Onjuiste suggesties van het ND over Rob Bell

Het gesprek over Bell kreeg vandaag een vervolg in het Nederlands Dagblad. Koert van Bekkum schreef daar een artikel over het boek van Rob Bell. Laat ik maar direct zeggen dat ik het artikel sterk vind in zijn historische kijk op de zaak, maar erg slecht in zijn analyse van Rob Bell’s boek “Love wins”. Dus als je het artikel wilt lezen en je moet ervoor betalen dan is mijn advies om er niet voor te betalen als je meer over “Love Wins” wilt weten. Als je meer over de (dogmen)geschiedenis wilt weten rondom de toekomst van niet-gelovigen en hoe daar door veel theologen over is gedacht dan is betalen een prima optie.

Het artikel begint met een kop die op zichzelf prima is: “Zonder oordeel geen gerechtigheid”. En zo bouwt van Bekkum het artikel op vanuit de ervaring van 9/11 en het geweld wat daar plaatsvond. De wereld vraagt om gerechtigheid en gerechtigheid om een oordeel. Lijkt de suggestie. Wederom lijkt mij hier niets mis mee. Het lijkt me zelfs pastoraal voor de slachtoffers zeer invoelend opgemerkt. Echter als opmaat naar het boek van Bell slaat hij hiermee de plank helemaal mis, is mijn indruk.

Het suggereert namelijk dat Bell niet in een oordeel gelooft. Daarmee zit van Bekkum er gewoonweg naast. Ik kan er niets anders van maken. Dat geldt ook voor de suggestie dat er bij Bell een streep door de hel wordt gezet. Ook hiermee doe van Bekkum geen recht aan het boek van Rob Bell. Bell laat het oordeel nog steeds staan alleen zet hij vragen bij de eeuwigheid van het oordeel. Omdat eeuwigheid in de bijbel niet altijd “voor altijd” betekent, ziet hij ruimte voor een tijdelijk oordeel. Hij licht dit toe met teksten en met Gods weg met Israël, het volk dat het God ook niet voor altijd straft. Het is daarbij Bell’s doel om met een verhaal te komen die bijbels verantwoord en acceptabel is voor niet-christenen. Of hij hierin slaagt laat ik in het midden.

De hel blijft bij Bell nog steeds een plek krijgen. De hel in het hier en nu als een plek van ellende, maar ook de hel straks wil Bell niet afschaffen. Het is dus niet zo simpel om Bell toe te schrijven dat hij niet in een hel gelooft. De tijdelijkheid is de kwestie hierin. En dat is niet alleen vanwege het tegenstaan van de hel, maar ook vanuit bijbelse, exegetische argumenten.

Wederom verbaas ik mij dus dat geleerde theologen zo met Bell omgaan. Ik ben het niet in alles met Bell eens, maar ik vind wel dat we de gedachten van Bell niet mogen misvormen, zodat we ze te gemakkelijk opzij kunnen zetten voor onze missionaire praktijk.

Wat is dit toch dat men zich zo fixeert op deze kant van Bell’s verhaal? Zo wordt het – in mijn beleving – ook nog eens misvormd en komt men vervolgens niet meer toe aan Bell oproep om bij ons getuigen of vertellen aan te sluiten bij onze tijdgenoten.

Het hele verhaal van Bell naar aanleiding van de verloren zoon en het gegeven dat het voor iedereen maar één stap is tot God blijft buiten beschouwing. Het lijkt er op deze manier op dat de oudste zoon op deze manier nog meer drempels aan het opwerpen is voor de jongste zoon die in de verte het ouderlijk huis nadert.

Alsof er in de vorige eeuw niets is gebeurd en alsof we de rake kritiek van het postmodernisme zomaar aan de kant kunnen zetten! Weer terug naar onze aloude bolwerken die de tand des tijds lijken te doorstaan! Dream on!

Dit is niet alleen missionair een weinig behulpzame houding, ik vind dit getuigen van een weinig kwetsbare houding. In mijn beleving wordt er zo te weinig gelet op de tekenen die de tijd ons laat zien en onze naasten die we lief moeten hebben. De sterke rationele houding van de theologie lijkt me toch echt voor verzwakking vatbaar. Ook de theologie kan immers worden gerelativeerd in zijn verbondenheid met de tijdgeest en met een meer westerse context die we niet wereldwijd kunnen toepassen. De modernistische theologie lijkt me dus ook vatbaar voor de kritiek van het postmodernisme. Ook al lijkt het postmodernisme geen goed alternatief te bieden, wil het niet zeggen dat de kritiek onterecht is.

Hierbij noem ik nog maar even mijn punt uit eerdere blogposts. De groeiende nadruk op de filosofische hermeneutiek in de vorige eeuw en de verzwakking van de sterke rede door mensen als Heidegger, Wittgenstein, Kuhn, Levinas, Wolterstorff, Vattimo en de postmodernen, kunnen toch niet voorbij gaan aan de theologie. Hierbij denk ik niet dat we bang hoeven te zijn om belangrijke theologische ingrediënten te verliezen. Ik denk eerder dat we vooral ook mogen uitzien naar de aanvulling die ons geloof kan verrijken. Hermeneutiek als een levenshouding geeft zoveel diversiteit bij het verstaan van de bijbel en bij de aansluiting op de diversiteit van de mensen om ons heen. Het zou mooi zijn als we dit zouden kunnen oppikken. De narrativiteit van Bell is zo’n vorm om de rede iets breder te trekken in de richting van het verhalende. Iets wat veel mensen in deze tijd meer aanspreekt.

Ja ik heb me dus behoorlijk geërgerd aan het artikel. Dat komt ook een beetje omdat mijn reactie niet direct werd geplaatst en toen ik ondertussen een verbeterde reactie had gemaakt de eerste reactie er op stond en mijn tweede er weer niet door kwam. En tot op heden er nog steeds niet staat. Er is me beloofd dat het morgen goedkomt.🙂

Neem nu de laatste zinnen “Het gejuich waarmee de aankondiging van uitgeverij Kok van “Love wins” werd begroet is een veeg teken. Tijd dus voor een goed gesprek.” Dit roept Van Bekkum na de opmerking dat mensen niet meer in oordeel en hel geloven. Hiermee schuift hij Bell gewoon op deze hoop en dat lijkt me een groot onrecht.

Maar goed ik wil dit toch even hebben gezegd omdat ook het ND-artikel nu in alle openbaarheid te lezen is. En ik ben het volop met Van Bekkum eens dat het tijd is voor een goed gesprek. Hopelijk wordt het ook een gesprek waarmee de missie van de kerk is gediend. Het zou toch mooi zijn als we creatiever en kundiger worden om onszelf en mensen om ons heen nog meer te betrekken in Gods liefde voor alle mensen. Daar zie ik naar uit.

3 thoughts on “Onjuiste suggesties van het ND over Rob Bell

  1. Beste Ronald,
    Dank voor je kritiek op het stuk van Van Bekkum. Het is duidelijk dat Van Bekkum geen recht doet aan het doel van het boek zoals jij dat in een eerder blog zo mooi verwoordde: “het gesprek over de vraag hoe we onszelf en anderen zo dicht mogelijk bij Gods vergevende en herstellende liefde kunnen brengen.” Van Bekkum lijkt me een onnodige drempel extra op te werpen op deze manier. Dat gezegd hebbende vroeg ik mij echter af of Bell zélf ook (nieuwe) drempels opwerpt in zijn boek en gek genoeg denk ik een hele hoge drempel tegen te komen waar het gaat om de “spelregels” die Bell aan Gods liefde stelt.

    ECHTE LIEFDE VERONDERSTELT VRIJE WIL
    ‘Door de gehele geschiedenis van het nadenken over de vraag “Als God bestaat, vanwaar komt dan het kwaad?” is het een immer gebruikte strategie van gelovigen geweest om een beroep te doen op de vrije wil om God van blaam te zuiveren. Recentelijk is deze Free Will Defense versterkt met het argument dat de Schepper authentieke liefde van Zijn schepselen verlangt. Dat is alleen mogelijk als die schepselen daartoe de vrijheid hebben.’, aldus Thaddeus J. Williams in zijn proefschrift ‘Liefde, Vrijheid en Kwaad’.

    Williams doelt hier expliciet op het boek van Rob Bell ‘Love Wins’ en citeert pagina 104 waar Rob Bell schrijft dat liefde ‘can’t be forced, manipulated, or coerced. It always leaves room for the other to decide.’ De idee dat liefde een vrije wil vooronderstelt, vormt een als grondslag aanvaarde stelling het hele boek door. Kritiek op Bell dat hij de vrije wil zou ontkennen, hebben m.i. dit duidelijke axioma in Love Wins niet opgemerkt. Het brengt Bell juist tot zijn conclusies over de hel waar velen over vallen en als controversieel bestempelen. De meeste discussies rondom dit boek gaan dan ook over de hel en het eeuwig oordeel, zie het artikel van Van Bekkum in het ND van 9 september. Toch gaat dit voorbij aan een m.i. veel wezenlijker discussie die Love Wins oproept: wat is eigenlijk de aard van die Liefde die wint? Is Gods liefde gebonden aan dezelfde voorwaarden als onze liefde, namelijk libertijnse vrijheid? Volgens Bell wel: ‘Love demands freedom. It always has and it always will’ (blz. 100). Maar is dit hetzelfde als de uiteindelijke vrijheid om zelf als mens je lot te beslissen, zoals Bell concludeert? Komt dat overeen met wat de Bijbel ons voor ogen houdt over Gods liefde en genade?

    Van het antwoord op deze vragen hangt veel af, nu en in de toekomst. In hoofdstuk 4 van Love Wins verandert Bell de startvraag “Does God get what God wants?” naar de vraag of de mens uiteindelijk zijn eigen zin krijgt. Bell stelt dat ultieme liefde ruimte laat voor de mens om uiteindelijk zijn eigen zin te krijgen. Ook al is dat zijn eeuwig onheil in de verschrikkelijke illusie dat hij of zij daar “gelukkiger” is zonder God.
    God zelf wil echter dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis van de waarheid komen (1 Tim. 2:3,4). God wil dat uit liefde, maar wint die Liefde nou of wint uiteindelijk de vrije keuze van de mens? In hoeverre wint de Liefde van de Vader als nu of straks of uiteindelijk een mens kiest voor zijn eeuwig onheil? Of geldt hier alsnog het loflied “Wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet”?
    Het antwoord is ook van groot belang voor ons leven hier en nu. Rob Bell stelt het met m.i. de beste zin uit zijn boek zo: “Our eschatology shapes our ethics.” Ons beeld van God en wat er uiteindelijk zal gebeuren, bepaalt ons ethisch handelen hier en nu.

    OORZAKELIJKHEID EN NOODZAAK
    Williams analyseert in ‘Liefde, Vrijheid en Kwaad’ de kerngedachte van Bell dat authentieke liefde berust op een vrije beslissing. Wat is de rol van redenen die mensen voor hun keuzen hebben, van oorzaken die hun keuzen leiden en ook van omstandigheden die mensen dwingen tot bepaalde keuzen? In het kort onderscheidt hij drie vormen van oorzakelijkheid en noodzaak. Eerst fysische noodzaak (machinaal, ingebouwde noodzaak) en dan dwingende noodzaak (de noodzaak van buiten af, met ‘het pistool op je voorhoofd’). Het is duidelijk dat beide een betekenisvolle liefdesrelatie ondermijnen, want ze reduceren een mens tot een radertje in de machine of een slachtoffer van manipulatie. Williams onderscheidt echter ook een derde vorm van noodzaak, die volgens hem vaak met deze twee wordt verward: ‘de noodzaak van het hart’. Het ‘hart’ staat in de Bijbel voor de ‘zetel’ van onze verlangens, redenen en overtuigingen, het geheel van duw- en trekkrachten die ons maken tot wie we zijn.
    “Libertijnse vrijheid vooronderstelt een ‘ik’ dat boven dit geheel staat en autonoom besluit iets te doen of iemand al dan niet lief te hebben. De moeilijkheid van libertijnse vrijheid is dat het kiezende ik niet alleen vrij staat ten opzichte van fysiek dwingende krachten (machine; schutter) maar ook ten opzichte van het krachtenveld in de handelende persoon zelf: diens eigen karakter, aanleg en geweten, samen: diens hart.”, aldus Williams. Het bezwaar van Williams is dat het vrije ‘ik’ zelf zo vrij komt te staan tegenover alle persoonskenmerken.

    Dat lijkt mij een krachtig punt. Door heel de Bijbel heen valt m.i. goed te verdedigen dat de persoonskenmerken die worden aangeduid met ‘het hart van de mens’ de drager zijn van de liefde voor een ander. Dat lijkt zelfs op te gaan voor God zelf! In die zin kan er geen transcendent ‘ik’ zijn dat vrij staat boven alle verlangens en drijfveren in het hart. Zo’n ‘ik’ zou niet de kenmerken hebben van iemand die echt liefheeft. De gedachte die Rob Bell hoog in het vaandel heeft, dat echte liefde libertijnse keuzevrijheid vooronderstelt, laat geen ruimte voor de rol die het menselijk hart feitelijk speelt in de ‘keuzes’ om wel of niet lief te hebben. Het argument van Bell dat liefde ‘can’t be forced, manipulated, or coerced. It always leaves room for the other to decide’ doet weliswaar een beroep op de ‘common sense’ dat ware liefde en dwang elkaar uitsluiten, maar bevat in feite een verwarring van dwang en noodzaak met de redenen van het hart. Het is helder dat liefde onder ingebouwde of fysieke dwang niet het woord liefde verdient, maar daarmee is niet gezegd dat liefde die voortvloeit uit de kern van iemands karakter geen echte liefde is. Integendeel, lijkt me!

    HET BIJBELSE BEELD VAN GOD EN MENS
    De Bijbel toont diepere lagen van zowel God als het menselijk bestaan dan het beeld dat Rob Bell schets wanneer hij schrijft: “For there to be love, there has to be the option, both now and then, to not love. To turn the other way…. Although God is powerful and mighty, when it comes to the human heart God has to play by the same rules we do.” (blz. 92). Bell refereert aan de Bijbelse gedachte dat mensen geroepen, bevolen en uitgenodigd worden om God lief te hebben. En ‘moeten’ vereist ‘kunnen’ is zijn gedachte. Immers, als ik iets echt niet kan, dan vervalt mijn morele verplichting. Maar Williams laat zien dat ‘moeten impliceert kunnen’ in conflict komt met Bijbelse inzichten inzake het samengaan van morele plicht met moreel onvermogen. ’Moeten vereist kunnen’ staat op gespannen voet met de bijbelse analyses van de morele corruptie in het menselijke hart, onder andere in het Johannes-evangelie, en gaat voorbij aan de diepere wortels van moreel kwaad in de mens.

    Terecht stelt Bell dat een authentieke liefdesrelatie geen ruimte laat voor de eis dat de ander de liefde beantwoordt. Een mens kan een ander niet dwingen hem of haar lief te hebben zonder het persoon-zijn van de geliefde tekort te doen—waardoor het juist geen liefde meer is. Dit fundamentele inzicht lijkt me juist. Maar dan stelt Bell dat God zich in de liefde aan dezelfde spelregels moet houden als de mens. Voor mij is dat nog maar de vraag! Mag Bell dit kenmerk van intermenselijke relaties op de relaties van God met mensen projecteren? Als vanuit de Bijbel aannemelijk kan worden gemaakt dat God mensen op een andere manier kan bereiken dan mensen elkaar, dan is het mogelijk dat Gods liefde mensen ertoe kan brengen Hem (uiteindelijk) lief te hebben zonder dat Gods werking in het menselijk hart afbreuk doet aan hun menselijkheid. Bell doet m.i. tekort aan de diepte van het Bijbelse beeld van God, als bij God deze dingen mogelijk zijn, die voor de mens duidelijk onmogelijk zijn.

    GOD IS MEERDER DAN ONS HART
    Williams maakt duidelijk dat de Bijbel aan God vermogens toeschrijft waarover mensen als eindige wezen niet beschikken. Als mensen niet zondermeer vanuit vrije wil Gods liefde beantwoorden, dan is de vraag of de Bijbel aan God het vermogen toeschrijft om, op andere wijze dan mensen kunnen, authentieke liefdesrelaties tot stand te brengen zonder hen van hun menselijkheid te beroven.
    In de Hebreeuwse Bijbelboeken komt het spanningsveld van liefde als ‘handelen dat God belooft’ enerzijds en ‘handeling die God aan de mens beveelt’ anderzijds sterk naar voren. Williams stelt dat het Arminiaanse beperken “van de goddelijke handelsbevoegdheid tot het overtuigen, activeren of juist verharden van het menselijke hart, afdoet aan de belofte en realiteit van Gods handelen”. Aan de andere kant, de Calvinistische gedachte dat God alles heeft voorbestemd met een ‘dubbele predestinatie’ en mensen behoudt buiten de menselijke wil en het menselijke hart om, verliest de betrokkenheid van de mens—met hart en ziel—daarin. De tweeledige nadruk op goddelijk handelen en menselijke verantwoordelijkheid komt het beste tot zijn recht in een perspectief waarin is verdisconteerd dat God het hart van de mens vernieuwt. In dit proces lopen goddelijk en menselijk handelen dooreen, getuige de bede: ‘Schep, o God, een zuiver hart in mij’ (Ps 51:12 NBV).

    Als deze conclusie verantwoord is, dan berust de claim van Bell dat God volgens dezelfde spelregels moet spelen en dus uiteindelijk de mens er niet toe kan brengen om Hem uit vrije wil lief te hebben, op “een onvermogen om een cruciaal onderscheid tussen Schepper en schepsel te vatten. Het verschil tussen Gods handelen en menselijk handelen mag niet worden genegeerd. Gods bemoeienis met mensen kan niet doorzichtig worden gemaakt. Dat geldt al helemaal inzake de ontwikkeling van de liefde tot God. Eindige schepselen zijn beperkt in hun vermogen om liefde te doen beantwoorden, maar de Schepper is niet door dergelijke beperkingen gebonden. God heeft toegang tot en gezag over het menselijke hart, op een zodanige wijze dat Hij onze innerlijke telos kan heroriënteren op liefde zonder onze menselijkheid aan te tasten. De fundamentele vooronderstelling dat mensen andere mensen niet actief tot wederliefde kunnen brengen, mag als beperktheid niet worden geprojecteerd op God als Schepper.”, aldus Williams. Omdat wij als mensen niet kunnen bewerken dat wie wij liefhebben onze liefde beantwoordt, zou God dat ook niet in zijn liefde voor mensen kunnen zonder onze menselijkheid op te heffen? Die vooronderstelling dat de Schepper aan dezelfde beperking is gebonden als schepselen is niet geloofwaardig bij Bell.

    Maar als God dan het vermogen heeft om het menselijke hart zo te vernieuwen dat het tot authentieke liefde komt, waarom doet Hij het dan niet direct bij alle mensen? Dat is een vraag die gebaseerd is op de moeilijk te bewijzen conclusie van ‘Ik zie het niet dus is het er niet’. Blijkbaar werkt God niet op de harde deterministische wijze van het Calvinisme en “trekt Hij niet aan alle touwtjes”, maar mag je er volgens de Bijbel zeker van zijn dat Hij uiteindelijk wél “aan het langste eind trekt”. Gebed om de vernieuwing van het hart is onmisbaar in situaties waarin je concreet met kwaad wordt geconfronteerd. In Thessalonica bidt Paulus ‘Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken’ (1Thes. 3:12). Bell’s uitgangspunt werpt ten diepste een ontzaglijke drempel op om dichterbij Zijn liefde, Zijn hart, te komen en krachtig en geloofwaardig een relationeel bruggenhoofd te vormen tegen de anti-liefde krachten in deze wereld. We hebben tal van heel concrete vormen van kwaad te trotseren. Stel dan je hoop op God en geloof en bid dat God de harten van alle mensen zal vernieuwen, dwars door oordeel en straf heen. Of misschien juist wel dankzij oordeel en straf zoals ik dat zelf bij mijn kinderen soms ook zie. Wie met Bell de spelregels voor God in de liefde gelijkstelt met die van de mensen, komt niet uit bij de werkelijke zin van je bestaan zoals God die voor ogen heeft, maar komt uit bij uiteindelijk je eigen zin krijgen, hoe verwoestend dat dan ook zal zijn. God verhoedde het…

    Met vriendelijke groet,
    Peter Hoogendijk

  2. Dank voor je reactie op mijn blog, Peter. Het is eerder een soort miniblog op mijn blog, maar dat is erg welkom. We hebben immers alles hier gemeenschappelijk😉

    Ik moet er iets langer bij stilstaan, dus vandaar even alvast een korte reactie. Ik hoop er later op terug te komen.

    Maar het punt van de vrije wil is zeker iets wat Bell overeind lijkt te willen houden. Ik zal eens nadenken, studeren en vorsen in hoeverre dit terecht is. Tot die tijd laat ik het nog even in het midden. Ik neig nog wel naar een noodzakelijke geloofskeuze van de mens. Maar hoe hard ik dit wil stellen weet ik niet. Je kunt hierbij ook allerlei uitzonderingen bedenken. Neem kinderen en andere mensen die wat moeilijker tot een keuze kunnen komen. Dat weet ik dus nog niet. Maar “vrije wil” lijkt me hierin een theoretische constructie. Maar misschien wel een nuttige of misschien ook een belemmerende. Ik ga het onderzoeken.

    Hartelijke groet,

    Ronald

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s