Zwak geloven
Zwak geloven is voor mij de uitdrukking geworden voor mijn geloof en mijn ongeloof. Hieronder beschrijf ik de route die ik hiervoor heb afgelegd vanaf het moment dat ik vanuit de coffeeshop in de kerk belandde. Toen begon er een reis door de bonte- en soms imponerende wereld van het evangelische en gereformeerde christelijke landschap. Ik heb daar mooie dingen gezien en beleefd, maar mijn groeiende afkeer kon een pijnlijke breuk uiteindelijk niet voorkomen. Vanuit mijn ervaring van deze kloof en vanuit gevoelens van eenzaamheid die het gevolg waren, begon het moeizame proces van voorzichtige (zwakke) verbondenheid en ontstond er een nieuw zicht op geloof ongeloof en kerk. Eerst wil ik iets noemen over de tijdgeest zoals ik deze ervaar om vervolgens een meer persoonlijke ontwikkeling te beschrijven.
-
Tijdgeest
Deze tijd wordt door sommigen nog postmoderniteit of genoemd. Postmodernisme is een term die al in het begin van de vorige eeuw gangbaar was in de kunst, maar rond 1980 als cultuurfilosofische term de tegenreactie op de moderniteit inluidt. De moderniteit – met grote verhalen en een overheersende rede – was voorbij. “De” pomo’s willen deze grote verhalen deconstrueren en de eenduidige universele rede opvatten als meersoortig, zodat er ruimte ontstaat voor andere interpretaties in de kennisleer. Niet de theorie is belangrijk maar de praktijk. De theorie is open voor het onverwachte. In de sociale praktijk betekent dit ruimte/gastvrijheid voor de vreemdeling en ‘de ander’. Niet de massa, maar het individu. Geen westerse overheersing, maar multiculti, geen sterke identiteit maar een open houding etc etc. Toch ik heb de indruk dat deze stroming steeds minder dominant aanwezig is sinds 9/11. Mensen zoeken steeds meer naar grote verhalen en door terroristische- en bedreigingen van een agressor, ontstaat er behoefte aan veiligheid en een duidelijke identiteit. Maatschappelijke veiligheid vraagt om meer controle. Maar mensen blijken anderzijds ook nog gevoelig voor controle en onderdrukking. Dan is de individuele vrijheid in het geding. Sinds het postmodernisme is het niet eenvoudig om zomaar weer om te schakelen naar meer gezamenlijkheid en samenhang als dit ook betekent dat de individuele vrijheid wordt bedreigd. De grote verhalen en een dwingende rede vinden nog weinig bijval. Er is echt iets wezenlijks veranderd, is mijn indruk. Of is dit spanningsveld tussen vrijheid en verbondenheid van alle tijden.
Ik ben geen postmodernist te noemen, daarvoor sta ik teveel op de schouders van het modernisme. Ik geloof dan ook niet in een radicale breuk met het modernisme zoals veel postmodernen doen. De weg terug naar de krachtige grote verhalen van het modernisme zie ik ook niet voor me. Er is een vertrouwensbreuk die alleen kan worden herstelt met een zwakke, voorzichtige manier van verbinden. Een manier waarin geen sterke claims zijn en waarin de persoonlijke interpretatie wordt gerespecteerd. Het besef van de ’seculiere’ ruimte waarin ik leef, helpt me bij mijn verbondenheid met mijn naaste. Maar in die seculiere ruimte zie ik nieuwe wegen tot verbondenheid met persoonlijke contexten, soms ook gedeelde inhoud van persoonlijke contexten en achtergronden. Hierin ben ik wel (over)gevoelig geworden voor overheersing. In relatie tot de ander hebben stellige algemeniseringen al snel een imponerend effect op mij. Ik wil mezelf graag de ruimte gunnen om er zelf achter te komen. Dezelfde ruimte gun ik anderen ook. Een spirituele context waarin de waarde van liefde om concrete daden vraagt is voor mij een begaanbare weg geworden. De liefde forceert immers nooit maar zorgt wel dat ik mij verbind waarbij ik de ander ruimte geef.
Dit speelt voor mij in het klein, maar ook in het groot als het gaat om maatschappelijk of mondiale vraagstukken. Termen als postkolonialisme en post-eurocentrisme spreken mij dan weer wel aan, omdat het tegen de overheersing in gaat van de westerse cultuur. Een postmodernisme die zich tegen de overheersing van een sterk modernisme stelt, klinkt mij ook sympathiek in de oren. Alles kan worden ‘verzwakt’ behalve de liefde niet. Dit is de groeiende overtuiging in mijn zoektocht.
Tijdsgeest en de Joods-christelijke traditie
Zwak geloven zegt ook iets over mijn nieuwe verbondenheid met de brede christelijke traditie en welke rol dit speelt in mijn omgang met de mensen om mij heen. Het zal een persoonlijke reactie zijn op mijn tocht door het christelijke landschap en de mensen die daar invloed op mij hebben gehad. Het is ook een reactie op de tijdgeest van nu. Het postmodernisme heeft hierin bij mij een grote rol gespeeld, maar ook veel Joods- en existentialistisch gedachtengoed heeft mij gebracht op de plek waar ik nu sta (0f wandel).
De weg van de liefde
Op mijn weg van zwak geloven heeft mijn verlangen naar liefde mij op het spoor van de liefde gebracht. Mijn ervaringen met liefde zijn de voedingsbodem en de context geworden voor mijn woorden en daden. ‘Relatie’ wordt zo een centraal woord en ‘contact’ het punt van bij-elkaar komen en ‘wederzijdsheid’ een aandachtspunt. In dit contact ben ik allereerst mens (met de mensen) en hebben de onderscheidende kenmerken een ondergeschikte (zwakke) rol gekregen. Mijn ras, mijn politieke voorkeur en ook mijn inzichten over het leven en over het geloof. Deze blog helpt mij ook om mijn eigenaardigheden een ondergeschikte rol te geven in het persoonlijke contact. In de ontmoeting en vanuit de verbondenheid kan ik dan altijd naar dit blog verwijzen als mensen erg geinteresseerd in zijn =)
Als je dit blog leest en mij verder niet kent ben je dus ‘gewaarschuwd’. Dit blog geeft geen uitgebalanceerd beeld van wie ik ben. Ik denk dat sommigen die al mij kennen verbaast staan dat ik zoveel woorden gebruik die ze nog nooit uit mijn mond hebben gehoord. Anderzijds hoop ik wel dat ze mijn gedachten herkennen in mijn gedrag. Deze blog geeft een verbaal verslag van mijn ontwikkeling hoe ik ben geworden tot wat ik nu ben en hoe ik op de dingen die gebeuren reageer.
Hoewel het misschien veel tekst is, staat niet alles in dit blog. Er blijft genoeg over voor een persoonlijke ontmoeting. Hoe ik ben geworden tot wat ik nu ben, wil ik hieronder uitleggen in ongeveer 6 pagina’s. Als je er sneller doorheen wil en mijn persoonlijke aanloop liever overslaat, kan je verder lezen onder de latere kopjes die je meer aanspreken. Soms vind je het misschien erg persoonlijk en soms vind je het misschien erg intellectueel. Ik hoop dat het je niet zal afschrikken en dat je in mijn moeite met mensen en hun denkbeelden ook respect zult lezen. Het leven is voor mij een zeer persoonlijke zaak waarin iedereen zijn eigen weg heeft te gaan. Begrip voor de weg van de ander vind ik een teken van respect en een gebaar van liefde. Maar ook de humor is voor mij een vriend op mijn pad. Alleen vind ik humor minder goed op een blog te communiceren. Het gaat me niet zozeer om goeie moppen en leuke cartoons. Hoewel… Ondanks de grootsheid en het gewicht van sommige van mijn woorden, wil ik toch ook gezegd hebben om mij niet al te serieus te nemen. Behalve de liefde mag je de rest van mijn verhaal gerust met een korrel zout nemen…
Mijn aanloop
In mijn leven ben ik niet altijd religieus gelovig geweest. Ik had wel een soort kindergeloof met goedbedoelende christelijke ouders, maar dat heb ik in mijn pubertijd verruild voor een soort algemeen geloof voor het goede van elk mens waarin iedereen op een persoonlijke manier het einddoel moest behalen. Wat dat einddoel dan ook mocht zijn. Misschien stond ik toen dicht bij een politiek correcte vorm van New Age-achtig geloven. Mijn levenstijl was coffeeshop-georienteerd en escapistisch maatschappijkritisch en (over de) rand-crimineel. Een beetje zoals in het boek “generatie X” van Douglas Coupland of zoals in mijn favoriete Coen-film “The big Lebowsky”, maar dan was de bowlingbaan onze coffeeshop en speelden we trick-track of tafelvoetbal.
Rond mijn 20ste kreeg ik een bewust religieus geloof na een spirituele ervaring. Dit klinkt wat vaag, maar dat doe ik bewust omdat elke beschrijving ervan tekort schiet. Het was heel heftig en het overviel mij. Door een heftige drugs-ervaring werd ik intens bang en zocht ik manieren om van de angst af te komen. Toen schoot mij te binnen dat ik misschien wel bij ‘het geloof’ moest zijn. Ik wist er bijna niets meer vanaf, maar uiteindelijk lukte het me om een eenvoudig gebedje te doen. Ook daarbij kreeg ik een bijzondere ervaring en in de heftige weken daarna maakte ik intense ervaringen mee. Nu kan ik zeggen met de dichter van psalm 107: God greep in en redde mij nadat ik tot hem riep (psalm 107:10-16). Natuurlijk was het voor mij ook verrassend dat een tekst van zo’n 3000 jaar geleden herkenbaar wordt in het hier-en-nu. Maar dit was niet de enige bijbeltekst die knallend binnenkwam. Al deze ervaringen overtuigde mij van de persoonlijke betrokkenheid van Jezus op mijn leven en gaf me een beginnend vertrouwen in God.
Enkele maanden (en de rest van mijn leven) was ik bezig om dit te plaatsen in mijn leven. In evangelicaal jargon: dat ging niet zonder strijd. Maar zonder strijd geen overwinning =) Soms voelde ik mij te slecht en dacht ik dat God mij afwees, maar steeds meer besefte ik dat God anders dacht dan ik en dat zijn liefde onbegrijpelijk groot is. Door dit groeiende besef kwam ik uit deze moeilijke periode. In gereformeerde kringen zouden ze dit misschien een bevindelijke bekering noemen.
Vooral als ik de bijbel las dan leek het wel of de woorden soms als een heldere gloeilamp licht lieten schijnen over mijn ervaringen. Ik kreeg woorden aangereikt om te benoemen. woorden van meer dan 1900 jaar geleden (even de vertalingsdatum terzijde latend). Dat was een bizarre ervaring. Ik moest aanvankelijk erg wennen aan kerk en ‘gemeenschapsleven’. Ik had mezelf immers een straatvechtersmentaliteit aangemeten en kwetsbaarheid & openheid zaten niet in mijn repertoire. Maar gelukkig waren er mensen met soortgelijke achtergrond waar ik mij aan op kon trekken. Mijn oude vrienden vonden dit maar vreemd. Ik kon niet meer meegaan in hun levensstijl en zei hadden waardering voor mij, maar gingen door in het oude patroon. Dat ging toen niet meer samen.
In mijn jeugd las ik weinig boeken. Pietje Bel was mijn held en daarnaast las ik nog wat Kameleon en stripboeken. Dat veranderde toen de voorganger/dominee waar ik toen contact mee kreeg zei, dat ik maar veel studie van de bijbel moest maken, want dat zou van positieve invloed zijn op mijn verdere studie. Dat heeft me mede er toe aangezet om veel te lezen. De bijbel raakte voor mij niet uitgeput en ik las me suf in andere moeilijke boeken om te snappen wat er met me was gebeurt en hoe ik nu verder kon leven in een wereld die voor mij aan het veranderen was. Ik had behoefte aan veel houvast die ik zocht in theoretische boeken, maar voor mijn ontwikkeling was het misschien beter geweest als ik wat meer romans had gelezen =) In mijn gesprekken met mijn kerkgenoten en mijn oude vrienden deelde ik iets van mijn ervaringen, hoewel dit ook maar beperkt kon.
Ik had ook veel periodes dat ik twijfelde aan mijn ervaringen. Ik was immers bekend met drugservaringen, hallucinaties en de bedrieglijkheid van de menselijke geest. Dit bracht me tot een zoektocht naar waar(achtig)heid en verdiepte ik mij kritisch in wetenschappelijke theorien over de menselijke geest. Eerst psychologie en mij bewust wordend van de geldende mensbeelden in de diverse psychologische scholen, stak ik door naar filosofische stromingen. Hierdoor ontstond er een boeiende dynamiek tussen mijn indrukken daar en mijn indrukken bij het lezen van de bijbel. Ik verhuisde van Katwijk naar Amersfoort om hier bewust mee aan de slag te gaan op de Evangelische Hogeschool. De pogingen daar om mij op te leiden tot creationist, bouwend op een fundament van christelijke wijsgerige overtuigingen, hadden niet het effect wat mijn docenten voor ogen hadden. De vragen naar vooronderstellingen vond ik zeer boeiend, maar de antwoorden die ik daar kreeg overtuigde mij weinig. Toch heb ik ondanks deze eenzijdigheid veel geleerd van de opleiding. Al is het maar om goed te studeren en de zoektocht voort te zetten naar de dynamiek tussen gevoel, geloof en verstand.
Studie en ontwikkeling
Op de EH maakte ik de sprong naar HBO niveau en deed ik in mijn scriptie een poging om de afweermechanismen van Sigmund Freud op een christelijk wijsgerige antropologie te enten. Dit was een voorstel van mijn docent dr. Ouweneel. Dat was een ondoenlijke opgave, maar mijn docent was blij en de redactie wilde mijn scriptie in de schoolkrant zetten (Bijbel&Wetenschap). Tot mijn verbazing zat ik ook nog eens bij de 50% geslaagden van mijn EH jaar, waardoor ik voldoende motivatie kreeg om verder te studeren aan de Sociale Academie (HSAO). Deels om mezelf te vormen op een sociale manier en deels omdat ik de indruk had dat ik met mijn achtergrond mensen moest helpen met drugsproblemen. Andere mensen helpen was iets wat ik van mijn ouders had geleerd.
Mijn studie aan de HSAO (maatschappelijk werk) in Ede was enorm vormend, maar werd ook meer de achtergrond van de andere dingen waar ik mee bezig was. Ik las onder meer de Joodse Rabbijn/filosoof A.J. Heschels “God zoekt de mens” wat voor mij een intense ervaring was. Naast een beginnende relatie en veel studentenpret, begon ik met mijn huisgenoot een sfeervolle en open bijbelstudieclub in ons studentenhuis.
Later op een CHE-leesclubje bij de enthousiaste dr. Johan Hegeman thuis, leerde ik van de Amerikaanse filosoof Nicholas Wolterstorff het postmodenisme kennen. Ook leerde ik door “rede binnen de grenzen van religie” waarom mijn EH-scriptie een ondoenlijke opgave was geweest. “Kennis is niet het huis wat wij bouwen, maar het huis waar we reeds in wonen!” `zei Wolterstorff… Had ik dat maar eerder gehoord…
Ook kreeg ik inspiratie door een een interview met Stephen Toulmin in “Een schitterend ongeluk” van de VPRO en las ik met veel interesse Fritjof Capra’s holistische paradigma-veranderingen van een bouwwerk naar een netwerk metafoor voor de natuurkundige wetenschap. Hierdoor leerde ik over de randen van het menselijk kennen en leerde ik de oude paradigma’s op hun ‘verzwakte’ waarde schatten. Zo kreeg ik veel sympathie Wolterstorff’s regulerende overtuigingen die bij iedereen een rol spelen in kennis ontwikkelingen. Deze visie vond ik heel praktisch en relationeel met meer openheid naar andersdenkenden. Hier valt natuurlijk nog meer over te zeggen…
Door deze ervaringen en door mijn ervaringen van evangelisatiewerk op camping de Betteld waar ik mijn vriendin/vrouw ontmoette, raakte ik enthousiast om een een actief kerkelijk leven te leiden. Dit was een kerk met een ‘behoudend evangelisch’ signatuur. Ook buiten de kerk hield ik mij bezig met geloofsactiviteiten. Zo bezocht ik oude vrienden en nieuwe vrienden en had ik pastoraal contact met mensen die ‘op mijn weg kwamen’. Ik raakte ook betrokken bij evangelisatiediensten waar ik mijn getuigenis vertelde, pastoraat op EO-wervelwindweekenden en zomers op camping de Betteld. In mijn kerk stapte ik van tienerwerker over naar pastoraat en ontwikkelde ik modellen, begeleidde ik de pastorale werkers en schreef ik visie-stukken naar het model van Christian Schwarz. Ik preekte af en toe en kreeg het vertrouwen van de mensen om als oudste te functioneren.
Crisis
Ik denk dat de eerste tekenen van mijn crisis zichtbaar werden in het besef dat ik een problematische scheiding voelde tusen mijn gevoel en mijn verstand. Ik wist van alles, maar mijn emotionele leven was armoedig. Door “een schitterend ongeluk” van de VPRO waar Toulmin sprak over de schadelijke gevolgen van Descartes, besefte wat er met me aan de hand was. Ik leefde in mijn hoofd en mijn denken was mijn tempel geworden! Dit was te beperkt om te kunnen leven en beperkt om mij verbonden te voelen met de mensen om mij heen. Maar deze diagnose was nog geen therapie.
Toch werd mijn ervaring van deze scheiding minder naarmate ik er bewust mee omging. Ik was al een fervent muziekliefhebber wat mij ook altijd weer in mijn beleving bracht en paradoxaal genoeg ging ik ook te rade bij boeken over geloofsbeleving en spiritualiteit. Mijn geloofservaring verbrede zich in mijn denken en mijn voelen die mijn daden met meer energie op stoom brachten. Maar dit gaf ook spanningen met mensen die dit niet konden waarderen. Beleving heeft immers voor veel mensen iets beangstigends, bleek! Vooral als je soms ook je twijfels en je angst serieus neemt.
Mijn verdieping in paradigma’s en mijn moeite met cartiaanse rationaliteit, brachten mij bij de postmoderne denkers. Ik noemde al Toulmin (tijdelijk postmodernist), maar ook Derrida, Rorty en de boekjes over het postmodernisme van Van Peursen en Lindijer.
Maar een crisis van enkele jaren moest ik nog meemaken om verder te komen…
De beleving van mijn eenzaamheid werd versterkt door een aantal prive-ervaringen. Mijn teleurstelling en mijn cynisme namen toe, zodat mijn activiteiten in de kerk stopte en ik mijn troost niet langer zocht in de kerk. De bijbel werd voor mij een gesloten boek. Ik had geen verlangen meer naar God en de bijbel. Dat werd een donkere periode met moeilijke consequenties voor mijn priveleven en mijn huwelijk. Veel gesprekken met vrienden en deskundigen brachten me bij thema’s waar ik moeite mee had. Zo leerde ik weer een beetje met mezelf en met mijn vragen leven, maar had geen behoefte aan geloof, God en de kerk. Een belangrijke ervaring hierbij was het moment dat ik weer de bijbel pakte en bij het lezen van psalm 119 weer een soort verlangen voelde opkomen. Dat had ik lang niet meer gevoeld. Een ouderling uit mijn vroegere kerk – met wie ik dit enthousiast deelde – fronste zijn wenkbrouwen en keek alsof hij mij swahili hoorde praten. In de dagen die volgden las ik psalm 73 vs 16 en 17 en kreeg ik zoiets als een godservaring, waardoor ik besefte dat God mij nooit had verlaten en altijd bij me was. Een troost voor de diepe eenzaamheid die ik in die tijd meemaakte. Deze ervaring raakte mij enorm.
Een nieuwe weg
Deze ervaring gaf me de hoop om mijn zoektocht weer op God te richten en het lezen van de bijbel. Ook deze zoektocht deelde ik met mensen om mij heen, maar in de gesprekken met mensen van ‘vroeger’ ontdekte ik ook dat er wezenlijk iets veranderd was. Er waren er die het inspirerend vonden voor hun eigen zoektocht, maar bij anderen had ik het gevoel dat ik als bedreigend werd ervaren. Ik had steeds meer het gevoel alsof ik er niet meer in het oude wereldje paste. Na een kerkloze periode begonnen we als gezin een soort van kroegentocht van kerk naar kerk in onze woonplaats. Ik vond dit zeer boeiend, maar het gaf ons geen gezamenlijke uitweg. Even was er de gedachte om iets nieuws ‘emerging’ in mijn woonplaats te beginnen, maar behalve van mijn zwager Johan die ver weg in Soest met vrienden een soort EC was gestart, kreeg ik geen bijval. Ik had niet de energie en de moed om weer een voortrekker te zijn. Wel raakte ik tijdelijk adviserend betrokken bij een initiatief in een Edese achterstandswijk, maar als gezin kozen we voor een rustige start in een baptistengemeente. Een keuze waar ik nu goed mee kan leven en zelfs weer kan genieten van de positieve uitwerking in ons gezinsleven. Ik zie geen grote rol voor me weggelegd, maar in het contact met de mensen om me heen krijg ik weer wat aansluiting. Ook op punten waarin ik veranderd ben in mijn geloof. En dat is een heilzame ervaring.
Een andere lijn die als een soort trapleuning naast mijn crisis liep was de lijn van de Benedictijnse traditie. Nadat ik Anselm Grun had ontmoet tijdens een tv-opname (2000), begon ik met het lezen van zijn boeken en de boeken van Henri Nouwen. Juist deze mannen en hun Benedictijnse traditie gaven mij aanknopingspunten om het geloof steeds meer in de breedte van mijn leven een plek te geven. Anselm Grun noemde dit ’spiritualiteit van beneden’. Dit vond hij nodig na een tijd van overwegend “spiritualiteit van boven”. Nu was het van belang om geen nadruk op grote krachtige geloofsinhoud te leggen, maar aansluiting zoeken bij je ervaring. Het leven waar het denken achteraan loopt. Aanknopingspunten die ik ook ontdekte bij Leanne Payne (PCM). In mijn leven heb ik dit leren integreren, maar ik merk dat ik hierin nog verder kan groeien waarbij ik hoop dat dit in mijn blogjes ook is te merken. Daar werk ik nog aan.
Ik was dus al begonnen te lezen in Benedictijnse literatuur en zo ontdekte ik steeds meer dat ik bij de liefde moest zijn. Deze weg van de liefde werd bevestigd door veel dingen die ik las en tijdens gesprekken met mensen. Het was uiteindelijk ook de liefde die mij uit mijn crisis haalde. De eenzijdige gerichtheid op mijn onvervulde idealen hadden een gefrustreerde kip van me gemaakt. De liefde richtte me weer op God en de ander. Ik kreeg weer voldoening door iets voor anderen te betekenen en kon steeds beter over mijn frustraties heen stappen.
Dit was niet helemaal nieuw. Bij mijn eerste geloofservaring in 1988 werd ik ook bewust van liefde die ik een nieuwe plek moest geven in mijn leven. Dit naar aanleiding van Please van U2, met de zin “…but love is not what you thinking of.”. Nu merkte ik wederom dat ik deze liefde een nieuwe invulling moest geven in mijn leven met mezelf en met anderen. Toen en ook nu weer. Zo heb ik weer herontdekt dat de liefde boven alles uitgaat, zich niet laat vatten en mij uitdaagd om ‘haar’ weg te gaan.
De weg van de liefde is wat ik nu probeer na te streven en die ik wil stellen boven alles. Naar mezelf toe en naar de ander of Ander. Zowel in mijn geloven als in mijn denken als in mijn doen. Al had ik de liefde niet dan was ik niets… 1Kor13:1>
Zwak geloven is voor mij een levensweg geworden in de liefde. Een liefde die zich uit in respect en geduld, met mezelf en met mijn naaste. Door de Benedictijnen ook wel deemoed genoemd. Een liefde die de stelligheid verzwakt en niet algemeniseert. Een liefde die ruimte laat voor de ontdekkingstocht van mezelf en van anderen. Een liefde die de ander zoekt en soms ook de aansluiting vindt. Een liefde die ik weer na lange tijd heb herontdekt in mijn leven, na ervaringen van succes, maar vooral na ervaringen van crises; door ontmoetingen en gesprekken met inspirerende mensen en het lezen van hun literatuur en het herinterpreteren van de bijbel. Hier horen ook mensen bij die ik niet met name noem. inspirerende vrienden, kennissen en mensen die ik door mijn werkzaamheden kon ontmoeten.
Zwak geloven lijkt mij een pleonasme. In bijbelse betekenis lijkt geloven al zwak van betekenis. Geloof is volgens Hebr 11:1 de grondslag voor alles waarop we hopen het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. Geloof is voor mij vertrouwen en vertrouwen is ook een kwetsbaar gebeuren. Ik wil hier voorzichtig zijn met het aanhalen van bijbelteksten, want vanuit mijn zwakke geloof heb ik de indruk dat er geen externe gezagsbron is die op zichzelf staat. De bijbel is voor mij niet gezaghebbend zonder meer. Mijn zwakke geloof gaat uit van een wisserwerking tussen woord en geest met hoofdletters en kleine letters. Een dynamisch samenspel in wat ‘van boven’ en ‘van beneden’ komt. De overtuiging vindt plaats in mijzelf en daarin meen ik – op een gegeven moment – het werk van Gods Geest te zien zoals ik dit lees in 1 Joh 2:27. Niet op een geforceerde manier, want ik ervaar hierin veel ruimte. De liefde staat in alles voorop. Dit is voor mijn zwak geloven essentieel geworden. Het geeft me de tijd en de ruimte die ik nodig heb en zo wil ik mij ook opstellen naar anderen.
Van Katholieke geloofsgenoten heb ik geleerd dat er veel zachtmoedigheid en veel geduld nodig is in het spanningsveld tussen “dogma en praxis”, tussen leer en leven.
In mijn relatie met anderen wil ik respect zoeken en de anderen ruimte geven. Dit is ook mijn gevoeligheid. Ik wil aansluiting zoeken in plaats van met mijn stelligheid anderen van mij af duwen. De ander kan wel eens gelijk hebben, zei Paul Ricoeur eens. En dat is vaak toch minder vanzelfsprekend als we soms denken. Mezelf voorop!
In de bijbel lees ik dat geloven ontstaat vanuit de zwakheid van mensen en dat herken ik in mijn ervaring. In mijn gesprekken met anderen heb ik herkenning gevonden dat meer mensen in zichzelf niet vinden wat ze zoeken en dat ze geen ‘compleetheid’ in zichzelf kunnen zijn. Alles in de mens schiet tekort en is gebrekkig (sorry, voor de algemenisering). Dit kom ik in onze omgang met anderen en in verlangens die in mij aanwezig zijn. We hebben anderen nodig. Kijk maar naar de manier waarop een mens kinderen verwekt. Het samenspel tussen mensen kan hierin juist ontroerend zijn. Maar de leegte en het verlangen blijven en zoeken hun weg. Dit is door sommigen ook wel “het lege-gat-syndroom” genoemd. De mens heeft andere mensen nodig, maar de mens heeft ook God nodig om tot bestemming te komen. Mijn hart is onrustig, tot het rust vindt in U, mijn God, zeg ik Augustinus na. En zo beleef ik het soms. Augustinus, die ook de liefde centraal stelt in zijn kloosterregel.
Deze zwakheid lijkt voor veel mensen ook onverteerbaar. Friedrich Nietzsche is iemand die veel woorden aan zijn afkeer voor zwakheid heeft gewijd. In de afkeer van deze zwakheid ligt voor mij ook de afwijzing van de liefde. Zo herken ik het wel bij mezelf. De bijbel noemt ergens ook dat je de liefde tot de waar(achtig)heid kunt afwijzen (2Thes.). En dat is precies wat ik bij mezelf ervaar. Als ik mijn zwakheid wil vermijden kom ik niet tot waarachtigheid. Ik ga mezelf forceren en forceer daarmee ook anderen. En dat is wat ik ook ervaar als ik Nietzsche lees. Maar ik weet niet of ik hem daarmee voldoende recht doe.
Met “zwak geloven” wil ik positie innemen waar ik sta in mijn geloof. ‘Positie’ en ’staan’ klinken alweer erg sterk. Ik ben immers altijd in beweging en aan de wandel.
Zwak geloven is mijn manier van geloven waarmee ik – als kind van mijn tijd – wil aansluiten bij gelovige- en niet gelovige mensen om mij heen vanuit mijn eigen ongeloof en geloof in God.
Gastvrijheid
Omdat ik de ander wil ontmoeten kan mijn geloof niet te sterk zijn. Met een ’sterk geloof’ overschreeuw ik ook mijn eigen ervaring van zwakheid en ontbreekt de gastvrijheid om de ander te ontvangen zoals hij/zij is. Ik ben immers niet compleet en daarom ontvankelijk voor aanvulling. Mijn zwakheid staat me (meestal) helder voor de geest en maakt me ook meer ontvankelijk voor de ander/Ander.
Dat is best spannend. Hierbij ben ik vooral een ’seculier’ mens met leuke en minder leuke kanten. Maar ik zie het als noodzakelijk om de liefde die ik van God heb ervaren in Jezus Christus een plek te geven in mijn contact met mensen om mij heen. Niet als een christelijk kunstje of een evangeliserend truukje, maar als de enige manier voor mij om oprecht vanuit mijn (on)geloof te leven. Alles valt te verzwakken in het contact met anderen en als ik naar mezelf kijk. Alleen de liefde kan nooit worden verzwakt of gerelativeerd. De liefde is voor mij altijd weer de sleutel gebleken om met mezelf en anderen te kunnen leven.
Vanuit een zwak geloof, zie ik ook een zwakke theologie, zwak kerk zijn, een zwak pastoraat, een zwakke missie, etc, etc. Misschien kan mijn manier van denken en doen ook wel worden getypeert als poldergeloof. We leven met elkaar en zijn met elkaar verbonden. Deze verbondenheid vraagt om liefdevolle zorg voor elkaar en voor de omgeving waarin we leven.
Zwak geloof in de bijbel
Dit kan voor ’sterke’ gelovigen misschien te weinig zijn, maar ik zie geen bijbelse aanleiding om het geloof op een andere manier in mijn leven vorm te geven, dan op de zwakke manier. De kleine kracht van de gemeente in Filadelfia (Openbaring 3) bleek immers genoeg voor God om ze tot een stevige zuil te maken en Paulus spreekt er veel over in zijn 2de brief aan de Korintiers: Gods kracht wordt in onze zwakheid zichtbaar. Paulus die in de christelijke traditie en de hedendaagse vrijzinnigheid vaak onterecht word neergezet als geestelijk moraliserende krachtpatser… Zo heb ik hem niet leren kennen.
Paulus had ergens last van en vroeg God om dit bij hem weg te nemen. Na drie keer te hebben gevraagd zei God tegen Paulus: Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid. Na deze ervaring leert Paulus zelfs om blij te zijn met zijn zwakheid, omdat dit de enige manier was dat de kracht van Christus in hem zichtbaar kon worden (2Kor.12:8-10)
Alleen een ‘zwak geloof’ is voor mij bestand gebleken tegen levenslijden. Mijn overmoed, trots en hoogmoed richten mijn aandacht van het onaanzienlijke lijden af. Maar mijn zwakke geloof brengt me bij het lijden die mijn verbondenheid met Jezus uiteindelijk heeft verdiept. Mijn eenzaamheid en pijn kan immers opgaan in Zijn eenzaamheid en pijn.
Gianni Vattimo en het postmodernisme
Ik ben niet de eerste die het woord ‘zwak’ aan mijn geloof verbind. De Italiaanse filosoof en europarlementarier Gianni Vattimo (zie kantlijn) heeft eind vorige eeuw al in Italie al een beweging op gang gebracht met de naam ‘het zwakke denken’. Ik vond bij hem herkenning van mijn ervaringen en bij hem vond ik ook inspiratie om er woorden aan te geven. Hij bracht mij ook wel wat stappen verder. Vattimo liet in zijn jongere jaren zijn katholieke traditie achter zich en werd frontman in het postmodernisme, vriend van Derrida en Rorty en ontdekte later dat zijn christelijke traditie toch het beste bij zijn postmoderne socialistische waarden paste. Toen een/de vriend van Vattimo kwam te overlijden heeft hij zich weer tot het christelijke geloof gekeerd. Nu is hij een ‘anti-paapse katholiek’ en noemt hij zich laat-modernist ipv postmodernist omdat een radicale breuk met de moderniteit niet realistisch is (gebleken). Hij zoekt weer voorzichtige/zwakke verbinding met (oude) tradities vanuit een christocentrische beleving waarbij de metafysica is verzwakt. Vattimo ziet de menswording van God als het einde van de metafysica, of op zijn minst een verzwakking. Jezus verdreef de metafysica, die de vroege kerk helaas weer via de Grieken binnenhaalde. (vgl. ‘het woord is geest geworden’).
(-)
Paradigma-shifts en belevingsverruiming
Naast de ‘paradigmalijn’ via Wolterstorff loopt er ook een ‘belevingslijn’ via Joodse denkers als Heschel, Buber en Levinas door meer existentialistisch en fenomenologisch vaarwater. Een sfeer waarin de harde rationaliteit al werd verzwakt door interpreteren en getuigen. En ook via de Frans-joodse filosoof Gabriel Marcel die misschien wel een ‘verborgen’ kracht is geweest voor velen (zoals Levinas en Sartre) tijdens zijn wekelijkse huiselijke bijeenkomsten in Parijs. Bekeerd als seculiere Jood tot het katholieke geloof, volgde hij (onwetend-naar eigen zeggen) het spoor van Kierkegaard en ontwikkelde gelijktijdig met Martin Buber zijn Ik-Gij concept in een christelijke jas. Dat Marcel zich geen christelijk filosoof wilde noemen had te maken met zijn ‘anti-metafysische’ houding. Zijn vertrekpunt was zijn ervaring. Daarin was hij op latere leeftijd ook God tegengekomen. Een anti-metafysische houding die ook in deze tijd weer van zich laat horen.
Ook maakte Marcel de fenomenologische cirkel rond in de richting van hermeneutische interpretatie. Van “hebben naar zijn” en weer terug, noemde hij dit. Veel later gaf Kolb in zijn leercirkel een agogische variant van deze hermeneutiek. In wat Marcel onder “hebben” verstaat, herken ik Vattimo’s “seculiere ruimte”. Onlang hobbelde Taylor daar nog achteraan met zijn lijvig boekwerk “Een seculiere tijd”. Op dit moment nummer 8 in de non-fictie boeken top 10. Ik heb de indruk dat de boodschap daarin weinig verschilt met de veel eerdere boeken van Vattimo. Maar ik heb het nog niet gelezen. Misschien wordt Taylor wel een aanleiding om Vattimo nu ook eens/weer te vertalen en uit te geven.
Bij Wolterstorff proefde ik ook al waardering voor de gezamenlijke (seculiere) ruimte waarin ik als mens onder de mensen kan zijn. Maar het was Vattimo die dit ook nog eens een christocentrisch uitgangspunt geeft door te verwijzen naar Christus die zich voor ons had geseculariseerd en zelfs genihiliseerd (fil. 2:6+7).
Ik noem nog mensen als Kierkegaard, Karl Barth (en volgelingen), Dietrich Bonhoeffer, Stephen Toulmin, Van Peursen en de heldere boekjes over het postmodernisme van Lindijer. Bij Vattimo vond ik meer een aansluitend vocabulair en kreeg ik meer vrijmoedigheid om dit in hedendaagse woorden met anderen te delen.
Mijn zwak geloven is ook een reactie op de tijdgeest. We hebben het postmodernisme zo’n beetje achter ons. Het is nog niet verdwenen, maar het lijkt me afgezwakt sinds 9/11 ons de stuipen op het lijf heeft gejaagd. Vanuit een soort maatschappelijke angst kreeg men weer behoefte om zich wat fermer op te stellen. En omdat de ‘vijand’ dichtbij is, heeft men ook de neiging om in eigen land de nationale identiteit te versterken. “Trots op Nederland” zie ik als een gevolg hiervan, maar ook in andere partijen als de PVV en de VVD klinken reacties die hier uiting aan geven. En daar heb ik veel begrip voor. Angst is mij niet vreemd.
Postmodernisme roept het einde uit van het modernisme, net zoals post-kolonialisme en post-eurocentrisme en postchristendom een tijdperk bezweren. Daar zie ik weinig heil in en dit lijkt me ook niet juist. Deze bewegingen lopen door, zij het wat afgezwakt.
Mijn ‘zwak-geloven’ wil dan ook een reactie zijn op postmodern geloven. Ik hoop bij te dragen aan een besef dat we nooit kunnen breken met het modernisme. We staan op de schouders ervan en ook het modernisme is een wortel in ons wortelstelsel. De liefde zoekt verbinding en brengt me hierbij ook bij de beleving van mijn loyaliteit. Er zijn immers nog steeds mensen om mij heen die “modernist” zijn of “postmodernist”, waardoor de naastenliefde in mij ook weer de verbinding zoekt met deze ‘naasten’. Toch kunnen we ook niet onbevangen meer terug, lijkt me. Daarvoor zijn de gebreken van modernistisch geloven voor mij en voor velen onoverkomelijk geworden. Zwak geloven wil het modernisme verzwakken zodat het niet meer imponeert, algemeniseert of dwingt. Dit kan volgens mij door te wijzen op de cruciale rol van de interpretatie en de hermeneutiek. Maar de kern blijft voor mij de liefde die de ander hoger plaatst dan zichzelf en die alles hoopt en ruimte maakt. Ruimte voor de persoonlijke interpretatie van de enkeling. Geen angst om eigen overtuigingen te verliezen of op een hellend vlak terecht te komen, maar liefde voor elkaar in relatie tot onze levende Heer. Dit kan – volgens mijn interpretatie van Ef 3:16 > – vooral als we leren om eerst persoonlijk “te wortelen” in de liefde.
Zwak christendom
In mijn beleving is het christelijk geloof altijd al zwak bedoeld. Ondanks de sterke, overheersende uitwassen in de geschiedenis heb ik de indruk dat Jezus altijd al een zwak heeft gehad voor de kwetsbare mensen in de samenleving. Hij heeft zich in het contact met hen niet als sterke gepresenteerd. Hij is zelf zwak geworden en heeft zijn Godheid afgelegd en zich vernederd door uiteindelijk naakt aan een kruis de ultieme zwakheid te laten zien. In deze (onschuldige) zwakheid kwam alles samen en heeft Hij rechtvaardigheid bewerkt en kracht laten zien, maar ook schoonheid en de noodzakelijkheid van het een-voor-allen, wat Rene Girard heel herkenbaar beschrijft in zijn boeken. Jezus heeft zo ook de gewelddadigheid en de gruwelijkheid laten zien van mensen en machten die er op los gingen in zijn onschuld. Hij is zwak geworden tot stervens toe. Zo kon hij de dood vernietigen en zo de macht van de tegenstander van God uitschakelen, lees ik in mijn bijbel.
Met Pasen gedenken we zijn opstanding. De opstanding van toen en de betekenis van zijn opstanding voor nu, Zijn opstanding in mijn eigen leven. Jezus is het begin geworden van een nieuwe generatie mensen en heeft vele nieuwe beelddragers en vertegenwoordigers zijn Geest gegeven in wat wij nu kerk noemen. En dan noem ik gelijk iets wat in deze tijd problematisch is geworden. Is de kerk in deze tijd nog wel kerk? Of is dat beeld niet teveel verzwakt om nog een uitdrukking te kunnen zijn van Gods grote liefde voor mensen. Ook dat wil ik op deze blog voorbij laten komen.
Ik hoop dat jij als lezer veel mag bijdragen aan deze blog. Je bent meer dan welkom om te reageren en ik ben blij als je mijn bijdragen wilt lezen. Ik hoop dat je er iets aan hebt, net zoals ik hoop dat ik iets aan jouw bijdragen hier zal hebben.
Ronald
boeken:
God zoekt de mens, Abraham Joshua Heschel, uitgeverij Haan
Zijn en hebben – Gabriel Marcel – Bijleveld, 1960
Homo Viator – GabrielMarcel – Bijleveld, 1960
ik en jij – Martin Buber – (oude vertaling “Ik en gij”) – Uitgeverij Bijleveld
Open u hart – Henri Nouwen
Spiritualiteit van beneden – Anselm Grun
De regel van de liefde, over de volgelingen van Augustinus – M. Schrama
Zoeken naar God, de weg van Benedictus – Esther de Waal
Postmodern bestaan – Coert Lindijer
Op verkenning in een postmodern landschap – Coert Lindijer
(met een bespreking van Vattimo)
Boeken met Vattimo:
God en de Godsdienst – met Vattimo , Gadammer en Derrida – Kok Agora 1997
Een zwak geloof – met Gianni Vattimo, Ger Groot, Donald Loose en Frans Vosman
De toekomst van de religie – Richard Rorty en Gianni Vattimo – Pelckmans en Klement 2006
Waarheid of zwak geloof – Rene Girard en Gianni Vattimo – Pelckmans en Klement 2008
Geweldige boeken, maar nagenoeg uitverkocht:
Het woord is geest geworden – Gianni Vattimo – Agora Kampen 2003
Ik geloof dat ik geloof – Gianni Vattimo – Boom 1998
Website
http://www.giannivattimo.it (met een blog van GV die te vertalen valt)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gianni_Vattimo