Koert van der Velde: “Vattimo is een stellige minimalist!” – Is dat zo?

Hoe ik een boek lees…
Tenzij het een roman of een stripboek is, begin ik een boek altijd met het lezen van de titel, de auteur en de achterflap. Vervolgens bekijk ik de hoofdstukindeling en dan de bibliografie en de lijst met onderwerpen en namen. Wanneer de achterflap niet genoeg prijsgeeft, check ik tusendoor het voorwoord of de inleiding. Sommige boeken hebben achterin het boek een conclusie en/of samenvatting zodat de verleiding wel heel groot wordt om het daarbij te laten en mezelf wijs te maken dat ik daarmee het hele boek heb gelezen. Dit is natuurlijk een groot onrecht moet ik schaamtevol bekennen😉

Flirten met God
Zo ook met het nieuwe boek van dr. Koert van der Velde. Hij promoveerde onlangs op een proefschrift met de treffende naam Flirten met God, waarin hij de religieuze gevoeligheid peilt van de Nederlanders. Dit boek is de populaire versie van zijn proefschrift. Een boek wat ik zeker nog helemaal uit wil lezen omdat er veel boeiende dingen in staan.

Maar zo bij aanvang stuitte ik op iets wat ik hier toch even genoemd wil hebben. Ik stuitte bij de namenlijst op 3 aanhalingen van Gianni Vattimo (p.74, p.81 en p.88). Ik zag meer boeiende namen staan, maar bij Vattimo kon ik het niet laten om Vattimo-politie te spelen en ook gelijk even te kijken wat Van der Velde daarover schreef. Dat is immers de obsessie die ik hier hoog ‘moet’ te houden😉

Vattimo als radicale minimalist
Op pagina 74 noemt hij Gianni Vattimo een invloedrijk Italiaanse filosoof die vindt dat religie ontdaan moet zijn van haar metafysische inhoud, die volstrekt ongeloofwaardig is geworden. Daarmee is God niet dood, maar alleen mensgeworden. Christenen hebben de menswording van Christus uiterst ernstig genomen door het absolute transcendente in het secularisatieproces te laten opgaan in het immantente. Vattimo ziet in het secularisatieproces de vervulling van de boodschap van het christendom – een boodschap die lijkt op die van Bonhoeffer ruim vijftig jaar eerder en van de iets recentere secularisatietheologen zoals Gogarten, Cox, Van Buren en Altizer. Sterker nog, volgens Vattimo heeft het christendom de secularisatie ook voortgebracht.  Aldus Van der Velde die dit een radicale minimalistische visie noemt.

Ik vind de koppeling van Van der Velde met Bonhoeffer herkenbaar. Ook Coert Lindijer heeft deze koppeling uitvoerig toegelicht in Op verkenning in het postmoderne landschap (rond p. 145) De centrale betekenis van de menswording van God, maakt Vattimo minder compatible met veel andere theologen. Maar dat terzijde. Het predikaat radicaal minimalistisch spreekt mij niet aan. Vattimo is meer een hermeneutische procesdenker en secularisatie is bij hem eerder een proces om de metafysica te verzwakken zodat het geloof er beter uit komt. Beter te verstaan in onze tijd in onze persoonlijke context. Als daarin de liefde voorop gaat kan ik dit moeilijk minimalistisch noemen. Met de liefde zijn we immers nooit klaar. Radicaal liefdevol lijkt mij meer van toepassing. Maar goed, dat is mijn voorkeur die verschilt met die van Van der Velde.

Ik vind het spannend worden wanneer Van der Velde verder gaat met nog meer “radicale minimalisten” als Oegema etc. die erg ver gaan in het wegschrappen van het mythisch christendom. Maar deze spanning is wel erg interessant. Hoe ver ga ik daarin mee? Voor Vattimo is de charitas, de naastenliefde de grens, heb ik ergens gelezen. Maar daarmee is natuurlijk nog weinig gezegd.

Vattimo als stellige minimalist
Op pagina 81 gaat Van der Velde verder door Vattimo niet alleen onder de radicale minimalisten te rekenen, maar zelfs onder de stellige minimalisten. Op dat moment begint het bij mij heftig te kriebelen. Dit is iets wat ik minder herken. Hoe komt Van der Velde erbij om Vattimo stellig te noemen? Wat ziet hij als aanleiding daartoe? Ik ben benieuwd!

Vattimo keert zich tegen de absolute waarheidpretenties zoals de van metafysica doortrokken religies die in het verleden altijd hadden, en hij drukt zijn positie uit met een ‘half gelovig’ ‘Ik geloof dat ik geloof’. Maar tegelijkertijd proclameert hij het einde van de metafysica’ gelovend dat metafysische beelden niet waar zijn. p.83

Gering gebruik van recente primaire bronnen
Behalve dat ik nu ook puistjes krijg bij het woord “proclameren”, merk ik ook op dat de voetnoot niet verwijst naar Vattimo’s eigen werk, maar naar het werk van Don Cuppit. Een secundaire bron dus. Overigens staat alleen maar Vattimo’s boek “Ik geloof dat ik geloof” in de bibliografie van Van der Velde. Dat maakt zijn verwijzing ook erg mager/dun. Dit is een bijzonder boek van Vattimo uit 1996 en ongeveer de eerste van een reeks waarin hij zijn visie tot in finesses uitwerkt. Ook zijn visie op wat hij met het einde van het geweld van de metafysica bedoelt.

Vattimo’s stelligheid is verzwakt door subjectiviteit
Vattimo noemt Ik geloof dat ik geloof niet voor niets een persoonlijk getuigend boekje (p.7) Het is juist dit persoonlijke wat Vattimo herontdekt in het christelijk geloof. De subjectiviteit van het geloof zit hem juist in het getuigende karakter ervan. Deze nadruk op het getuigende herken ik dan weer bij Karl Barth. Objectiviteit is voor hem eerder een geëngageerde objectiviteit, dus daarom ook subjectief. Dit blijkt ook uit de filosofisch hermeneutische methode van Gadamer die hij hanteert en verder ontwikkelt. Daarin past geen metafysische stelligheid met woorden als “waarheid” en “algemene oordelen”. Waarheid heeft in de filosofische hermeneutiek – waar zijn worden is – altijd de betekenis van een voortgaand proces tot persoonlijke en/of gezamenlijke opheldering of waarachtigheid. Dit heeft Vattimo op vele plaatsen heel subtiel en gedegen uitgelegd. Vattimo heeft zich als hoogleraar theoretische wijsbegeerte veel met epistemologische vraagstukken beziggehouden en heeft op diverse plaatsen zijn “stelligheid” subtiel toegelicht als verzwakt. Het woord is vlees geworden is een boek uit 2002 waarin Vattimo deze verzwakking nog verder uitkristalliseert. En er is nog veel meer.

Vattimo’s stelligheid is een interpretatieve stelligheid
Als er enige stelligheid is bij Vattimo, kan dit vanuit de context van zijn andere werken niet verder reiken dan een interpretatieve “stelligheid”. Een voorlopige aanname omdat dit hem helpt om het geheel beter te verstaan.

Het einde van het geweld van de metafysica
Deze metafysica beoordeelt Vattimo dus niet vanuit zoiets als waarheid zoals deze gangbaar was in de moderniteit, maar vanuit de ethiek van geweldloosheid en vanuit de behulpzaamheid om de bijbelse boodschap beter te verstaan (in het hermeneutisch proces). Uit het boek Het woord is vlees geworden weten we van Vattimo dat hij net als Nietzsche vindt dat er geen feiten zijn alleen interpretaties. Vattimo gaat hierin een stap verder dan Nietzsche door te zeggen dat zelfs dit ook een interpretatie is. Zo voorkomt hij optimaal zijn stelligheid, is mijn indruk.

Volgens mij kan het nog zwakker door te zeggen dat we geen feiten hebben en we alleen interpretaties hebben. Ik laat de mogelijk of feiten er zijn graag open. Maar als we al feiten tegenkomen (hebben en kennen) worden ze subjectief/geëngageerd in het gebeuren van mijn ervaring opgenomen. Dat is mijn ervaring en mijn interpretatie😉

In Ik geloof dat ik geloof is Vattimo niet tegen metafysica omwille van zoiets als de “waarheid”. Vattimo is tegen metafysica omwille van het geweld (p.34 e.v.). Dat is een ethische motivatie die we vaker tegenkomen bij postmodernisten. De tegenstanders van de postmodernisten vangen ze nog teveel in hun eigen schema’s door ze objectiviteit en stelligheid toe te dichten. Daar lijkt het mij veel postmodernisten niet meer om te doen. Zeker niet de latere generatie postmodernisten waartoe Vattimo vaak wordt gerekend. Daarin is de ethische motivatie tegen geweld een drijvende kracht die nog meer is “gezuiverd” van idealen uit de moderniteit. Of beter gezegd: waarin de idealen van de moderniteit nog meer verzwakt zijn door de ethiek van naastenliefde. Dat lijkt me heel iets ander dan weg met ten gunste van zoiets als waarheid.

Past Vattimo in het hokje besliste minimalisten?
Als Van der Velde meent dat “besliste minimalisten doen alsof ze over de waarheid van geloofsvoorstellingen kunnen oordelen en dat ze oordelen over (on)waarschijnlijkheid of (on)mogelijkheid ervan”, dan lijkt mij Vattimo niet passen in deze categorie. Het lijkt me ook wat kleinerend om te denken dat Vattimo daar zelf niet over heeft geschreven. Want dit heeft hij uitvoerig gedaan. bijvoorbeeld in “Het woord is vlees geworden” in hoofdstuk 8. En in “Waarheid of zwak geloof” uit 2008 waar hij in gesprek is met René Girard over dit thema vanaf p. 79. Deze recentere vertaalde werken had Van der Velde toch eenvoudig mee kunnen nemen om Vattimo beter tot zijn recht te laten komen. Hij had eerst goed kunnen luisteren naar Vattimo in De toekomst van de religie uit 2004 (met Richard Rorty) en het onvertaalde Beyond interpretation uit 1997. De interpretatie van Coert Lindijer in Op verkenning in het postmoderne landschap (p. 184) neemt meer van Vattimo’s werk mee en komt ook dichter in de buurt van mijn opvatting. De boeken van Lindijer vind ik dan ook één van de beste boeken over postmodernisme in het Nederlandse taalgebied.

Niet bescheiden genoeg?
Van der Velde heeft volgens mij wel een punt als hij zegt dat de anti-metafysici vaak niet bescheiden genoeg zijn. Dit herken ik vooral bij de vroege postmodernen. Vattimo zegt zelf ook over deze vroege postmodernen dat daar vaak nog een heimwee is te bespeuren naar de idealen van de verlichting. Dat is ook niet vreemd in een hermeneutisch proces. Naarmate dit proces vordert en het open gesprek gaande blijft, ontstaat er opheldering over de ethiek van deze idealen en hun waarde voor de interpretatie. In dit proces kan er ook meer bescheidenheid komen waar dat op zn plek is.

Niet weg met maar de verzwakking telt!
Niet voor niets wil Vattimo zelf niet tot de categorie der postmodernen worden gerekend en noemt hij zich liever “laat-modern”. Hij is ook niet van het weg met, maar van de verzwakking. Het einde van de metafysica heeft bij Vattimo dus vooral een ethische implicatie als einde van het geweld van de metafysica. Er is geen absolute waarheid of dominant verklaringsmodel, maar er zijn interpretatieve tradities waarmee we in verhouding staan. We moeten zelf komen tot een persoonlijke herinterpretatie in verhouding tot deze tradities. Tenminste… als we positie willen innemen ten opzichte van tradities waarmee we verbonden zijn.

Vattimo’s onbescheidenheid
Deze subtiliteit van Vattimo lijkt Van der Velde niet mee te nemen in zijn beschouwing over hem. Te makkelijk dicht hij Vattimo stelligheid toe. Dit zou je misschien nog kunnen beweren als je een zin van Vattimo uit zijn verband haalt. Maar zelfs dat doet Van der Velde niet. Als je Vattimo’s gehele samenhang bekijkt, kun je – volgens mij – moeilijk volhouden dat we hier met een stellige man te maken hebben. Als Vattimo stellig, fel en onbescheiden is, dan is dit tegen datgene wat hij als onrecht ziet. In zijn politieke functie wordt dit zichtbaar in zijn openbare kritiek op Berlusconi. Dit doet hij vanuit zijn perspectief en vanuit zijn ethische motieven die maatschappelijk ook breder worden gedeeld (politiek draagvlak). Maar als het om algemene waarheid of algemene stelligheid gaat in metafysische zin, dan is Vattimo uiterst bescheiden, voor zover ik weet. Oordelen over de algemene waarheid van geloofsvoorstellingen in metafysische zin, ben ik bij Vattimo nog niet tegen gekomen. Maar misschien heb ik wat gemist en kan iemand mij dat laten zien.

Ik hoop niet dat ik hiermee teveel mijn mening op die van Vattimo projecteer.  Ook deze interpretatie van Vattimo is mijn interpretatie en ook daarin gaat het mij om optimaal recht kunnen doen. Maar ik heb wel de indruk dat het een interpretatie is waarin meer ingrediënten zijn meegenomen van Vattimo’s werk dan de interpretatie van Van der Velde. Zo wil ik een bijdrage leveren aan de voortschrijdende interpretatie. Deze vraagt altijd weer om aanvulling.

Ik ben benieuwd of ik bij het verder lezen van “flirten met God” nog van mening blijf dat Van der Velde vanuit modernistische idealen kijkt naar postmodernisten en ze daarop afrekent. Ik hoop oprecht dat dit verandert want dat zou volgens mij meer recht doen aan de postmoderniteit die mij toch nog van grote invloed lijkt op onze tijdgeest. Dit kan dan weer leiden tot een interpretatie die voorbij de modernistische idealen ook de postmoderne (ethische) idealen meeneemt zodat het meer aansluiting vindt bij deze tijd en kan leiden tot een actuele praktische benadering voor onze persoonlijke en gezamenlijke spiritualiteit.  Dat is mijn visie op deze dingen.

Dat laatste vraagt om meer uitleg, maar dit stuk is al lang genoeg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s