Hoe kan Rob Bell mij verder helpen met naastenliefde?

In de cirkel van een persoonlijke hermeneutiek wil ik mij bewust worden van mijn gedachten en de manier waarop ik mijn ervaring inga. Dit helpt mij ook om vervolgens weer op mijn ervaringen te reflecteren en te conceptualiseren. Zoals dit bijvoorbeeld in de cirkel van Kolb gebeurt.

Zo wil ik vooraf aan het lezen van het boek Love Wins van Rob Bell,  stilstaan bij mijn aanloop tot dit boek en bij mij vragen die ik heb op de weg die ik ga met God. Waar ben ik op mijn weg en waarin ga ik Rob Bell tegenkomen? Hierbij komt ook nog eens dat ik voor mijn werk nadenk over missionaire mogelijkheden. Ook daarin ben ik benieuwd wat dit boek mij zal aanreiken. Op welke manier wil ik met mensen om mij heen mijn geloof delen?

Zwak geloven als persoonlijke weg naar onbevangenheid
Ik krijg toch steeds meer de indruk dat ik met mijn zwak geloven weer terug wil gaan naar een onbevangenheid die ik had toen ik net christen was geworden. Misschien niet zo onbevangen in alles wat ik had gedaan en had meegemaakt, maar wel een soort puurheid in mijn onbevangen kijk op geloven.

Voordat ik christen werd kwamen er imponerende dingen op me af, maar ook daarna hield dit zeker niet op. Ik moest ermee leren omgaan en zou me bijna teveel hebben aangepast aan de gebruikelijke gewoonten. Maar bijna is gelukkig nog niet helemaal😉

Met zwak geloven vind ik een weg om meer bij mezelf te komen en zo de aansluiting met God te vinden. Dat durf ik wel voorzichtig te zeggen. Ik hoop dat ik met mijn reflecteren op de gebeurtenissen, zoveel mogelijk recht kan doen en niet te veel zal vervallen in een geruststellende (re-)constructie die mijn angsten tegemoet komt. Mijn angsten om overweldigd te worden door imponerende mensen en hun opvattingen. Het blijft natuurlijk een persoonlijke reflectie die ik hier met jullie deel. Alles wat ik heb, is immers interpretatie en ook dat mijn interpretatie. Maar ik hoop op een behulpzame of dienstbare interpretatie🙂

Mijn persoonlijk vertrekpunt
Aan het begin van mijn pubertijd – rondom mijn Bar Mitswa die ik niet heb gehad –  heb ik het christelijk geloof aan de kant gezet. Het sprak me weinig aan. In mijn beleving werden mijn dienstbare ouders ook niet gezonder van het kerkelijk leven. Als gangmakers en dienende activisten kregen ze soms lof in de kerk, maar daarnaast ook veel bagger van anderen over zich heen. Dat heb ik als kind van dichtbij aangevoeld. Het geloof was voor mij niet aantrekkelijk, bedreigend zelfs en het paste niet bij wat ik graag wilde. De wereld ontdekken! Maar God bleef wel een soort mogelijkheid. Hij werd zeker geen onmogelijkheid. Zoals bij het dogma van atheïsten.

Na een bewuste keuze om het geloof opzij te zetten, werd ik een soort van agnost. Echt weten konden we het immers niet, was mijn mening. Eigenlijk konden we maar weinig echt goed weten. Niet alleen in de diverse religies konden we het niet echt weten, maar ook in de wetenschap kreeg ik niet de indruk dat mensen het echt konden weten. De claims dat ze iets wisten waren veelal groter dan wat ze nu echt konden weten, was mijn indruk. Zo stelde ik mij ook op in discussies in de coffeeshop en op school met de docenten. Een soort Socrates die ik toen nog niet had leren kennen. Mensen ertoe brengen dat ze eigenlijk maar weinig echt kunnen weten.  =)

Mijn ommekeer
Toen ik rond mijn 20ste weer via een ‘losbandig’ bestaan tijdens een angstige ervaring tot God riep, was Hij er gewoon. Nou ja gewoon… Ik raakte in een soort rare roes door veel ervaringen die waarschijnlijk van drugs kwamen of van een serieus geestelijk gevecht. Tenminste zo heb ik dit ervaren, terwijl ik nog maar weinig wist van wat geestelijk was, raadpleegde ik huisarts en dominee. Aanvankelijk merkte ik daarbij iets heel kwaads en claimends dat mij niet los wilde laten. Ik leek vast te zitten en werd belemmerd. Dit liet het ook aan mij weten. Op intimiderende wijze. Het leek niet van mezelf. Het was iets wat mij bezocht. Zeer beangstigend! En juist mijn angst hield mij daarin gevangen. Ik had op dat moment een veilige ruimte nodig die ik op dat moment miste.

Zo kwam ik weer bij de mogelijkheid van God. En hoopte daar op een reddende uitweg. Na mijn roep tot God begon er iets te groeien, waardoor ik enthousiast raakte voor God, Jezus en de bijbel en waarbij ik een positieve betrokkenheid merkte in een soort relationele vorm. Langzaam maar zeker merkte ik dat het kwade – dat mij in de greep had – los liet. Nadat het zijn macht op vele imponerende manieren had getoond, merkte ik dat vooral ook imponeren is waar het goed in is. En dat de echte macht niet bij deze bezoeker lag. Zeker niet als de angst minder wordt.

Liefde die het kwaad verdreef
In die tijd merkte ik ook dat ik mij moest richten op de liefde. U2 behoorde al die tijd tot mijn muzikale favorieten. Het nummer “Please” waarin Bono ergens zingt “Love is hard and love is tough, but love is not what you thinking of” kwam op een zeer overtuigende manier binnen. Net alsof iemand met gezag dit tegen mij zei. Iemand zoals God zelf. Maar met deze aanname was ik erg voorzichtig.

Vanaf die tijd ben ik mij gaan richten op de liefde van God en bracht dit de stabiliteit in mijn leven die ik toen nodig had. Ik groeide hierdoor in relaties, maar ook in kennis. Ik had veel vragen en wilde veel weten, maar merkte in mijn contacten steeds meer dat mensen niet echt weten, maar eerder re-construeerden door aansluiting te zoeken met wat eerder was gezegd en daar iets aan toe te voegen zoals het gebruikelijk was. En ook mijn kennis was eerder een kennis van gangbare tradities die reflecteerden op gebeurtenissen.

Getuigenissen naar aanleiding van ervaring
Een persoonlijke herinterpretatie (zoals ik dit nu noem) waarin ook de eigen ervaring werd meegenomen en waarin ook het getuigende van het geloof meer een plek kreeg zag ik zelden voorbij komen. Wel in getuigenissen van individuele gelovigen, die ik erg kon waarderen. Alleen werd dit vaak door andere weer makkelijk opzij gezet als subjectief en beperkt tot de eigen beleving. En dat was vaak ook zo. Maar daarom niet minder waar. Maar een raar soort dualisme was all over the place. Subjectieve waarheid tegenover het concept van objectieve waarheid. Een thema waarin ik werd geholpen door randpomo Stephen Toulmin die ik hoorde bij de serie “Een Schitterend Ongeluk” van de VPRO. Nee niet eens van de EO =)

Zo merkte ik dat er vele christelijke theorieën voorbij kwamen die ik maar moeilijk op overtuigende manier aan de bijbel kon koppelen. De bijbel die ik al snel van voor naar achter en weer terug had gelezen. De bijbel die ik nooit had begrepen, maar nu een boek werd vol van het leven dat mij wist te raken.

Gemis aan aanvulling en liefde
Sjonge wat een bouwwerken werden er gemaakt op zeer gebrekkige “fundamenten”. Visies op de doop, visies op de kerk en de ambten, visie op de eindtijd, visie op… noem maar op. Ik kon ze accepteren als onderdeel van een traditie, maar hun bijbelse legimatie was voor mij vaak weinig overtuigend. Toch werd dit door weldenkende mensen niet zo gezien en bleef men vaak met veel stelligheid dingen beweren die eerder op een traditionele omgang waren gestoeld en waarbij andere meningen al snel werden afgeschilderd als inferieur. In bijna koloniale termen.

Deze geringe legitimatie was voor mij niet het belangrijkste punt, want ook in de bijbel zeiden de apostelen soms dingen vanuit “een ander soort gezag” en werden er – in mijn beleving – verwijzende teksten met groot gemak uit hun context gehaald. Wat ik wel een punt vond was het gebrek aan aanvulling of het besef dat aanvulling van en door elkaar altijd weer nodig was bij gebrekkige kennis en het gebrek aan liefde nog meer…

Dit kreeg ik nooit goed helder in mijn geloofsleven. Ik had de liefde leren kennen. En wilde daaruit leven, dus die polarisatie en de onderlinge uitsluiting die ik in kerken onder christenen soms tegen kwam in de karikaturen die ze van elkaar maakten, bevreemde mij. Zeker in het Katwijk waar ik kerkelijk opgroeide aan de evangelische kant tegenover de (bevindelijk) reformatorische kant. Maar wat in de kerk van toepassing is geldt nog meer voor buiten de kerk. Ook daar was dit “mechanisme” overactief.

Relativering als begin van verzwakking
Op de Evangelische Hogeschool leerde ik deze karikaturen behoorlijk relativeren. Maar ook daar kwam ik weer een stelligheid tegen die ik maar niet kon meemaken. Totdat ik merkte dat mijn vragen andere vragen waren dan die van veel mensen om me heen. Ik ging “los” tijdens de lessen filosofie waar ik met mijn wezenlijke vragen terecht kon. De lessen creationisme kon ik niet serieuzer nemen dan een poging om een kennisconstructie te maken die verbonden was met een bijbels uitgangspunt. Even los van de vraag of dit uitgangspunt ook zo mocht functioneren in een wetenschappelijke context. Daar voelde ik al nattigheid. Zo keerde ik mij steeds vaker sinds mijn lezing van A.J. Heschel tot Joodse wijsheid. En kwam ik terecht bij Buber en Levinas waar de relatie wel centraal stond/staat.

Ik wilde graag verbonden raken met mensen en de werkelijkheid om me heen. Ook verbonden met mezelf. Ik merkte dat ik vervreemd was geraakt. Daarom had ik antwoorden nodig. Vanuit de bijbel, maar ook vanuit de psychologie of vanuit de filosofie. Ik had geen primaire intellectuele onrust en geen behoefte aan theoretische systemen, maar meer een existentiële- of relationele onrust. Ik had niet primair behoefte aan (re-)constructies en aan waarheden. Ik had behoefte aan relaties en echtheid daarin. Daarbij was het intellect bij mij volop actief, maar eerder als knecht of voertuig voor de waarachtigheid in de relatie.

Was dit een persoonlijke vraag of was dit een vraag die mij is opgedrongen in een zogenaamde postmoderne samenleving. Om dit te weten te komen moest ik mij ook verdiepen in deze manier van denken en beleven. En daarin heb ik veel overeenkomsten gevonden, maar zeker ook verschillen. Om maar even een verschil te noemen. Ik miste bij vroege postmodernen op veel punten de behoefte aan verbinding. Het leek er meer op dat zijn gericht waren op de behoefte aan zelfstandigheid of autonomie. Een behoefte die ik ook herkende, maar die ik éénzijdig vond naast de behoefte aan verbondenheid. Een radicale breuk met de grote verhalen was niet mijn behoefte.

Meestal was dit bij postmodernen ook minder radicaal dan in de karikaturen van “tegenstanders” het geval was. Zeker de latere postmodernen werden vriendelijker ten opzichte van de grote verhalen. Mensen als Vattimo gaven de grote verhalen weer een plek. Een plek zonder de gewichtige positie en zonder hun gewelddadige opdringerigheid. Een plek als traditie, waarvan er velen zijn en die ons heilzaam en inspirerend kunnen vormen.

De discussie rondom Rob Bell
Om een lang verhaal kort te maken. Problemen rondom de vragen kom ik ook weer tegen als het gaat om de discussie rondom “Love Wins” van Rob Bell. Welke vragen stellen we aan Bell. Zijn deze vragen vragen die mij verder helpen in wie ik ben met mijn verantwoordelijkheden? En kan ik deze vragen wel aan Bell stellen? Misschien overvraag ik hem dan? Misschien stel ik wel vragen die teveel te maken hebben met mijn eigen geloofskader die niet de zijne is en die misschien ook wel niet behulpzaam is bij mn eigen verantwoordelijkheid. Daarin wordt ik graag (of niet) geconfronteerd en gevormd.

Tijdens de avond over Rob Bell in Utrecht hoort ik regelmatig mensen roepen, dat Bell “erg goeie vragen heeft, maar geen antwoorden geeft” of goede vragen maar onduidelijke antwoorden. Deze mensen zullen hun gelijk hebben, maar dan wel in relatie tot hun vragen. En op het niveau van hun vragen kan dan de vraag gesteld worden waarom ze deze vragen hebben. Op welke behoefte sluiten deze vragen aan en zijn dit vragen die ze ook verder zullen helpen.

Zijn het ook de vragen die God ons voorhoudt? Wordt er ook hetzelfde mee bedoeld als wij hebben aangenomen? Kunnen wij ons hierin ook laten aanvullen?

En wat zijn het dan voor antwoorden die we verwachten? Wat willen we met deze antwoorden? Helpen ze ons verder in onze verantwoordelijkheid of leiden ze ons van onze verantwoordelijkheid af?

Merk gerust op dat ik de vraag naar waarheid niet expliciet noem? Waarheid (gr.=aletheia) heb ik leren kennen als iets dat verhuld is en wordt onthuld. Openbaring noemen ze dit ook wel. Maar een openbaring waarbij ik geëngageerd ben geraakt. Het is tegelijk ook een proces naar doorzichtigheid zoals dit ik dit in de  bijbel herken. Deze doorzichtigheid zie ik juist in bewustwording van mijn eigen proces in relatie tot wat ik van God mag ervaren en/of wat God mij daarin toevertrouwt. Zo heb ik waarheid of waarachtigheid leren kennen. En dat vind ik meer waard dan het platoons gebruik van waarheid waarbij er het risico is dat mensen met de waarheid macht over elkaar kunnen uitoefenen als het niet gepaard gaat met liefde. Gelukkig is in de bijbel waarheid direct verbonden met een persoon die ook liefde is.

Ik kan niet voor iedereen spreken. Een ieder heeft een eigen weg hierin. Maar het is denkbaar dat deze behoeften echt kunnen zijn, maar het is ook denkbaar dat deze behoeften zijn opgedrongen, zoals dit bijvoorbeeld in veel reclames gebeurt. Daarin wordt vaak wijsgemaakt dat we dingen nodig hebben als consument.

Dit gebeurt overal waar mensen in groepen leven, lijkt me. En dit gebeurt ook in kerken, is mijn ervaring. Daarin heeft elk individu een eigen individuatie-proces te gaan. Een proces met spirituele vragen als: Wie ben ik voor God? Wat vraagt God van mij? Is dit persoonlijk of vraagt God dit van ons als groep op meso of macro niveau? En moet ik echt de antwoorden accepteren die deze mensen voor zichzelf of voor de groep hebben gevonden? Of: is dat nu algemeen christelijk?😉

Hierbij moet ik altijd aan het gebed van Paulus denken in Efeze 3:14-21. De eerste stap is daar om als individu te wortelen in de liefde, in God, om vervolgens met alle heiligen de lengte, breedte, hoogte, diepte te kunnen begrijpen van de liefde van Christus die alle kennis te boven gaat. Elkaar aanvullen zodat we volstromen met Gods volkomenheid.

Voor mij is deze tekst een centraal punt geworden. Als individu geworteld in de liefde richt ik mij tot mensen. Dat vind ik best een opgave. Deze opgave geldt voor mijn omgang met mijn gezin alsook de omgang met christenen en (nog) niet-christenen. Zelfs mijn vijanden zal ik lief moeten hebben, zegt Jezus. En Hij mag het zeggen omdat hij dit ook heeft laten zien.

Ook als het gaat om de antwoorden op de hel en op de eeuwigheid en het behoud van mensen. Als het om mijn individuatieproces gaat zie ik dat ik al vroeg de aansporing gekregen om alles te zien vanuit Gods grote liefde. Zo is ook de bijbel voor mij gaan leven. Daarom sprak mij de titel Love Wins erg aan.

Brengt Bell mij bij vragen die er toe doen?
Zo ga ik dus beginnen aan Bell’s boek. Ik zal kijken welk proces van vraag en antwoord hij volgt. Zijn deze vragen ook echt mijn vragen of de vragen van mensen aan de rand van het geloof? Zijn er ook antwoorden te vinden? En vooral ook: wat is de weg die hij bewandeld?

De liefde wil ik hierin nooit loslaten. Ik wil dit tot het centrum houden van mijn geloof waar de rest zich aan toevoegt. Zonder de liefde is alles immers niets waard. En de liefde brengt mij tot nu toe altijd weer terug. Dichter naar de mensen om me heen en naar God. En ik hoop ook verder in mijn zoektocht. Een zoektocht die ik hier zwak geloven noem.

8 thoughts on “Hoe kan Rob Bell mij verder helpen met naastenliefde?

  1. mensen die de waarheid zoeken komen automatisch weer bij God terecht. Bell is wat mij betreft een kei in het stellen van vragen. hij gaat in het boek wat ik gelezen heb (velvet elvis)de zoektocht aan naar de kern van de relatie tussen Jezus en mensen. naar wat discipelschap inhoudt. ik denk dat Bell wezenlijke vragen stelt. vragen die in veel kerken niet(meer) gevraagd durven te worden uit angst voor wat het losmaakt. ik ben ook benieuwd wat zijn nieuwste book te melden heeft. zal het binnenkort eens aanschaffen of ergens lenen. wat me in ieder geval opvalt dat hij vragen durft te stellen en de antwoorden ook los durft te laten. ik bedoel hij zoekt niet in eerste instantie naar antwoorden, maar naar acceptatie lijkt me. niet zozeer voor zichzelf, alhoewel zijn achtergrond bezien zou dat een motivatie kunnen zijn, maar hij stelt de vraag in wezen ben jij geaccepteert bij God. voel jij je geacepteerd door God, wie is God voor Jou. Zijn uitgangspunt is in dit geval zover ik het in diverse dingen heb bezien liefde. liefde voor God en de medemens. gewoon ff wat gedachten van mijn kant. ik ben benieuwd wat je er over schrijft en ook naar het boek zelf. gr
    erik

  2. Dank je voor je reactie, Eric! Leuk en zeker stimulerend om je gedachten te lezen.

    Ja ik hoop enorm dat de mensen die de waarheid zoeken bij God terecht komen, dat moet haast wel =) Anderzijds zocht ikzelf helemaal niet naar God, maar kwam God gelukkig toch bij mij uit =) Ik was ook weinig oprecht en had geen goed leven toen God mij een uitweg gaf. Hoewel dit een omgekeerde ervaring is met hetzelfde resultaat geven deze ervaringen geven mij weinig houvast om te rechtvaardigen dat iedereen die de waarheid zoekt bij God komt. Misschien dan wel de tekst: zoekt en je zult vinden of God is een beloner van hen die Hem ernstig zoeken. Eigenlijk kan ik alleen maar mijn voorzichtig vertrouwen uitspreken dat God hoe-dan-ook recht zal doen. Ook al kom ik daar op een puur rationele weg niet echt uit. Ik kan dit vertrouwen op basis wat ik met Hem heb meegemaakt en wat ik aan getuigenissen heb gehoord. In de bijbel of daarbuiten. Maar zelfs dan weet ik uit ervaring dat God enorm kan verrassen. De ervaring van Gods liefde helpt me hierin.

    Maar zoals je zegt en zoals ook het “axioma” is voor mijzelf en mijn blog: De liefde gaat voorop en door de liefde kan ik mij moeilijk anders voorstellen. We zullen zien! Het doet mij (nog) niet anders in het leven staan en mij anders tot mijn medemens verhouden, is mijn indruk. Zolang er leven is, is er hoop en misschien daarna ook nog. De liefde hoopt immers alles =)

    Dat Bell niet naar antwoorden zou zoeken maar naar acceptatie lijkt me aannemelijk bij wat ik tot nu toe over hem weet. Ik zie dit zelf ook als een prioriteit in relationele setting. Het begint met acceptatie, gastvrijheid, welkom zijn. Dat men VOORAL rationele antwoorden wil horen, lijkt me trouwens minder passen bij wat ik tegenkom in Joodse wijsheid. Iets wat Levinas verwoordt met zijn centrale stelling “ethiek is optiek”. En daarin gaat het primair om de gastvrijheid voor de ander. Wat bijna neerkomt op acceptatie van de ander. Het besef dat antwoorden en begrip zijn gediend wanneer er de juiste ethiek aan vooraf gaat, kom ik minder vaak tegen. Hierin zit ik dichter bij Bell dan bij de anderen die hier niet bij stilstaan.

    Dat ervaar ik ook als ik telkens hoor: “Hij stelt wel de goede vragen, maar…” Hier wordt dan vaak (voor mij) te snel weer de stap gemaakt naar een rationele benadering. Ja hij stelt de goede vragen, maar dat komt volgens mij omdat hij op existentieel niveau naast mensen durft te staan. Of “(co-)existeren” gaat bij mij vooraf aan het theologiseren. Volgens mij gaat het om naast mensen staan in acceptatie en het verlangen om hen recht te doen en in deze confrontatie ook jezelf tegenkomen met gebrek aan liefde en besef van genade. Pas in deze context kunnen vragen en antwoorden gedijen is mijn (zwakke) overtuiging. Maar ik ben dan ook meer van de spiritualiteit en de filosofie dan van de theologie, hoezeer ik deze soms ook kan waarderen😉

    Ik ben nu bijna aan het einde van H1 en heb ook wel wat kritiekpuntjes op Bell. Die zal ik nog verwerken in een blogje.

    vriendelijke groet,

    Ronald

  3. Een opmerkelijk voorbeeld hoe theologie existentiële vragen al snel plaatst bij een pastorale invalshoek vind je in deze recensie op het boek van Bonda:
    http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/het-ene-doel-van-god/1001004010672211/index.html#product_description

    Daarbij lijkt men er impliciet vanuit te gaan dat pastorale theologie subjectief is of minder waar is dan de theologie die zich “puur” met dogmatiek bezighoudt. Dit wordt niet gezegd en is dus een hypothese die ik hier in het midden leg. Wat mij wel helder lijkt is dat er vanuit de theologie moeilijk kan worden rechtgedaan aan de actuele existentie van ons mensen. Zij het alleen op en theoretische wijze binnen theologische kaders. Vanuit de theologie is hierin dus weinig heil te verwachten. Dit gebeurt op existentieel niveau😉

    Bell en Bonda proberen de existentiële vragen recht te doen. Daarom benoemen ze deze vragen die uit de ervaring opkomen. Of de theologie daarbij voldoende/bevredigend in staat blijkt tot antwoorden zullen we later zien. De tijd zal het ons leren. Gelukkig is spiritualiteit meer dan theologie =)

  4. David van Beveren schreef:

    “Ik krijg toch steeds meer de indruk dat ik met mijn zwak geloven weer terug wil gaan naar een onbevangenheid die ik had toen ik net christen was geworden.”
    Een soort 2e naiviteit? (Paul Ricoeur)

  5. Ja David je geeft hier een mooie treffende reactie! Dat is een verlangen dat ik zeker herken. Die onbevangenheid kan geen onbevangenheid zijn zoals toen want we zijn “belast” met meer ervaring, maar misschien een nieuwe onbevangenheid. Door het proces van de louterende hermeneutische cirkel. Daarin nemen we al onze overtuigingen en invloeden onder de loep voor wat ze waard zijn ten opzichte van onze ervaringen met God en mensen om ons heen en komen zo tot een persoonlijke loutering en toepassing. Volgens mij zat dit niet ver bij de bedoeling van Paul Ricoeur vandaan. Ook een praktiserend hermeneuticus =)

  6. @david en @Ronald , ik herken hierin ook het een en ander.terug naar de onbevangenheid, maar tegelijk de strijd met wat we al weten, de ervaringen die we hebben opgedaan in ons leven , maar ook in ons geloven. ik mwerk dat pas gelovigen of jonge christenen vaak meer en intensiever met dingen omgaan omdat ze nog vaak het verlangen hebben naar meer, terwijl anderen (ik) veelal juist een beetje afgestompt lijken in wat we doen vanwege onze ervaringen. dit kunnen teleurstellingen zijn, maar tegelijk ook juist bepaalde positieve ervarinen met God waar we vroeger naar verlangt hebben die nu eigenlijk heel gewoon zijn geworden. onze naiviteit ten aanzien van ons taalgebruik welke we hadden toen we opas tot geloof gekomen waren en de woorden die we nu gebruiken zijn twee totaal andere werelden likt het wel en tegelijk zijn we dezelfde personen. gegroeid en ontwikkeld en toch het een en ander verloren lijkt het wel. in ieder geval de onbevangenheid en enthousiastme soms.

  7. De onbevangenheid en de strijd met wat we al weten, kan ik herkennen, Erik. Als ik bij mezelf en om me heen kijk en ook de psychologie ernaast houdt, merk ik op dat bij het ouder worden we gemakkelijk kunnen vasthouden aan formuleringen of woorden die we graag weer willen horen. Woorden worden gevuld met betekenis vanuit ervaring. Om woorden of formuleringen dan weer tussen haakjes te zetten vraag dan veel flexibiliteit van de meeste mensen. Dit hangt ook een beetje met samen met je karakter, meen ik.

    God geeft in het het eerste testament al aan door zijn profeten dat hij niet kan wonen in zoiets als een tempel of een tabernakel. Maar het zijn wel “hulpmiddelen” die God geeft aan de mens om bij Hem te komen. Volgens mij is dit met woorden niet anders. God is de vinden binnen de tempel en daarbuiten en God is in woorden te vinden maar zeker ook daarbuiten. Het vasthouden aan woorden en de betekenis die wij eraan geven zal dus een beperking zijn. Dat hoeft geen ramp te zijn, maar het geeft wel een geslotenheid. De werkelijkheid is een gebeuren en ervaringen zijn elke dag weer nieuw. Ook de ervaringen met God en de liederen die daarbij horen, als ik de psalmist mag geloven.

    Nu kunnen jongeren ook heel star zijn wanneer er bepaalde opvattingen zich vastzetten. Ook bij pasgelovigen herken ik dit en vooral ook bij mezelf destijds. Dat heeft het misschien meer te maken met zekerheid en vastheid die nodig is in het begin van een relatie. Net zoals toen ik verliefd was en ik het vaak zonder de aanwezigheid van mijn geliefde moest doen. Een foto was dan iets om mijn herinnering levend te houden. Ik was soms zelfs bang dat ik haar gezicht niet meer zou herkennen. In zo’n situatie zijn we geneigd om met veel ervaringen onze beelden te vullen. Maar Later merken we weer dat deze beelden tekort schieten.

    In de traditie is dit proces onder woorden gebracht met de 3 wegen om God te leren kennen, waar ik eerder over blogde. De via affirmatia de via negationes en de via eminentiae. Bevestigend (zo is God) ontkennend (God is het tegengestelde) en daar bovenuit gaand (God gaat uit boven de bevestigingen en de tegenstellingen). Alle drie zijn ze nodig voor een evenwichtige omgang met kennis. Alleen bevestigend schiet tekort vanwege de gebrekkig woorden, alleen ontkennend schiet tekort vanwege de uitsluiting en alleen daarbovenuitgaand schiet ook tekort omdat God zich wel wil verbinden aan mensen. Dat zien we in Jezus die mens is geworden.

    Ik moet zeggen dat deze 3-slag mij wel weer een soort nieuwe naïviteit gaf. Prima om te bevestigen, prima om te ontkennen en prima om verheven te doen. Maar als we als mens God recht willen doen dan ga ik voor het evenwicht tussen deze drie. En dat is dan weer niet zo eenvoudig, maar wel dynamisch. Zeker in een relatie =)

  8. Mooie blog, ook door de persoonlijke insteek, die veel bij me oproept. Ik ben benieuwd of ik dat in een min of meer coherent, of liever leesbare reactie kan vertalen.

    Ik herken veel elementen in je ontwikkeling. Ook in m’n pubertijd het (kinder)geloof vaarwel gezegd, experimenteren met drugs, geheel bevangen zijn door existentiële vraagstukken.

    Ik las laatst iets (Jaspers uit het hoofd?) dat Nietzsche en Kierkegaard als een soort ‘broeders’ voorstelde, in de zin dat ze tot dezelfde conclusie kwamen, maar deze verschillend uitwerkten. Naar wat ik van jou lees, zou ik me kunnen voorstellen dat jij ook op dat punt stond, net als hun in de diepte hebt gekeken en net als Kierkegaard door God bent gegrepen. Ik denk dat ik misschien wat langer met Nietzsche heb meegelopen en meegedacht (?). Ik beschouw Nietzsche dan ook als de ultieme postmodernist (avant la lettre). Bij hem heb ik ervaren wat de ‘Godsverduistering’ nu eigenlijk kan betekenen niet alleen voor het individu, maar ook voor de maatschappij, voor het samenleven.

    Nu ja, dus of je het nu deconstructivisme, nuancering, relativering of verzwakking noemt, het is niet zelden erg nuttig, maar het is altijd alleen maar mogelijk als het t.o.v. iets anders is. Ik geloof dat (ik weet het; containertermen) ‘postmodernisme’ dan ook nagelvast met ‘modernisme’ is verbonden. Ik zie het het sterkst bij Wittgenstein terug. Is er een breuk of continuiteit tussen Wittgenstein I en II? Ik denk dus dat het een continüum is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s