Zonder liefde worden we blind

Bij gebrek aan liefde zoeken we het angstig in claimende constructies. En door ons met de liefde bezig te houden gaan we meer zien en beleven. Dat wordt mijn hypothese hier.

Voor alle duidelijkheid, het gaat niet om letterlijk blind zijn. En het moeilijke van verstandelijk blind zijn is dat ik dit moeilijk bij mezelf kan opmerken. Ik zie dit meestal achteraf en ik kan het vooral bij mezelf zien en niet bij anderen. Maar als ik dingen zie die anderen niet zien, draag ik daar wel verantwoordelijkheid voor, vind ik. Met de relativering dat het maar een interpretatie van mij is die ik aan anderen voor wil leggen zodat ik kan beoordelen of ik niet aan het hallucineren ben. Mijn generalisatie is dus nooit voorschrijvend of gewichtig bedoeld, maar altijd vanuit de vraag “hebben jullie dit nu ook?” Checken of ik niet hallucineer is ook een belangrijke doelstelling van mn blog. Dat is mij immers niet vreemd😉

Daarbij is het wel een merkwaardig ervaring waarvan ik getuige ben, dat een nieuwe ervaring met de liefde van God, vanaf het begin van mijn “christen-wording” een soort licht heeft gegeven in mijn leven op momenten waar het heel donker voor me was. Love resque me!

Afgelopen vrijdag hadden we leeskring. We behandelde hoofdstuk 3 uit het boek van Stanley Hauerwas: De robuuste kerk. Ik had voor de vakantie het boek al even snel en vluchtig gelezen, maar op onze leeskring is er vaak een dynamiek en een aandacht die weer op een nieuwe manier laat kijken en nieuwe inspiratie geeft.

Hoofdstuk 3 is een zeer theoretisch historisch hoofdstuk is waarin Hauerwas behandelt hoe christelijke ethiek tot stand kwam. Zeer boeiend en het werd zoals altijd toch weer zeer persoonlijk in de bespreking. Dat lijkt altijd weer verbazend, maar is daarom ook weer niet zo verbazend meer =)

Zo kwam ik ook bij Hauerwas’ bespreking van Augustinus. De man die mij van een levensmotto heeft voorzien in “Heb lief en doe wat je wilt”.

Hauerwas betoogt daar dat er in de vroege kerk niet zoiets was als christelijke ethiek. Er kwam pas zoiets als christelijke ethiek bij Augustinus die er expliciet woorden aan gaf. Augustinus suggereerde dat de vier deugden van de heidense filosofen alleen goed begrepen kunnen worden vanuit de liefde tot God. Om ze maar even te noemen:
– Matigheid is de liefde die zichzelf volkomen en onverdorven houdt voor God
– Vastberadenheid is de liefde die alles blijmoedig verdraagt ter wille van God
– Gerechtigheid is liefde die alleen God dient en daarom alles goed regeert
– Zorgvuldigheid is liefde die goed kan onderscheiden tussen wat tot God leidt en wat belemmert
(p. 47 in Een robuuste kerk van Stanley Hauerwas)

Sommigen waren niet blij want Augustinus haalde hiermee de Griekse deugdenleer in de kerk, anderen waren juist blij met de bruggen die Augustinus sloeg naar mensen uit die tijd. Zo kon de christelijke boodschap een weg vinden in de samenleving. Twee standpunten die missionaire werkers in deze tijd nog steeds tegenkomen. Het lijken me twee mogelijkheden die positief kunnen werken zolang de liefde maar wordt vastgehouden als centrum en al het andere een verpakking of een uitwerking van de liefde.

Vervolgens suggereert Hauerwas dat ook Thomas van Aquino de liefde als uitgangspunt stelde in zijn Summa Theologica. Alle deugden – zelfs de zogenaamd natuurlijke – moeten door de naastenliefde worden gevormd willen ze in staat zijn om tot God te leiden.
Hauerwas betoogt hierbij dat er veel latere commentatoren Thomas ten onrechte hebben losgekoppeld van dit centrale uitgangspunt van de liefde en hem een natuurlijke of onafhankelijke ethiek hebben toegeschreven.

Hauerwas vervolgt zijn weg via de reformatoren en komt aan bij de theologen Schleiermacher en Barth, waarbij hij tot verhelderende analyses komt, maar waarbij ik ook een gemis ervaar. Allereerst een gemis van reflectie op het “besef” van Barth die het algemene universele vastleggen al meer had verwisseld voor een tijdelijk kerkelijk vastleggen van de theologie. Getuigen was bij Barth niet voor niets een centrale notie als ik zijn biografie mag geloven. Barth had dus al meer besef van het gebeuren waarin het theologiseren plaatsvindt. Dit kan zijn door de invloed van existentialisten zoals Kierkegaard, die hij goed las, maar dit inzicht kan ook zijn ontstaan doordat zijn ervaring hem liet zien dat Gods werkelijkheid nooit in tijdgebonden woorden kan verdwijnen. Aldus mijn persoonlijke interpretatie. Die maar een interpretatie is…

Maar er is nog iets wat ik graag wil aanvullen. Iets wat ik hier en nu even belangrijker vind. Dat doe ik in de vorm van een hypothese die ik kort zal inleiden. Toen Augustinus bij zijn ethiek en eigenlijk ook de rest van zijn theologiseren en zijn leven de liefde tot God als uitgangspunt nam en toen Thomas van Aquino ook weer die liefde centraal stelde wat na hem door commentatoren naar de achtergrond werd geschoven.

Is met het veranderen van de positie van de liefde – van uitgangspunt naar stoplap – ook meer behoefte gekomen aan angstig claimende woorden, dominante metafysica en knellende moraal?

En nog meer in mijn eigen woorden: is met het verwijderen van de liefde als centrum niet meer behoefte gekomen tot beheersen met grip, ook cognitieve grip?

Dit lijkt me geen vreemde gedachte in het licht van Johannes woorden “de volmaakte liefde drijft de vrees uit” (NBG), wat ook kan betekenen dat er met minder liefde meer vrees komt en meer behoefte aan de claimende schijnveiligheid van regels en systemen. Ook dat is een les die ik breder herken in de geschiedenis. Zie ook Johannes’ schrijven aan Efeze in het boek Openbaring waar hij spreekt over het verlaten van de eerste liefde. Misschien moeten we dat wel andersom lezen. Liefde eerst.

Nu ga ik er niet van uit dat we zomaar weer onbevangen terug kunnen naar de tijd van het Nieuwe Testament of naar Augustinus. Dat zou niet alleen idealistisch zijn, maar ook nog eens het besef negeren dat onze interpretaties ook weer komen uit onze tijd met onze referentiekaders. Ik ben niet iemand die gelooft dat vroeger alles beter was. En dat we daar naar terug moeten. Daarmee doe ik mijn eigen bestemming en mijn eigen toekomst te kort. Het gaat niet om een tijdperk of het gaat niet om een naam. Het gaat mij om hier en nu de liefde van/tot God een plek geven in mijn leven. Dit gebeuren is voor mij het koninkrijk van God.

Ik wil iemand worden die hier en nu een positieve bijdrage levert. Dat is relativerend en ontslaat mij niet van mijn verantwoordelijkheid om hiernaar te leven en te handelen. En dat wil ik doen vanuit de liefde die ik in God beleef.

God is misschien vroeger in deze oude woorden van Augustinus en Aquino aanwezig geweest zoals de traditie het ons overdraagt. Maar voor mij zegt het meer als God er ook nu weer bij is en bij zal blijven. Dat is mijn ervaring geweest en mijn vertrouwen en mijn hoop geworden.

Daarnaast is God voor mij levend genoeg om in welke verloederde cultuur dan ook, af te dalen in de daar heersende gebruiken waarin hij zichzelf telkens weer laat zien omdat Hij zoveel van ons houdt. Net zoals Hij afdaalde in zijn menswording niet heeft vastgehouden aan zijn God-gelijk zijn en zichzelf zo ont-le-dig-de.

3 thoughts on “Zonder liefde worden we blind

  1. Klaas Tuin schreef:

    Even een paar gedachten. Niet zozeer omdat ik denk dat jij iets anders bedoelt, maar meer als ordening van mijn eigen gedachten….

    “Dit lijkt me geen vreemde gedachte in het licht van Johannes woorden “de volmaakte liefde drijft de vrees uit” (NBG), wat ook kan betekenen dat er met minder liefde meer vrees komt en meer behoefte aan de claimende schijnveiligheid van regels en systemen.”

    Ik denk dat je absoluut een punt hebt v.w.b. de relatie tussen liefde en angst. Ik weet alleen niet of je dat moet zien zoals in het citaat hierboven. Het gaat denk ik niet alleen om ‘minder liefde’. Volgens mij blijf ik dicht bij Augustinus als ik zeg dat ook liefde kan leiden tot angst. Angst om te verliezen wat je liefhebt. Het kan dan zelfs zo zijn dat een grotere liefde tot grotere angst leidt. Het gaat m.i. dan ook niet alleen om de hoeveelheid liefde maar ook om de gerichtheid van die liefde. En dan bedoel ik niet eens liefde voor zaken die in zichzelf niet goed zijn. Als we ons hart zetten op iets anders dan God dan drijft die liefde de angst niet uit.

    Het gaat dus in ieder geval om de liefde tot God. Maar ik denk dat we dieper moeten steken. Mijn liefde voor God is helaas niet volmaakt. Als ik daar m’n kaarten op zou moeten zetten zou ik uiteindelijk toch weer bij de angst uitkomen. Er is slechts 1 volmaakte liefde en dat is de liefde van God. Hij had ons lief toen wij nog vijanden waren en dat geeft gegronde hoop voor die momenten dat mijn liefde niet volmaakt is. Naar mijn idee is het ten diepste die liefde die mensen veranderd. En daar ligt dan inderdaad de uitdaging: mensen van nu kennis laten maken met die liefde. En met uitdaging bedoel ik dan niet alleen een communicatieprobleem dat opgelost moet worden. Als ontlediging de weg is die God gaat om Zichzelf te openbaren dan is dat ook de weg die wij moeten gaan. Ik denk dat we elkaar daarin hard nodig zullen hebben😉

  2. Mooie gedachtenlijn laat je hier zien Klaas. Jouw liefde tot God is niet volmaakt en die van mij waarschijnlijk ook niet als we de liefde van Jezus zien (en wat we daarvan kunnen begrijpen) als vergelijk nemen.

    Maar die liefde is tegelijk ook een groot mysterie voor mij. Ik ben er door geraakt, maar het is zo groot dat ik een beginneling blijf. Dat is zo’n beetje mijn referentiekader of mijn ervaringshorizon als het om de liefde gaat? Ik zal dit eerst even uitwerken, waarbij ik ook jouw opmerkingen wil meenemen. Ik hoop dat ik ze daarmee ook voldoende recht doe.

    Het besef van dit mysterie is voor mij het begin geweest van mijn geloof. Ik moest mijn opvatting van liefde bijstellen toen ik een verrassende ervaring met Jezus had. Dit kan ik even niet anders benoemen.

    En dit bijstellen duurt tot op de dag van vandaag omdat het voor mij een bijzonder mysterie is gebleken wat mij in moeilijke tijden ook bij God heeft gehouden.

    Maar dit mysterie wordt soms ook heel concreet want in en voorbij dat mysterie is God en in dit mysterie ervaar ik mezelf als betrokken en dit mysterie uit zich in mijn houding en in heel concrete daden tussen mij en mijn naaste. Maar het is er niet in te vangen. Op een wonderlijke manier maak ik deel uit van dit mysterie. Paulus geeft zelfs aan dat deze liefde in ons hart is uitgestort! (Rom.5:5) En dat maakt het ook spannend. Ik sta er niet buiten. Het is zelfs in mijn hart, mijn kern, de spil waar alles om draait.

    Tja hoe kan ik mijn ervaringen met de liefde nu goed onder woorden brengen? Hoe valt dit in woorden en schema’s te vatten. Het is immers veel te groot en ik ben er te veel bij betrokken. Maar wel in mijn zwakheid, is mijn ervaring.

    Liefde die tot angst leidt…

    De angst om te verliezen wat je liefhebt ken ik. Dat deze angst kan verdwijnen in relatie tot God herken ik ook. Bij God kom ik de bestendige liefde zonder afwijzing tegen. Een liefde die gepaard gaat met vertrouwen en hoop. Ook dat was het begin van mijn geloof.

    Maar is het nu de liefde die tot angst leidt of zegt dit meer over ons verlangen naar liefde, erkenning etc.? En over onze gebrek aan vertrouwen en hoop in de bestendigheid hiervan, zodat we menen dit ook weer kwijt te kunnen raken?

    Als je meer liefhebt kan dit tot grotere angst leiden. Ook dat herken ik, vooral als ik aan mijn kinderen denk. Ik ben meer aan ze gehecht en heb daarom ook grotere angst. Maar is dit de liefde die tot angst leidt of is dit mijn verlangen tot bestendigheid van de liefde (& de bestendigheid die in het geding is) die tot deze angst leidt? Brengt mijn liefde voor mijn kinderen mij niet ook bij God waarin ik een overgave kan/moet meemaken? Een vertrouwen dat het bij God niet uit de hand loopt, een vertrouwen in Zijn liefde voor mij en mijn kinderen?

    De liefde gaat volgens mij dus verder. Het begint met een begeerte vanuit mij eigen dorst en het brengt mij bij een liefhebben om God en vanuit God.

    Ik herken hierin iets van de trappen van Bernardus van Clairvaux:

    1. Liefde voor onszelf en anderen
    2. Liefde voor God om de mens
    3. Liefde voor God om Hem
    4. Liefde voor de mens om God

    Uit het boekje “God liefhebben” net weer uitgegeven bij Kok.
    Voor mij zijn dit geen trappen (da’s me veel te Plotinus =) maar eerder vanuit een hermeneutische visie als extra dimensies of opeenvolgende cirkels die ik soms mee kan maken. En soms ook niet. Ze vullen elkaar aan zonder dat het één de ander opheft. Ik blijf een zwak mens hierin die telkens weer moet erkennen dat deze liefde niet van mij is maar van God. Aldus mijn ervaring. Volgens Bernardus was het 4de stadium ook nauwelijks “haalbaar” voor de gewone mens. “Want het is aan Gods macht dit te geven aan wie Hij wil” (p.67)

    Omdat de liefde en de angst mij uiteindelijk brengt bij ‘overgave’ zal de angst kunnen verdwijnen. En dan herken ik jouw opmerking dat de liefde tot God daarin de enige weg is uit de angst. Het gaat dan om de gerichtheid van deze liefde, zoals je zegt. En deze gerichtheid brengt mij ook in een soort proces zoals ik hierboven heb beschreven.

    Zoals het verhaal van Jezus herstel van Petrus vaak is uitgelegd. Wanneer Jezus aan hem vraagt: “heb jij mij lief?” (filio>agape). En zoals veel christenen onderscheid hebben gemaakt tussen filio en agape als verschil tussen menselijk en goddelijke liefde. Het is voor mij niet zo zwart/wit, maar het geeft voor mij een weg aan die we met de liefde hebben te gaan.

    En daarbij het terugkerende besef dat ook deze schat in ons niet uit onszelf is, maar een liefdevolle gift van een Gever die Zijn Zoon overgaf (aan vijanden) en ons met Hem alles wil geven.

    Leven in dit mysterie is wat mijn leven zin geeft. Al het andere wordt secundair.

    “Heb lief en doe wat je wilt” is voor mij dus een zin waar ik maar moeilijk voorbij het “heb lief” kan komen. Dat is nogal een weg om te gaan.

    Dit is wat ik op jouw reactie kan zeggen, Klaas. Ik vind dat je op waardevolle punten wijst die ik op deze manier in mijn interpretatie verwerk.

    Vind je het zo wat of heb je nog iets toe te voegen =)

    Ik blijf natuurlijk in gebreke, maar het zijn dan ook geen beschrijvende woorden, maar verwijzende woorden om een onderscheid van A.J. Heschel te gebruiken.

    Dank voor je bijdrage. Het duurde even voor ik reageerde, want het kostte me iets meer bezinning =)

    hartelijke groet,

    Ronald

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s