zwak geloven

langs de randen van geloof en ongeloof


Een reactie plaatsen

The circle of life – levenshermeneutiek (2)

Van diciplinaire methode naar de ervaring van het leven
In mijn vorige blog heb ik een ruwe aanzet gegeven om tot een soort bewustwordingscirkel te komen van waarnemen, interpreteren, bezinnen, kiezen, doen. Deze benadering is op diverse activiteiten al toegepast. In de in de psychologie, kunst, etc. etc. In de filosofie is deze benadering ontwikkeld onder de naam hermeneutiek. Hermes was volgens Griekse verhalen de boodschapper van Zeus.

Aanvankelijk was hermeneutiek een methode om literatuur te interpreteren en later werd het een algemene kennis methode (Dilthey) tot een manier om te leven (Gadamer). Tenminste dat is wat hij op het oog had, maar niet uit de verf is gekomen. Deze hermeneutiek werd opgepikt door verschillende menswetenschappen. VU-filosoof Theo de Boer schreef een boekje met de naam hermeneutische psychologie. Dit boekje had nog weinig zichtbaar effect. Het werd vooral opgepikt door de meer practice-based methodiek.

Ik heb dit in de hulpverlening zien werken met veel enthousiaste werkers met goede resultaten. Mensen die er hun methodiek aan ophangen zijn Roel Bouwkamp en Sjef de Vries die toch worden gezien als grondleggers van de psychosociale therapie en topmensen in het agogische vak. Hun ervaringsgerichte benadering was het therapeutische antwoord op de problematiek van mensen met weinig inzichtelijke vermogens.

In dit blog wil ik deze methode eigenlijk ontmethodiseren door het toe te passen als een manier van leven. Daarom noem ik het maar even levenshermeneutiek. Niet de meest eenvoudige term, maar wel eenvoudig bedoeld. Want zo ontdek je misschien dat het zo voor de hand liggend is en zo simpel. Misschien heb je het altijd al gedaan, maar nooit zo benoemd =) Nu nog eenvoudig uitleggen…

Levenshermeneutiek betekent eigenlijk gewoon bewust leven in de volle breedte van je ervaring via de bezinning, doorwerkend naar je gedrag. Het helpt dan om de ervaringscirkel telkens weer rond maken (zie vorige blog). Vanuit de waarneming naar de interpretatie, naar de overdenking, naar de beslissing of gedragskeuze, naar het doen, naar de waarneming, naar de interpretatie etc. etc.

Deze cirkel is altijd heel persoonlijk omdat jij waarneemt, interpreteert, denkt, doet zoals je bent met al je ervaringen en je overtuigingen. Wanneer je de overtuiging hebt dat er “meer is tussen hemel en aarde” kunnen je interpretaties daar rekening mee houden. Het zichtbare heeft dan nooit het laatste woord. Maar ook wie jij bent, krijgt invloed op je interpretatie. Dat zou je in sommige gevallen projectie kunnen noemen.

Voor Freud was projectie een afweermechanisme die hij ongezond vond, voor zijn ‘leerling’ Fritz Perls was projectie een manier van contact maken: zonder projectie is er geen contact mogelijk. Zo ook in onze interpretatie. Hoe vaak denken we niet bij een neergeslagen blik: hij zal zich wel rot voelen, of hij zal wel naar huis willen. Dit zien we niet, dit vullen we zo in, omdat dit zelf in ons opkomt. Dat is de kern van projectie. En dat is okay als je daarna maar wel een proces aangaat waarin je ontdekt of het iets van jou is of iets van de ander. Als de ander bij navraag je vermoeden bevestigd, dan was het dus meer dan een projectie. Dan klopt je invulling en zou je het contact kunnen noemen. Dit is geen psychologische gezwam, maar gewoon wat er tussen mensen gebeurt. Iets wat je zelf na kunt gaan. Probeer dit ook dus echt in je eigen ervaring te herkennen. Zo niet dan laat je het voor wat het is…

Dit is wel al gelijk heel ingewikkeld. Zo komen we nooit de cirkel rond in de richting van het doen. Dit zegt misschien ook iets van mij, omdat ik bij Kolb meer aan de kant zit van waarneming naar denken. Dat vind ik al zo ingewikkeld, dat ik vaak niet meer aan de beweging van denken naar doen kom =) Daarom kunnen mijn blogs ook zo lang en saai zijn. Dan laat ik teveel na om de cirkel af te ronden. Anderen zijn weer sneller van het denken naar het doen. Maar de cirkel leert ons ook dat we elkaar nodig hebben als we zorgvuldig willen kijken, denken en doen.

Op dit moment zit ik achter mijn computer en zie ik woorden verschijnen op mijn beeldscherm. Ik voel mij wat moe worden want de klok slaat net bedtijd. Daarnaast hoor ik het geklik van mijn toetsen en op de achtergrond de aangename klanken van “My only love””” van Roxy Music.

Nu ik bewust wil typen wat ik ervaar en wat ik daarbij denk en doe, zie ik iets op mijn scherm wat niet klopt. Ik kijk nog even goed en zie dat ik misschien een leesteken ben vergeten. Ik zie alleen een aanhalingsteken-openen (“) en geen aanhalingsteken-sluiten (“) bij my only love. Daarbij vraag ik mij af of dit klopt met de regels der Nederlandse taal. Ik voel hierbij een licht minderwaardigheidsgevoel opkomen vanuit mijn ervaringen dat ik dit vaker fout deed en daarop werd aangesproken. Maar met een goed gevoel merk ik dat ik heb geleerd en al snel weet dat dit fout is. Daarom neem ik mij voor om aanhalingteken-sluiten (“) te typen waar dit nog niet staat. Ik moet alleen nog even kiezen wanneer ik dit nu doe. Nee, ik zit lekker in de flow, en ik besluit om dit pas aan het eind van dit stukje te doen en maak nu mijn zin af. Zo heb ik de hermeneutische cirkel rond. Dan typ ik het teken en zie het verschijnen op mijn scherm. Met trots en voldoening kijk ik naar mijn verbetering. En voor de zekerheid doe ik er nog twee bij =)

Daseinsanalyse
Dit is een zeer eenvoudig proces, maar als het kan natuurlijk zo diep gaan als je zou willen. Sommige ervaringen raken je ook op een dieper niveau dan zinnen die je ziet verschijnen op een beeldscherm. En hand op je schouder, een blik van je geliefde, een grom van je baas, een spreuk of bijbeltekst op het juiste moment, etc. De daseinsanalyse van Martin Heidegger is misschien wel een ingewikkelde vorm van een dergelijk diepe existentieel proces. Deze maakt me zelfs bewust van mijn angst voor de dood – tenminste, dat probeert hij – en doet mij de tijdelijkheid beseffen van mijn zijn waarin ik verbondenheid ervaar met mijn omgeving. Met het besef van mijn verbondenheid sta ik anders in het leven en ga ik mijn ervaring anders interpreteren. Ik ben verbonden met een wereld die zich geeft in mijn ervaring. Vervolgens geef ik woorden aan mijn verbondenheid. Daar draait het om bij fenomenologie en hermeneutiek.

Contact en intimiteit
Als het gaat om het contact met mensen is het mijn ervaring dat een bewust omgaan met dit proces ook het directe contact met de ander bevordert. Opmerken wat je ziet bij anderen, kan zeer verbindend werken. Vooral als dit complimenteus is. Probeer maar eens en merk op! =) Maar ook anderen spiegelen of vragen naar hoe deze cirkel bij hen verloopt kan leiden tot een goed gesprek. Gelijkenissen (gezamenlijke gedachten of daden) scheppen een band. In de hermeneutische cirkel overweeg je dan ook je verantwoordelijkheid in relatie tot taken en mensen en kiest gedrag wat daarbij past.

Wij maken hobbieclubjes met gelijkgezinden en dolfijnen doen elkaar na voordat ze tot de geslachtsdaad komen. Dat geldt vaak ook voor mensen als ze elkaar leuk vinden, leren gedragsdeskundigen ons. In het jargon van Gregory Bateson heet dit Het verbindend patroon.

Meer dan rationele interpretatie
Zeker als het om spiritualiteit gaat kan er in deze cirkel een ervaring plaatsvinden die verder gaat dan de rationele interpretatie van waarneming en de theoretische bezinning daarop. Ook intuities en gevoelens kunnen meedoen. Esthetisch genot als je een schilderij bekijkt of aromatische walging als je langs het toilet loopt, horen er ook allemaal bij. Dit maakt de ervaring compleet.

In de reflectie kunnen we er woorden aan verbinden die deze ervaring beschrijven en thematiseren. Dit kan via diverse “taalspelen”. Of we hier ruimte bieden aan dichterlijke vrijheid of stringente afspraken maken over ‘scientia’, hangt veelal af van de sociale groep waarbinnen we communiceren. We kunnen vervolgens verbanden leggen met andere gedachten en soortgelijke ervaringen. Met wijsheden die we hiermee associeren of met dwaasheid die we hierin zijn tegengekomen. Aansluiting of conflict met bestaande theorieen. Met songteksten, met bijbelteksten, met sprookjes, met kunstwerken, kleuren en geuren,  etc. etc. Dit hangt af wat er zich allemaal in ons referentiekader bevindt en hoe associatief ons karakter is en wat we voorrang geven. Zijn we daarin open of schermen we ons af omdat het anders teveel en te verwarrend wordt? Daar kan ook twijfel of schrik plaatsvinden die zelfs tot een (schiet)gebed kan leiden of tot hoofdpijn.

Als we uiteindelijk vinden dat we over voldoende informatie beschikken om een praktische keuze te maken, dan maken we een besluit voor een handeling en voeren we dit uit. Dat kan iets zijn wat we zeggen of iets zijn wat we doen of niet doen.

Bewustwording is van ‘zomaar-zijn’ naar ‘bewust-zijn’

Natuurlijk zijn dit wat aparte voorbeelden, omdat ze zeer persoonlijk zijn en vaak heel snel plaatsvinden. Misschien vinden we het ook heel erg vermoeiend om er op deze manier heel bewust mee om te gaan. Maar dat neemt allemaal niet weg dat een bewust proces van ontvangen (waarnemen) en geven (handelen) hierin kan helpen om tot betere afwegingen te komen en tot beter gedrag. Dit kan in onze omgang met dingen of bij wat we lezen of horen, maar dit kan ook in het contact met mensen die we tegenkomen. De ik-het-relatie en de ik-gij-relatie, in termen van Martin Buber. Bewust ontvangen en geven; luisteren en praten.

Bij Buber, maar ook bij Perls en andere exitentialisten zoals Kierkegaard en Heidegger, zien we dit proces ook in hun manier van leven terug. Of op zijn minst over hoe zij over het leven schrijven.

Specifieke toepassingen leiden tot beperking
Als we deze levenshermeneutiek gaan versmallen tot onze sociale praktijken waar we in functioneren, dan krijgen we te maken met de consensus in deze sociale praktijken. Daarin spelen ook diverse rationaliteiten. In een wetenschappelijke praktijk is de manier waarop je waarneemt zeer belangrijk. Wil je overtuigend bewijs leveren voor je aanname dan is dit aan regels gebonden die daar gelden. Experimenten moeten procedureel goed omschreven zijn en herhaalbaar, om maar iets te noemen. Maar dit is voor natuurwetenschappen weer anders dan bij de sociale wetenschappen of de theologie. Daarbij sluit je vaak aan bij een kennismethode of een logica die daar gebruikelijk is, maar daarmee schakel je niet je levenshermeneutiek uit. Je versmalt hem. Dit lijkt me een belangrijk besef.

Tenzij de Richard Dawkins heet en je hebt besloten dat je deze versmalling als bandbreedte kiest en je laat beperken door een natuurkundige hermeneutiek en al het andere als gevaarlijk bijgeloof beschouwt. Daar kan iemand voor kiezen, dat is zijn goed recht, wanneer hij op deze manier binnen ethische grenzen blijft met respect voor anderen. En ik sta mezelf vrijmoedig toe om mij aan zijn gebral te irriteren =)

Ook je werk, de sportclub, de kerk of de bijbelstudiegroep zijn aparte sociale praktijken. Je roept niet zomaar iets wat je op dat moment te binnen schiet. Dit hangt sterk af van je karakter of van de veiligheid die je ervaart. Je let op wat er in die context gebruikelijk is en stemt af. Afhankelijk van je karakter (spontaan of zorgvuldig) maak je een (korte) afweging wat is gepast in de sociale context of wat aansluit bij de situatie. Deze sociale praktijken waarin eigen regels gelden voor gedrag en denken zou filosoof Wittgenstein taalspelen kunnen noemen.

Bezinning
Al deze aanpassingen en beperkingen leiden er soms toe dat je aan bezinning toe bent. Meestal betekent dit dat je voorbij al deze beperkingen “out of the box” wil toekomen aan het geheel van je eigen referentiekader. Of zelfs dit referentiekader wilt verruimen om er weer “fris” naar te kunnen kijken. Zo werkt het bij mij. De ervaring van ruimte of stilte kan hierbij helpen, sommigen ervaren dit in kloosters of in wandelingen en anderen ervaren dit in verre reizen. Het gaat er dan om dat je weer fris aan je (nieuwe) aanpassingen kunt beginnen met nieuwe uitdagingen die aansluiten op je diepere verlangens.

Hermeneutiek en levensbeschouwing
Het maakt voor deze hermeneutische cirkel weinig uit welke levensbeschouwing je hebt. Alles wat je van daaruit meekrijg behoort tot de bril waarmee je waarneemt en de associaties die het oproept. Dit werkt ook door in het gedrag, maar ook in het ongereflecteerd gedrag. De gewoonten, zijn er al omdat je dit hebt overgenomen van je voorbeelden. Soms zelfs genetisch van je ouders.

Objectiviteit is in dit verhaal een onbereikbaar ideaal geworden. We hebben te maken met perspectieven en interpretaties, die we nooit kunnen losmaken van onszelf. En voor een gelovige is het vaak gezaghebbend wat zijn geloof aanreikt of wat hij mag ontdekken van het perspectief van God, zoals hij dit beleeft. Dit duwt niet al het andere opzij, maar dit heeft een plek in deze cirkel. En daar kan je bewust en kritisch mee aan de slag in je denken en in je doen (bijv. Rom 12:1 ev.). Nicholas Wolterstorff spreekt in dit verband over regulerende overtuigingen. Deze komen voor bij alle mensen en geven een ‘rangorde’ aan wat ze voor waar aannemen en waar ze zich door laten leiden.

En vanuit een christelijk perspectief is in dit alles Gods Geest actief die je interpretatie beinvloedt, je denken en je gedrag. Je laat zien wie Jezus is en je denken en doen daarin verandert in de loop van een vruchtbare samenwerking. De manier waarop is een ontdekkingstocht. Daarbij krijgen we niet alles te zien. Soms een glimp, soms helemaal niets. Als ik mijn bijbel mag geloven. “We zien door wazige spiegels in raadselen.”

Hermeneutiek in de bijbel
Ook bij de bijbelschrijvers zie ik dit proces plaatsvinden. Met hun eigen referentiekader maken ze ervaringen mee met mensen en met God en schrijven dit op. Een mooi voorbeeld zie ik in 1 Petr 1:10-12. Een geweldig inzicht in hoe dit werkte bij de profeten. Zij moesten dingen roepen en schrijven die ze zelf niet snapten, maar kregen te horen dat ze dit voor anderen moesten doen. Alle auteurs waren weer anders. Herder, visser, muzikant, belastingheffer, koning, gedetineerde, arts, farizeeer etc. een bonte verzameling aan schrijvers. Hun ervaringen schreven ze op en deze getuigenissen werden gekleurd door wie ze waren. En in dit alles werkt Gods Geest, zegt Petrus in zijn brief. Deze dicteert niet een boodschap (heel soms wel), maar deze schakelt alle eigenschappen in van de auteur. In hoeverre er vrouwelijk auteurs betrokken waren bij de bijbel, weet ik niet. Maar is ook minder belangrijk als je meeneemt dat de Geest van God meer is dan man of vrouw en ze beiden aanspreekt. En aangezien er nog steeds meer vrouwen dan mannen zeggen te geloven…

Hermeneutiek doet het meest recht aan getuige zijn
Dit is voor mij wat getuigen inhoudt. Bewust omgaan met wat je ervaart met je zintuigen, dit kritisch afwegen en woorden geven die daarbij passen. Dit betreft ook het aannemen van getuigenissen van anderen. Dat maakt een getuigenis ook altijd persoonlijk. En dat is voor mij primair voor christelijke spiritualiteit.

Goed… dit zijn maar gedachtenexperimenten. Hier is weinig nieuws aan en er zijn vast mensen die dit nog veel beter/preciezer hebben weergegeven dan ik dat nu doe. Ik merk dat de narratieve theologie hier ook dichtbij in de buurt zit, maar ik heb nog de indruk dat ze iets meer statisch zijn en beperkter. Het verhalende aspect lijkt me zeker belangrijk en mag goed worden uitgeput, maar er is nog meer. In een hermeutische benadering kan dit allemaal een plek krijgen. Maar ik moet zeggen dat ik het nog van indrukken moet hebben, dus als ik ergens naast zit dan laat ik mij graag aanvullen.

Ik vond het wel even goed om dit met jullie te delen voordat ik sterf. Daar heb ik dan ook bewust voor gekozen =)


5 reacties

liefde in relatie en contact

“De liefde zoekt zichzelf niet…

1Kor13:5 (WV)

 

“De liefde verzwakt alle belemmeringen die echt contact met de ander in de weg staan”

 

Liefde zoekt niet zichzelf maar de ander. Dit lijkt me een centraal kenmerk van de liefde. Veel boeken over relaties laten zien dat we altijd weer geneigd zijn om onszelf in anderen te zoeken. Herkenning van overeenkomsten geeft dan snel het gevoel van contact of vertrouwdheid. Maar de ander ook echt als ander zien is eigenlijk onmenselijk. Levinas heeft dit zover mogelijk in onze beleving laten landen. De oneindige ander is voor hem een centraal thema in zijn boeken. In de tweede wereldoorlog was het immers – volgens Levinas o.a. – weer gebleken dat mensen (de Nazi’s) op zoek waren naar hetzelfde soort mensen. Al het afwijkende was niet welkom en moest zelfs worden vernietigd.

 

Het andere uiterste is dus de liefde die juist niet zichzelf zoekt, maar de ander en deze ander als ander wilt respecteren. Dat lijkt een onmenselijk opgave. We projecteren er op los en drukken onze beelden die we uit onze ervaringen hebben opgedaan naar hartelust op onze beleving in het hier en nu. Als de ander zich ‘laat zien’, dan zijn we altijd weer geneigd om deze nieuwe indrukken te verminken met onze eigen schema’s, oordelen en emoties.

In de psychologie is hier uitvoerig over nagedacht. Cognitieve dissonantie is een psychologische theorie van Festinger die het proces  probeert te beschrijven waarin overtuigingen zwaarder wegen dan wat we in onze waarneming op ons af krijgen. Piaget gebruikte hier weer andere woorden voor (assimileren en accomoderen) en Perls had een meer dynamisch model waarin conflueren en deflecteren elkaar afwisselen als respectievelijk samenvloeien waarin projecties en introjecties in eerste instantie het beeld vertroebelen en vervolgens deflectie kan leiden tot het proces: dit hoort bij jou en dit hoort bij mij, zodat ik de ander en mezelf recht kan doen. Ik ben ik en jij bent jij!

 

Martin Buber had deze vorm van ‘pseudo-contact’ al rond 1930 aangeduid als een “ik-hij relatie”. Hierin is de ander per definitie afwezig en leven wij met de beelden van de ander in onze herinnering. Echter als we deze beelden ook laten heersen als de ander aanwezig is komen we niet tot de ik-jij relatie die nodig is om de ander echt te zien als ander en te komen tot een waarachtige ontmoeting. Buber past dit ook toe op onze Godservaring of liever onze Godsverduistering die veelal een gevolg is dat we meer met onze beelden van God leven dan dat we met God in de ik-jij relatie leven. En dat is weer te herkennen in Nietzsches “dood van God”. Maar dat uitstapje voert wat ver…

 

Levinas introduceert hierbij een ethisch perspectief die ons behoed voor onze ‘geweldadigheid’ om onze medemens als ‘hetzelfde’ te zien. Door deze ethiek van de oneindige ander worden wij behoed om de ander in zijn andersheid te ‘vermoorden’. Dit lijkt me een andere manier om veiligheid in een relatie te ontwikkelen. Een veiligheid die voorwaarde is voor contact.

 

Is een mens wel tot echt contact in staat als contact ook betekent dat we de ander recht doen als ander?

 

Volgens mij kan het perspectief van de verzwakking ons helpen om onze beelden en vooringenomenheid te relativeren in het contact met de ander. Wanneer we in het contact met de ander onze nieuwe indrukken bewust meenemen in de ‘hermeneutische cirkel van onze interpretatie’, zal bij verzwakking van onze beelden en vooringenomenheid er een corrigerende werking uitgaan van de nieuwe indrukken die de ander ‘laat zien’. 

Dit lijkt erg vanzelfsprekend misschien, maar volgens mij kan in deze cirkel vanuit het perspectief van de liefde ook een ‘zorgende’ werking uitgaan die zichzelf niet zoekt, snel is om te horen (en traag om te spreken/oordelen) en dus geduld heeft en alle andere kenmerken die we bijvoorbeeld in 1Kor13 kunnen lezen. Het ethische perspectief van Levinas  lijkt me tot op zekere hoogte behulpzaam, maar vraagt volgens mij om een meer ‘dynamisch’ voor-rationeel ‘kader’ van de liefde. Dan vind ik zelf mijn inspiratie in het christelijk perspectief van de liefde die relationele werkelijkheid wordt in ons leven door de inwoning van Gods geest. Iets wat in onze beleving kan ‘landen’ voordat we nog maar ‘denken’ over de ander en over onzelf. 

Maar omdat angst nog steeds een factor van belang speelt in mijn beleving die mij drijft naar mijn veilige beelden en mijn zelfbeschermingsreacties wordt liefde een blijvende ‘opgave’ in de ontmoeting met de ander. 

Hoe deze liefde in mijn beleving gestalte kan krijgen is voor mij een praktische vraag.  Geholpen door de relativering van het postmodernisme en vooral geinspireerd door de monastieke traditie kom ik tot ‘heilzame’ herinterpretaties van bijbelteksten. Lectio divina maakt bijbellezen voor mij tot een beleving die meer is dan begrijpen en innerlijk zwijgen komt hierbij erg overeen met wat ik hier verzwakking van onze beelden noem. Ook de christelijke meditatieve beweging van John Main, die deze praktijk weer opdiept uit de aloude christelijke traditie vind ik hierin zeer behulpzaam. Maar daarover later meer…

Zo wordt de liefde niet alleen beperkt in ons doen (en laten), maar ontvangen in ons centrum vanwaaruit alle uitgangen des levens zijn (Spreuken). Het centrum wat in de bijbel vaak ‘hart’ wordt genoemd en waarvan Rom 5:5 zegt dat daarin Gods liefde is ‘gestort’. Een liefde die ons tot toewijding brengt en onze denken vernieuwt (Rom 12).

Zo kan de liefde tot een kracht worden (dynamiek/dynamos) die ons omvormt naar het beeld waarin ik Jezus meen te herkennen.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 1.195 andere volgers