan liever nog niet zo stevig vastpakken.
Maar dat heb je met getuigen van je geloof. Je getuigt niet van het geloof van de kerk of van anderen, maar van het geloof van jezelf. Zonder iets op te dringen dat de ander het ook zo moet zien. Dat is meer mijn “stijl”. Uitdagen is prima en uitnodigen ook, maar opdringen is iets waar ik in deze tijd wat voorzichtig mee wil zijn. Het is ook iets wat echte ontmoeting in de weg kan staan. Niet meer moeten, zeg maar… =) Liefde lijkt mij hierin een centrale notie waar alles mee gekoppeld mag zijn.
Mijn ontmoeting met Jezus blijft ook mijn uitgangspunt en van deze ontmoeting wil ik graag delen en van anderen ontvangen.
Dank je voor je compliment dat ik dicht bij mezelf bent gebleven. Leuk dat je het nu eindelijk opmerkt
Maar ook woorden kunnen vaak nog te algemeen zijn om echt bij je unieke zelf te komen. Daar heb ik de stilte voor nodig.
Hey het is goed je af en toe hier te lezen Erik. Het ga je goed!
Het boek staat nu zeker op mijn lijst voor de zomervakantie 2012! Als het boek jou goed heeft gedaan, dan kan het voor mij ook vast verfrissend werken! En inderdaad, heerlijk dat er mensen zijn die de theologische speelruimte weer in de breedte durven te bespelen na zo een lange tijd van (reformatorische ) dogmatisch krapte
Ik ben ook heel benieuwd hoe Bell zich verhoudt tot de vroegchristelijk (Oosters Orthodoxe theologie)… nogmaals, dat wordt mijn kluifje in de zomervakantie 2012! En super bedankt voor je blogs hierover en je publiekelijk zwoegen op internet met deze materie… !