Voorbij alle belemmeringen… (Rob Bell) 3/3

Inleiding
Deze bijdrage gaat verder op de meer practice based benadering van Rob Bell ten opzichte van de meer evidence-based benaderingen in de theologie. Bell’s boek Love Wins is geboren uit zijn missionaire praktijk en zijn vragen zijn vragen vanaf de werkvloer. In zijn boek zoekt hij de ruimte die er binnen een bijbelse theologie is, om met deze antwoorden om te gaan. Hierbij maakt hij gebruik van de narratieve methode.

Ontwikkelingen in de samenleving
Niet voor niets is er nu ontwikkeling in het hogere onderwijs om meer aansluiting te zoeken bij de praktijk. De indruk dat kennis-instituten in de vorige eeuw van de praktijk vervreemd zijn geraakt wordt nu vrij breed gedeeld. Afstudeerprojecten moeten tegenwoordig veel meer vanuit een praktisch maatschappelijk nut worden verantwoord. En terecht – lijkt me – want het gaat hierbij ook om gemeenschapsgeld. Een theoreticus kan zich niet blijven opsluiten op de studeerkamer, zolang hij wordt betaald door de gemeenschap. Ook de theoloog niet. In deze actualiteit zien we dat een schijnbaar moeilijk theoretische probleem enorm praktische consequenties kan krijgen.

Evidence-based en practice-based
Ook is er een beweging van evidence-based theorievorming naar practice-based theorievorming. Deze lijkt mij een gevolg van de ontwikkelingen die ik hierboven schets. Voor de diepgravers verwijs ik graag nog naar mensen als Toulmin (Cosmopolis). Maar misschien zijn er nog betere auteurs.

De uitdaging voor de kerk
Veel traditionele kerken bewegen hierin niet makkelijk mee. Logisch ook vanwege de rijke traditie die ze meetillen. Ze zullen niet zomaar met elke gril meebewegen.

Ook in de theologie wordt het praktisch nut steeds belangrijker. Dat kan een conflict opleveren, maar wanneer de theologen steeds meer beseffen dat het niet om heersen maar om dienen gaat, kan het winst en nodige ruimte opleveren voor de praktijk. Winst omdat ik van mening ben dat het gebouw in veel gevallen en bij sommige mensen teveel is afgesloten voor de praktijk van alledag. Al is het maar vanwege het taalgebruik. Theologie is immers wat tussen mensen en God gebeurt. Ik vind dat we met het oog op missie wel iets meer openheid, creativiteit en aansluiting kunnen gebruiken om mensen (inclusief mijzelf) aan te kunnen spreken. Dat zie ik ook in de gedrevenheid van Rob Bell.

Maar ook hierin is er een risico tot doorslaan. Dus ook dat zou ik hier wat willen verzwakken. Liefde blijft immers ook aansluiting zoeken. Zowel met de mensen in onze omgeving als met de mensen in het verleden die we mogen “eren” als onze voorouders. Dat vraagt om een goede verantwoording naar de christelijke traditie. En dat is mijn spiritualiteit als denkende contemplaat😉

Deze aansluiting kunnen we gerust overlaten aan het werk van de Heilige Geest. Deze is immers de aangewezen persoon in de Drieëenheid voor de samenhang. Maar in de bijbel en door de geschiedenis heen doet Gods Geest dit werk door mensenhoofden en -handen. Gods Geest gebruikt eenvoudige en minder eenvoudige mensen om dit doel te bereiken. Dat vraagt volgens mij om goed kijken en luisteren en iets wat we “onderscheidingvermogen” kunnen noemen.

Rob Bells practice-based benadering
Ook in de discussie rondom Rob Bell lijkt me de evidence-based invalshoek botsen met de practice-based invalshoeks. Volgens mij kan dit conflict worden opgelost als we goed kijken en naar elkaar blijven luisteren. Volgens mij is dit nog onvoldoende gebeurd.

Als illustratie een tweet van Koert van Bekkum in een tweet naar Henk Medema en mij:

 @medema @RonaldvdOever Bell is bewust meer retorisch dan argumentatief, maar desondanks is zijn these behoorlijk helder.

Hierin maakt hij een begrijpelijk punt, want de these van Bell lijkt behoorlijk helder: “We hoeven in ons verhaal aan “niet-gelovigen” niet uit te gaan van een altijddurende straf”. Alleen is dit maar één hoofdstuk in het boek en lijkt mij de context waarin Bell dit bespreekt een andere context dan de dogmatische context waarin Koert van Bekkum dit plaatst. In deze verwarring gaat ook Rob Bell niet vrij-uit. Hij kiest hierin voor de narratieve methode en vult deze op een persoonlijke manier in die misschien nog niet zo heel breed wordt gedeeld in theologenland.

Bell’s argumentatie
Ook de kwalificatie “retorisch” in plaats van “argumentief” is hierbij opvallend. Volgens mij is Bell zeer argumentatief. Hij “bouwt” zelfs op vanuit bijbelteksten en een theologie van God en zijn volk Israel. Maar het vertrekpunt van Bell is de praktijk en zijn missionaire passie die hij verbindt aan bijbelteksten en theologische inzichten. En Bell kiest daarbij nadrukkelijk voor een narratieve methode. Gods verhaal met ons, Gods verhaal met Israel en ons verhaal voor mensen met belemmeringen om Gods liefde te kunnen accepteren.

Voor Van Bekkum lijkt het vertrekpunt de historische theologie en de (smallere?) orthodoxie hierin. Hij tilt zwaarder aan de historische lijn in de dogmatische ontwikkeling. “Retorisch” lijkt me dus een kwalificatie waar we Bell geen recht mee doen. Hij ziet een urgentie in de missionaire praktijk en hij verkent de theologische ruimte voor een andere verhaal, is mijn interpretatie.

Bell’s narratieve methode
Bell hanteert dus bewust een narratieve methode in zijn boek. Al vanaf het begin van zijn boek. Die past hij – volgens mij – consistent toe. Heel argumentatief of samenhangend in die benadering. Het gaat om ons verhaal aan anderen en om Gods verhaal met Israel. Om het verhaal van de verloren zoon gaat het om wie van de broers uiteindelijk het verhaal van de vader kan overnemen. En een narratieve benadering kan natuurlijk behoorlijk retorisch overkomen bij iemand die vanuit de “klassieke” methode denkt. Er is dus nogal veel te zeggen over de manieren van argumenteren. Dit kan je niet zomaar diskwalificeren als “verouderd”, “achterhaald” of als “retorisch”. Misschien helpt het als we positief waarderende termen kiezen voor andere manieren die in de christelijke traditie een plek verdienen. Wat socio’s als ik positief labelen noemen😉

Het primaat van de missiologie?
In de missiologie zie ik dit probleem ook voorbijkomen in het standaardwerk (volgens achterflap) van David Bosch: “Transforming Mission”. Daarin stelt hij voor om de missiologie als “moeder van de theologie” te beschouwen.  Daarvoor heeft hij zeer bijbels-theologische argumenten. Een prettige en open invalshoek voor een missioloog omdat het iets meer onder de druk van de dogmatiek kan uitkomen. Ook goed passend in een postmodern tijdsgewricht. Wel wordt het risico groter op een conflict met een klassieke manieren uit een (smallere) traditie. Zeker met de manier die erg hangen aan de methode die in de verlichting dominant was.

Door deze verschillende motieven verzandt de discussie ook heel snel in een “teksten-gevecht” om punten waarvan mij het doel niet helder is. Vaak vanuit de beste motieven. Ik verwijs maar even naar de reactie-mogelijkheid onder het artikel van Koert van Bekkum. Allemaal goede motieven die we misschien wat minder tegen elkaar zouden moeten uitspelen.

Welke ruimte is er?

Er lijkt zo wat ruimte te zijn in het dogmatisch debat. Hoeveel ruimte is nog steeds de vraag die voor mij blijft staan. Met stevige stellingen over en weer krijg ik hierin niet veel duidelijkheid. Misschien kan een “open-minded” dogmaticus wat ligt op de zaak werpen. Reclusius is met zijn reactie op eerdere blogs vanuit katholiek perspectief hierin al zeer behulpzaam geweest. Het lijkt me ook een boeiende excursie om de protestantse benadering eens naast de katholieke benadering te leggen. Misschien kunnen we hierin van elkaar leren.

Het signaal van Rob Bell
Deze discussie zie ik op de achtergond aanwezig in het debat over Rob Bell. Bij Bell is dit boek ontstaan vanuit zijn practice-based ervaring en zijn passie om mensen bij het evangelie te betrekken, die hij in evidence-based sfeer acceptabel probeert te maken. Dit is een hele klus en hierin lijkt vooralsnog niet te slagen.

Maar er is wel een signaal afgegeven die we serieus dienen te nemen. De aansluiting tussen theorie en praktijk is niet zonder problemen. Willen de “scholen” met hun theorievorming aansluiting blijven zoeken met de praktijk dan kunnen we dit signaal niet negeren.

De missionaire praktijk vraagt om een theoretisch kader waarin er beter wordt aangesloten bij de missionaire praktijk. Soms vraagt het zelfs om een nieuw jargon waarin tijdgenoten of specifieke doelgroepen zich kunnen herkennen. Dit doen we natuurlijk al langer met diverse bijbelvertalingen en diverse kinderbijbels en dagboeken. Ook de Alpha-methode is ontstaan vanuit de praktijk. Maar ook daarin kan nog beter worden afgestemd met onze buitenkerkelijke tijdgenoten, is mijn indruk.

Nu het postmodernisme wat tandloos lijkt geworden durven sommige theologe weer meer hun aloude gebouwen te betreden, met de dichte ramen en de stevige rationele fundamenten. Ze roepen dat er weer een stevige basis moet komen en dat er meer kennis nodig is. Zo dreigt er polarisatie als ze hierbij niet goed aansluiten bij de praktijk. En dat lijkt me geen dienstbare houding voor de missionaire praktijk en daarmee in deze tijd indirect ook niet voor de theoretische praktijk.

Mensen als Rob Bell, Brian MacLaren en Anselm Grün die goed lijken aan te sluiten bij binnen- en buitenkerkelijke tijdgenoten worden dan op punten heel snel dogmatisch neergesabeld. Een introverte actie die niet bijdraagt aan het probleem hoe we als kerk naar buiten kunnen treden. Om die reden vindt Tim Keller misschien wat meer gehoor. Waarbij hij in zijn kerkvorm ook zeer traditioneel blijft. Zeker in zijn zondagsdienst, is mijn ervaring.

Een voorbeeld uit een andere context
Tot slot nog een mooi voorbeeld vanuit de hulpverleningsmethodiek en de psychologie. In de hulpverleningspraktijk is zo de “oplossingsgericht hulpverlening” ontstaan. Niet vanuit de academische wereld, maar vanuit de praktijk van enkele maatschappelijkwerker ergens in Canada. Deze methode werkte zo goed en kostte ook weinig (niet onbelangrijk) dat het door velen wereldwijd werd overgenomen. De academische wereld volgde met onderzoeken en bijstelling. Nu gebruikt men het zelfs ook in meer psychiatrische settings.

Een gastvrij gebouw met een terras
Misschien moeten we toch nog even iets beter luisteren naar deze mensen en kijken waarin we ons “gebouw” kunnen aanpassen. Misschien hoeven we niet zo rigoureus te zijn om het gebouw af te breken en is er een gebouw te bedenken die meer gastvrijheid laat zien en ruimte geeft. Misschien ook een gebouw waarin meerdere filialen kunnen plaatsnemen. Misschien een gebouw met dependances. Misschien een gebouw met een grotere deur en een ruime hal en een dak wat soms open kan. Misschien ook een gebouw met een flink terras op het zuiden waar iedereen welkom is en waar kan worden “gerookt” met “ongepaste kleding” en iedereen mag genieten van wat de kerk daar serveert. Alleen zal dit voedsel wel aan kenmerken moeten voldoen die passen bij de wensen van de gasten zonder dat het ook echt voedsel is uit de keuken in het gebouw. Misschien moeten we wel naar een tent (tabernakel) in plaats van een gebouw (tempel)😉

Maar we doen dit natuurlijk al langer
Net zoals we aan onze kinderen ook beter verteerbaar voedsel voorschotelen (kinderliedjes, kinderverhalen bv) kunnen we misschien ook aan onze terrasgasten beter verteerbaar voedsel opdienen. Bell doet een poging hiertoe. Hij is hierin natuurlijk niet al te thetisch. Misschien moet er nog wat onderzoek worden gedaan en misschien verdient hij ook nog wat bijstelling. Dat hoort bij een practice-based benadering.

En dat is ook de sfeer van het terras. Natuurlijk mogen we ons blijven afvragen of dit eten en drinken wel gezond is. Maar tot nu toe heb ik niet erg sterke argumenten kunnen horen. Als we Bell verwijten dat het aan voedingstoffen zou ontbreken (rechtvaardigheid en oordeel) dan zeg ik eerder dat ze wel voorkomen, maar misschien niet in dezelfde mate als dat we gewend zijn. Misschien zelfs niet voldoende, zoals bij een fastfood keten vaak het geval is. Als het maar niet giftig is!

Niet heersen maar dienen
Het gevaar van een gedegen theologie is dat we misschien wel erg mooie termen en theorieën kunnen bedenken. Misschien theorieën waarmee we denken God nog beter recht te kunnen doen. Maar als God ook van ons vraagt om aan te sluiten bij de mensen om ons heen dan kunnen we de plank behoorlijk mis slaan. Ik heb de indruk dat de theologie hierin iets meer kan bewegen naar een houding van dienstbaarheid. Een elitaire houding lijkt me zeer ongepast.

De context van Bell is immers een missionaire context en dat vraag om creativiteit om aan te kunnen sluiten bij de wensen en de verlangens van de mensen waar Gods liefde naar uit gaat en waar wij in mogen meebewegen. Moeite met de hemel of met de hel of met de persoon van Jezus vraagt dan soms om een lange adem. Een langere adem dan wij misschien voor mogelijk houden. Hoe kan de theologie ons daarbij van dienst zijn.

Maar natuurlijk kan ik het met dit verhaal mishebben. Dan laat ik me graag aanvullen en corrigeren. Het gaat mij om de behulpzaamheid in de richting van de missionaire praktijk. Wie helpt er mee!

11 thoughts on “Voorbij alle belemmeringen… (Rob Bell) 3/3

  1. als het gaat om Bell en zijn
    manier van denken en wat anderen er al dan niet van vinden is interresant, maar ben eigenlijk veel meer nieuwsgierig wat je er nu persoonlijk bij ervaart. Hoe het je al dan niet raakt. het lijkt nu een ddiscussie die slechts nog leesbaar is voor theologen en nauwelijks nog voor mensen als ik te volgen is. veel terminologie, veel tekst, maar wat mij intereseert is wat denk je als je het boek leest. wat ervaar je er bij. raakt wat Bell je en wat raakt het dan?
    ik ben natuurlijk geen theoloog een ook geen universitair opgeleid persoon, dat zijn dee meeste mensen niet dus vraaag ik me af of je met zo’n discussie ook hout zaagt. om het in bouwtermen te houden.
    Het is niet neerbuigend bedoeld al zoou het misschien zo glezen kunnen worden, ik lees je blogs immers altijd met veel interesse, maar je kiest wel heel erg soms voor de ingewikkelde weg.
    kun je een beetje volgen wat ik hier schrijf?😉
    groet erik

    • Hoi Erik,
      Goeie kritiek en een erg goeie vraag die je hier stelt. Het spijt me dat ik mij soms op deze manier uit. Eigenlijk is mijn blog ook zo begonnen om voor mezelf op te schrijven wat mijn gedachten zijn. Als mensen daar iets aan hebben, dan was dat meegenomen. Hierbij ging ik in gedachten vooral het gesprek aan met boeken die ik las of mensen die ik sprak. Aanvankelijk was dit het thema “hebben en zijn” en dat is nu al weer een tijdje “zwakgeloven”. In het begin was dit ook vooral in een zeer existentialistisch filosofisch jargon zie mijn eerdere blog http://www.zijnenhebben.wordpress.com

      Sindsdien heb ik me wel meer gericht op de lezer en heb ik mijn best gedaan om soms ook wat meer toegankelijke blogs te maken. Maar als ik dit doe, kost het me ook extra tijd. Ook deze drie blogs heb ik vrij snel uit mn mouw geschud. Maar ik besef dat ze voor vertaling vatbaar zijn. En daarom ben ik ook blij dat je de vrijmoedigheid hebt om het me gewoon te vragen. Ik kan immers best toegankelijk schrijven, maar ik ben bang dat ik dan niet meer de dingen schrijf die ik wil schrijven. Ik wil ook graag dicht bij mezelf blijven. Deze taal is immers voor mij niet ingewikkeld, Het is de taal waarmee ik voor mezelf aan de weerbarstige werkelijkheid het meest recht doet. Eigenlijk het meest eenvoudig dus. Hoe gek dit mag klinken. Praten doe ik meestal wat toegankelijker. Dat komt door de mensen om mij heen die mij daartoe uitdagen. Mijn gezin en de jongeren van de club waar ik coach ben, dagen mij uit om de aansluiting te zoeken. En daar geniet ik ook van want ik ben wel een socio. Dat is eigenlijk ook mijn normale leefsfeer. Maar in mijn blog kan ik dan weer iets meer bij mijn innerlijke taal komen en wordt het meer mijn uitlaatklep van dingen die ik in de dagelijkse omgang niet zo kwijt kan. En daarbij heb ik vaak worden en zinnen nodig die niet voor iedereen makkelijk zijn. Ik hoop dat je dit een beetje kan volgen. Aan jou de uitdaging om in deze tijd van hapklare brokken je in te spannen om mij te bereiken. Dan komen we elkaar misschien in het midden tegen.

      Maar ik ben natuurlijk altijd bereid om op vragen in te gaan en zo in het gesprek aan te sluiten bij welke lezer dan ook. Misschien moet ik op mijn site deze uitnodiging nog eens extra maken.

      Waarin Bell mij raakt?
      In mijn eerste blog over Bell noem ik wel iets wat mij raakt. Dat zijn erg veel dingen die hij noemt.

      Allereerst is het herkenning met zijn vragen. In mijn leven kom ik deze vragen ook tegen. Of dit nu is in missionaire sferen of in andere sferen, ik kom ze tegen. Moeite met de hemel of moeite met de hel of moeite met de uniciteit van Jezus, ik kom het allemaal tegen, ook bij mensen die serieus op zoek lijken naar God. En hierin merk ik ook een “ballast” van de christelijke traditie, die hierin soms een belemmerende rol speelt. Volgens mij werpt Bell vragen op die er toe doen. Hoe kunnen we deze mensen in contact brengen met de liefde van God. Als Jezus zegt: “laat de kinderen tot mij komen”, dan moet dit toch mogelijk zijn.

      In zijn bespreking raakt het mij dat Bell de liefde van God zo’n centrale plek geeft. Ik merk dat dit van grote invloed is in mijn dagelijkse praktijk. Na het boekje van Bell kijk ik ook echt anders naar mensen om me heen. Ik merk meer geduld en meer acceptatie en misschien ook meer liefde omdat ik door Bell ben stilgezet bij de liefde van God. Hopelijk blijft dit zo en vertaalt het zich in daden😉

      Dit komt ook tot uitdrukking in Bell’s bespreking van de gelijkenis van de verloren zoon. Schitterend hoe hij dit verhaal in een narratieve context plaatst. Voor beide zoons is de stap tot de vader hetzelfde. Beide moeten ze hun persoonlijk verhaal (narratief) – van wie de vader voor hen is – loslaten om het verhaal van de vader (zelf) te accepteren. Een verhaal die een bijzondere liefde laat zien die zo makkelijk te misvormen is. En de vader is geduldig en biedt hen beide zijn liefde aan. Schitterend hoe dit verhaal zo tot leven komt en hoe daarmee het hart van God wordt blootgelegd. Dit herken ik in mijn beleving met God.

      En zo kom ik nog wel meer moois tegen.

      Of ik het in alles met Bell eens kan zijn weet ik niet. Maar dat weet ik ook niet van de andere auteurs en mensen die ik op bepaalde punten zeer inspirerend vindt. En daarom krijg ik ook moeite als mensen deze bronnen van inspiratie zomaar op een enkel afwijkend punt de grond in kunnen boren. Ik vind het goed om vragen te hebben, maar ik ben ook erg voor een openheid, zodat er wederzijdse inspiratie kan ontstaan. Zo behoren we toch met elkaar om te gaan?

      Dus over Gods oordeel en een straf voor altijd kan ik weinig zeggen. Over moeilijke geloofsdingen – die ik nog niet zelf kan ervaren – praat ik graag de bijbel na, want dan verspreek ik mij niet snel. En zelfs dan is er een taal- en cultuurkloof en zal het beeld wat opgeroepen wordt waarschijnlijk niet toereikend bij hoe het in de toekomst zal zijn. Hierin zit veel menselijkheid (antropomorf) zodat we Gods rechtvaardige oordeel weleens te weinig vanuit zijn enorme liefde kunnen verstaan. En misschien wel andersom. God zal ons blijven verbazen. Dus ik ben wat voorzichtig (zwak), misschien in de ogen van sommigen wel te voorzichtig.

      Goed dit zijn zo wat dingen. Er is nog meer, dus als je meer wilt weten hoor ik het wel.

      Vriendelijke groet, Erik!

  2. he super! prachtig hoe je zo ook je gevoelens omschrijft. mooi omte lezen man. ik zie in wat je schrijft, niet alleen nu, maar ook in het jargon, hoe de leifde van God je raakt en dat je van daaruit ook bewogen bent. in gewone mensentaal komt dit echter nog veel meer tot zijn recht. ik waardeer je blogs echter heel vaak ze sluiten erg aan op mijn beleving

  3. Goed om te horen – Erik – dat mijn blog aansluit bij je beleving. Nog beter om te horen dat hierin iets van Gods liefde ervaart. Meer kan ik niet wensen! =)

    Zoals Paulus aan de Efeziërs vroeg om gebed voor vrijmoedigheid, kan ik misschien aan jou gebed vragen voor eenvoudig taalgebruik.

    Ik hoop hierin te groeien.

    Ik kom binnenkort ook weer eens op jouw blog buurten.

    Tot dan!

    vriendelijke groet!

  4. Beste Ronald,

    Vanwege een nekblessure (en misschien weet je wel dat dat misschien wel een van de meest kwetsbare elementen is in het menselijk lichaam) was ik even ‘out of reach’.

    In een poging om weer aan te haken; in hoeverre verschilt de positie van Bell met die van Urs von Balthasar? Ik denk dat het echt de moeite zou lonen om dit uit te zoeken, daar deze ositie naar het laat aanzien inmiddels als acceptabel wordt bezien in een kerk die meer als de helft van de Christenheid omvat.

    Daarnaast, of misschien wel daarenboven; wil ik toch de vraag weer herhalen die ik al eerder heb laten zien heb en die steeds weer terug komt: Jezus wil dat we Zijn wil doen, maar hoe weten we nu zeker dat we Zijn wil doen? Hoe weten we nu het verschil tussen hoofdzaak, datgene waar we niet van mening moeten verschillen, en de bijzaken, waarbij pluriformiteit eerder een groot goed is? We weten dát die grens bestaat, maar hoe wordt die bepaald?

    Om maar even ‘the mother of all questions’ te pluggen.😉

  5. Vervelend @Reclusius zo’n nekblessure! Ik hoop dat je weer voldoende bent hersteld.

    Op je eerste opmerking in de richting van Von Balthasar, kan ik antwoorden dat ik mij dit zeker de moeite lijkt. Mijn vraag aan jou hierbij is dan of de positie van vB ook als acceptabel wordt bezien door de “opiniemakers” van de kerk. Verder blijf ik noemen dat dit punt in mijn kijk op Bell niet het meest in het oog springende punt is. Bell’s missionaire evaluatie en de handreikingen die hij daarvoor biedt komen meer op de voorgrond.

    Ik ben geneigd om op jouw moeilijke vraag te antwoorden met “de Heilige Geest”. Anders kan ik dit niet zien. Maar of dit antwoord meer helderheid geeft is dan de volgende vraag. Want hoe werkt de Heilige Geest? Door de bijbel, door de traditie, door mee te getuigen met onze Geest, door wat we van medegelovigen aangereikt krijgen… In deze dynamiek getuigd de Heilige Geest met onze geest. De Heilige Geest is het ook die ons overtuigt. Ik ken dit uit persoonlijke ervaring, hoewel ik ook weet dat andere stemmen soms sterker kunnen worden dan de stem van de Geest. Maar als we de weg van de Geest gaan dan zullen we ook de vruchten van de Geest gaan herkennen, zoals deze in Galaten 5 staan beschreven. En deze Geest bindt de kerk van God samen en krijgt zo een individu overstijgende betekenis. Zo worden we aangevuld tot de volheid van God, zegt Paulus. Dit zijn misschien grote woorden, maar die aanvulling is zeker niet vreemd in mijn beleving.

    Vriendelijke groet,

    Ronald

  6. Beste Ronald,

    Om een antwoord te geven op de vraag of de positie van Hans Urs von Balthasar volgens katholieke begrippen orthodox is of niet, is het misschien belangrijk om wat zaken uit elkaar te houden. Ik zie in de commentaren vanuit Protestantse hoek op deze blog tot nu toe twee hoofdrichtingen. Één redeneert vooral vanuit het perspectief of het ‘Bijbels’ is of niet. Mijn kritiek daarop zou zijn dat, analoog aan het verschil tussen ‘dát staat geschreven’ en ‘wat staat daar nu geschreven?’ dit in praktijk altijd een persoonlijke interpretatie is. Dus wmb. houdt dit in praktijk altijd een ‘onbeslist’ in.
    De andere richting erkent dit (al dan niet impliciet) en vertrekt vanuit een filosofisch-etisch punt: “Hoe kan een goede God…” enz.
    De benadering vanuit de katholieke Kerk kent natuurlijk enige overlap, maar om je een inzichtje te geven de volgende reactie van Avery kardinaal Dulles: http://www.firstthings.com/article/2008/08/the-population-of-hell-23
    Samengevat; hij is het niet eens met de aanpak van Urs von Balthasar, maar moet erkennen dat zijn positie orthodox is (vanuit katholiek oogpunt). Ook de partijen die betrokken zijn in de polemiek hierover die hij noemt, hebben dat erkent. Het centrale punt daarbij is dat Urs v. Balthasar’s positie vertrekt vanuit het mysterium v/h inwonertal van de hel. Nu kan dat vertrekpunt zowel dienen voor speculaties die er vanuit gaan dat de hel overvol is of juist erg leeg. Die speculaties raken het dogma niet. Pas als je gaat beweren dat die óf die zeker in de hel zitten, dan doe je een uitspraak die verder gaat dan wat de Kerk ooit beweerd heeft. En dat geldt dus óók voor de uitspraak dat niemand ooit in de hel komt.

    Er is dus een groot verschil tussen iets wat dogmatisch aanvaardbaar is, of wat ethisch al of niet verantwoord is. Om het even toe te spitsen; Holocaust-ontkenning of onschuldiger; het al of niet bestaan van kaboutertjes is misschien ethisch gezien zeer onaanvaardbaar, maar daarom nog geen, met een zwaar woord, ‘ketterij’.

  7. Beste @Reclusius
    Ik herken de twee hoofdrichtingen die je schetst. De persoonlijke interpretatie is een vrij lastig gegeven in de protestantse benadering. Dit heeft volgens mijn beperkte visie veel te maken met de nasleep van de verlichting uitmondend in een positivistische theologie benadering. In het protestantisme lijkt mij daarom ook minder dynamiek mogelijk. Volgens mij laat de traditie in katholieke zin meer dynamiek toe dan de protestantse praktijk, waar de drie sola’s (en zeker het sola scriptura) gelden en allerlei andere “formulieren”. Maar dat is mijn indruk… Het zet me wel aan het denken. Dit gebrek aan dynamiek heeft mij altijd tegengestaan. Volgens mij kan een goede balans niet zonder deze dynamiek, zodat ongezonde scheefgroei dreigt. De manier waarop sommige theologen aan de kant werden gezet heb ik ook altijd betreurt. De historische lijn wordt zo doorgetrokken en laat geen afwijkende geluiden toe. Dat voelde ik niet alleen bij Bell, maar dat heb ik ook gehad bij reacties op Karl Barth die door veel protestantse theologen buiten de deur is gehouden, vanwege existentialistische invloed. Maar ik kan me vergissen.

    Daarin vermoed ik een te weinig besef van de eigen “interpretatie-status” van theologische inzichten. Iets wat door de verlichting ook moeilijk is te begrijpen. Voor Descartes was wetenschap immers iets van de objectieve algemene ideeën in ons, waar we de praktijk goed bij konden missen en waarbij persoonlijke interpretatie (ratio) niet was gewenst. Dat is mijn indruk tot nu toe.
    Zo kon het ervan komen dat kerkleiders vooral theologen moeten zijn. De wetenschap loopt zo het risico dat het zichzelf te weinig relativeert ten opzichte van het alledaagse. Ik ben benieuwd of dit nog stand gaat houden in de toekomst. Maar daar denk ik nog even verder over na.

    Maar hiermee heb je me nog niet gewonnen voor de katholieke kerk😉

    De tekst van Avery Kardinaal Dulles is een informatief stuk tekst met een boeiende discussie die ik vrij prima kan volgen. Er worden ook geen dingen gezegd die erg uit de toon vallen. Of dit nu Urs von Balthasar betreft of de reactie van Avery Kardinaal Dulles. Ik kan ze beide wel volgen en begrip opbrengen voor hun standpunten. Ik vermoed inderdaad dat Rob Bell met zijn boek dicht bij Urs von Balthazar zit met zijn standpunt, alhoewel Bell hierin meer uitdaagt of uitnodigt om niet alleen op een lege hel te hopen, maar ook nog eens te speculeren dat het goed mogelijk zou kunnen zijn dat Gods liefde toch de wil van elk mens kan omvatten, zodat deze uiteindelijk – misschien met behulp van een tijdelijk oordeel – zal kiezen voor Christus.
    Hierin krijg ik nu weer de behoefte om Bell weer te lezen, omdat Bell hierin nog meer op de rand balanceert, voor mijn gevoel. Sommigen vinden hem dan ook erg “retorisch”. Het zijn meestal de dogmatici die dit zo benoemen. De practici vinden Bell eerder uitdagend =)

    Maar deze retoriek is bij Bell inderdaad erg ethisch gemotiveerd. Behalve de filosofisch logische redenering “het kan toch niet zo zijn dat… God is toch immers liefde” – wat een syllogisme is met bedenkelijke axioma’s – bespeur ik nog een ethisch argument bij Bell. Dat argument bestrijdt het gewelddadige Godsbeeld dat wij kunnen hebben van een God die alle zondaren met groot gemak straft met een altijddurende hel. Bell vind dit onverteerbaar omdat we door dit Godsbeeld ook veranderen in liefdeloze christenen. En dat vindt hij schadelijk voor de christelijke missie van liefde. Eveneens een bedenkelijke redenering, omdat het ook weer axioma’s van liefde bevat die eenzijdig genoemd kunnen worden. Zo kunnen anderen met gemak tegenwerpen dat God ook een God van heerlijkheid en recht is. Iets wat Bell elders wel in zijn boek een plek geeft.

    In deze tijd is ethiek toch een grote factor van belang aan het worden. Ook al voltrekt dit proces zich wat ambivalent, is mijn indruk. Ethiek komt zo ook onze theologie binnen. enerzijds enorm terecht vind ik, maar anderzijds niet zonder risico wanneer het zich ook heersend zal opstellen.

    In het filosofische debat is dit ooit eens door Derrida aangekaart als kritiek tegen Levinas die de ethiek voor alles wil plaatsen. “Ethiek is optiek”, zei Levinas immers. Dit noemde Derrida “het geweld van de ethiek”.

    Maar wanneer ethiek zich inderdaad forcerend opdringt zodat er vanuit een bepaald menselijk idee van liefde of oordeel de bijbel anders moet worden gelezen, is er een risico dat de exegese dan het onderspit delft in plaats van een wederzijdse dienst van gelijkwaardigen die elkaar aanvullen en corrigeren.

    Daarom vind ik Bell’s boek zeker de moeite waard als uitdaging onze dogmatiek/exegese niet alleen ethisch, maar ook missionair tegen het licht te houden. Net zoals we ook de ethiek en de missie tegen het exegetische of dogmatische licht mogen houden. Dit gesprek vind ik uiterst nuttig omdat het ons vermoedelijk tot een beter afstemming brengt met de theologie enerzijds en met onze tijdgenoten anderzijds.

    Dus bijbels of niet bijbels lijkt mij dan ook een éénzijdige kijk op Bell die tekort schiet. Je zou dan immers ook moeten afwegen of onze dogmatiek en missiologie wel zo ethisch is. Zijn we daarin bijvoorbeeld niet veel de imperialistisch of te Euro-centrisch, zoals sommige Amerikaanse critici met krachtige argumenten hebben beweerd. In onze manier van kennen (epistemologie) gaan niet zomaar uit van een lineair proces met een beginpunt onder weg naar een eindpunt, of een gebouw met een onwankelbaar fundament (Descartes). We kunnen in onze methode ook uitgaan van een “hermeneutische methode die een cirkel van interpretatie is waarin elke discipline in alle openheid en gelijkwaardigheid vragen mag stellen zodat onze kennis zich door een louterend debat zich kan ontwikkelen. En als daarin ook nog eens heel bewust ons vooringenomenheid wordt meegenomen dan draagt dit proces ook bij aan waarachtigheid. Voor zover we dit kunnen. Want onze kennis is/blijft onvolkomen zegt Paulus.

    Op dit moment lees ik een boek van David Bosch wat Transforming Mission heet.
    Hierin pleit Bosch om de hele theologie eens tegen een missionair licht te houden. Hij ziet de bijbel primair als een missionair boek en doet daarbij zeer boeiende uitspraken.
    Boeiend en leerzaam, maar ik heb dan ook het gevoel dat deze discussie in de filosofie inmiddels al is beslecht. Het primaat ligt niet zozeer in het één of het ander. Er is gelijkwaardigheid en er is een wederzijdse corrigerende werking. En hierin spelen onze persoonlijke regulerende overtuigingen ook een rol. Er is niet alleen een lineaire denklijn, maar ook een cyclische denkcirkel. Met dank aan de hermeneutiek.
    Dit neemt niet weg dat dit soort boeken weleens kunnen zorgen voor een betere balans in onze theologie. Ze leggen vingers op de zere plek en hopelijk doen we er iets mee. Dat blijf ik hopen. Ik kan me ook niet aan de indruk onttrekken dat de rol van de traditie zo ook weer een grotere rol van betekenis gaat spelen, omdat er een generatie komt – zoals Juko hierboven al zei – die wat vrijer zal verbinden met de traditie. Dit kan dan ook leiden tot een meer evenwichtige theologie, is mijn indruk. Hopelijk komt dit dan ook weer ten goede aan ons praktisch geloofsleven. Of dit nu in het pastoraat is, missionair is of bij de opvoeding van onze kinderen. Want het gaat volgens mij om het dienen van elkaar in de liefde in de band van de vrede in relatie met Christus =)

    En als ik dit boek lees dan vraag ik me altijd weer af: waarom komen er toch zo weinig goede praktische theologie-boeken in het Nederlands uit? Zijn het de starre theologische kaders of is het de kloof met een brede praktijk? Maar ik blijf hoopvol omdat er een nieuwe generatie komt die daar gelukkig wat vrijer in staat. Maar ik vind het wel opmerkelijk dat boeken die theologisch treffend reageren op onze huidige tijdsbeeld toch altijd weer uit de VS of van elders moeten komen. Zeker als het gaat om protestantse theologie. Zo, deze frustratie is er uit😉 Goede boekentips op het gebied van missie en pastoraat zijn altijd welkom!

    Dank je voor deze prikkelende reactie. Ik laat het weer even bezinken en ben benieuwd wanneer het van een ontmoeting gaat komen.

    Vriendelijke groet!

  8. Beste Ronald,

    “In het protestantisme lijkt mij daarom ook minder dynamiek mogelijk. Volgens mij laat de traditie in katholieke zin meer dynamiek toe dan de protestantse praktijk, waar de drie sola’s (en zeker het sola scriptura) gelden en allerlei andere “formulieren”

    Het hele Christelijk geloof is een kwestie van schijnbare paradoxen in stand houden zonder te snel van de uiteinden naar het midden toe te willen redeneren. Om dit ietwat te verhelderen; ik geloof dat er in het katholicisme inderdaad meer ruimte is ómdat er juist meer is vastgelegd dan in welke stroming van het Protestantisme ook. Nog zo’n paradox; een gemiddelde voorman van een Evangelische gemeente heeft meer macht over z’n schapen dan de paus.

    Formeel gezien kent het Protestantisme nl. geen dogma’s. Binnen de Gereformeerde stroming zou je min of meer de 3FvE als dogma’s kunnen zien, maar niettemin gelden ze slechts ‘voorzover ze de Bijbel naspreken’, in strikte zin zijn het dus geen dogma’s, want als op de één of andere manier zou blijken dat ze níet de Bijbel naspreken, dan zouden ze aangepast kunnen worden. Dat is in sommige Gereformeerde kerken ook gebeurt daar waar het gaat om art. 36 van de NGB. Hoe kan het dan gebeuren dat vooral binnen de Gereformeerde substroming van het Protestantisme massa’s mensen zijn opgegroeiddie het gevoel hebben gehad verstikt te worden door leerstelligheden? Ik zou zeggen; juist omdat er niets, op Goddelijk niveau, vastligt, om dan overeenstemming te bereiken heb je aardse machtsmiddelen nodig.

    Een andere vergelijking; je hebt wilde jaren mee gemaakt he? Toch heb je nu een gezin en de gebondenheden die daarbij horen. Voelde je je vrijer toen of nu?

    “alhoewel Bell hierin meer uitdaagt of uitnodigt om niet alleen op een lege hel te hopen, maar ook nog eens te speculeren dat het goed mogelijk zou kunnen zijn dat Gods liefde toch de wil van elk mens kan omvatten, zodat deze uiteindelijk – misschien met behulp van een tijdelijk oordeel – zal kiezen voor Christus.”

    Ik weet het niet; Urs von Balthasar citeert Edith Stein, en de vertaler maakt er van dat het mogelijk zou kunnen zijn dat God ‘outwitted’ (prachtige vertaling dus) de vrije wil van de mens. Het ‘omvatten’ zou m.i. toch teveel neerkomen op het oorspr. standpunt van de Reformatoren, nk. dat de mens géén vrije wil heeft, maar het kan goed zijn dat Bell juist daarvanuit vertrekt en deze formulering kiest om dit te (tadaa!) ‘verzwakken’.😉 (ik begin die term vanuit jouw ‘standort’ nu wat beter te begrijpen, hou daarom vast dat ik bijna vanuit het tegenovergestelde vertrekpunt kom)

    “In deze tijd is ethiek toch een grote factor van belang aan het worden. Ook al voltrekt dit proces zich wat ambivalent, is mijn indruk. Ethiek komt zo ook onze theologie binnen. enerzijds enorm terecht vind ik, maar anderzijds niet zonder risico wanneer het zich ook heersend zal opstellen.”

    Als de Kerk misschien wat invoelender geweest was t.o.v. de aanhangers van Eutyches, dan had het eerste grote schisma misschien niet plaatsgevonden. Of als een pauselijke legaat niet met een rood-aangelopen hoofd driftig veroordelingen had vastgespijkerd aan de kerkdeur van de Hagia Sophia, dan had het Grote Schisma misschien niet plaatsgevonden… Want vandaag de dag heerst er toch wel een consensus dat zowel de kwestie van de ‘naturen’ in Christus alsook het ‘Filioque’ niet de werkelijke scheidslijn is. De één benadrukt dit en de ander het andere uiteinde van de ‘paradox’, maar sinds Vaticanum II, wat in zoverre een breuk was dat men gewoon eens samen ging bidden en het gesprek aan ging: “Zeg eens; wát geloof jij nu eigenlijk?”, weten we dat dát geen inhoudelijke belemmering meer vormt. Ethiek en dogmatiek liggen zeer dicht bij elkaar en toch moet je zoveel mogelijk deze zaken niet van elkaar willen scheiden, maar zéker wel onderscheiden. Daar waar het allemaal doorelkaar heen gaat lopen, dáár ontstaat ruzie.

    Toch wel grappig; ik kan de positie van zowel Derrida als Levinas in historisch opzicht heel goed plaatsen in een historisch perspectief van resp. een Frankrijk als een Israël/Joden ná de oorlog.

    “En als ik dit boek lees dan vraag ik me altijd weer af: waarom komen er toch zo weinig goede praktische theologie-boeken in het Nederlands uit? Zijn het de starre theologische kaders of is het de kloof met een brede praktijk?”

    Ehm… omdat dit landje maar 16 miljoen inwoners kent en zeker al vier eeuwen manisch-depressief staat tegenover alles wat met ‘geloof’ te maken heeft?😉 Of het nu gaat om de Reformatie, het Jansenisme, de Nadere Reformatie, de Nederlandse stroming van de ‘Nouvelle Theologique’ of het sociaal-democratische ‘Nederland-gidsland’, dit land heeft altijd voorop gelopen en óók daarom de diepe valkuilen bijna als eerste mogen proeven. Een Abraham Kuyper is veel populairder in de VS dan hier, Thomas á Kempis’ meesterwerk schijnt na de Bijbel wereldwijd het meest gelezen Christelijke boek te zijn. Ken je geschiedenis.🙂 In een bepaald opzicht is Nederland de ‘eye of the storm’.

    Laat ik het daar voorlopig bij houden en jouw bereidheid om mij in ‘Ultima Thule’ te ontmoeten, houdt ik zeker in het achterhoofd!

  9. Ik ga nog reageren Anthony. Mooi dat je met je eigen naam reageert. Tenminste dat neem ik aan.

    Beetje druk met het nieuwe huis. Notaris en nu met aannemer het huis verbouwen. Een ongeluk – auto achterop geklapt – is dan ook geen prettige bijdrage tot wat minder stress in deze tijd.

    Maar mijn reactie komt nog.

    hartelijke groet!

    • Beste Ronald,

      Ik heb inmiddels enige ervaring in wat Mgr. Leonard duidt als ‘immanente gerechtigheid’.😛 Neem je tijd, neem je ruimte. Ik ben al erg denkbaar voor ons gesprek.

      Als je wil ‘bijkomen’ in ‘Ultima Thule’ dan sta ik/we voor je klaar. Je weet me te vinden.🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s