Nederland op achterstand in apologetiek?

Apologetiek is een vakterm voor de verantwoording of soms ook de verdediging van het christelijke geloof. Vaak gaat het dan over godsbewijzen of godsargumenten. In postmoderne tijden waarin de de rationaliteit in crisis is, lijkt de apologetiek wat naar de achtergrond te verdwijnen. Maar er schijnt nu een kopgroep te zijn met Noord-Amerikaanse- en wat Engelse apologeten. Nederland dreigt op afstand te geraken en kan het niet meer bijbenen. Met name in de meer analytische beta-apologetiek is er een gapend gat. Wat moeten we daar nu van denken?

Apologetiek

De komende maand wil ik mij bezig houden met apologetiek. Volgens Alister Mc Grath is apologetiek “het verdedigen (…), aanprijzen en uitleggen van het christelijk geloof.” Dit is iets ruimer dan alleen de beta-apologetiek van de godsargumenten. We zullen zien dat McGrath ook de meer beeldende en verhalende geloofscommunicatie tot de apologetiek rekent.

Om tegemoet te komen aan de verstokte twijfelaar of degene die – net als ik – wat huiverig is voor het geweld van de rede, zie ik – naast het hebben van strak sluitende sylogismen – gelukkig genoeg ruimte om existentieel te blijven twijfelen😉 Misschien een geruststelling voor sommigen. Toch vind ik het ook een uitdaging om de redelijkheid van wat ik geloof te verkennen. Dat is mooi meegenomen in de communicatie en sommigen kunnen ermee geholpen zijn.

Apologetiek en zwak geloven

“Maar hoe past apologetisch verdedigen nu bij zwakgeloven?”, vroeg wetenschapshistoricus Ab Flipse mij deze week op twitter.

Een terechte vraag die om verantwoording vraagt. Te meer omdat ik vanuit zwakgeloven meer gericht ben op het persoonlijk getuigende karakter, meer fenomenologische – in plaats van een algemeen rationele, logische – verantwoording van mijn/ons geloof. Het getuigende fenomenologische vind ik wel zo authentiek passen bij mijn verhaal. Hoewel de hermeneutische methode ook (fenomenologisch) redelijk te verantwoorden is, is het toch heel wat anders dan de meer analytische methode die het zoekt in de kracht van argumenten. Misschien ben ik er te makkelijk vanuit gegaan dat er geen krachtige filosofische argumenten meer zijn tegen het christelijk geloof, zoals Gianni Vattimo beweert. En als hoogleraar in de theoretische filosofie zal hij dit toch moeten weten😉 Maar daar kan ik mij nooit achter verschuilen. Dat geeft mij ook de verantwoordelijkheid om zelf naar de argumenten te kijken en op waarde te schatten. Misschien voor mezelf, misschien voor mensen om me heen. Vanuit het perspectief van de naastenliefde ben ik immers niet alleen op mijn eigen overtuiging gericht.

Het is nog steeds mijn perceptie dat deze persoonlijke communicatie van ons geloof aansluiting vindt bij veel tijdgenoten. Maar dat hoeft niet het hele verhaal te zijn. Als we zeggen dat er geen krachtige filosofische argumenten zijn tegen het christelijk geloof dan zullen we hierop aanspreekbaar “moeten” zijn. Ze kunnen ons zomaar vragen of we ze ook allemaal onder ogen hebben gezien…

We kunnen volgens mij naar twee kanten doorslaan. Ter rechter en ter linker zijde volgens het bijbelboek Spreuken. Enerzijds is er de persoonlijke communicatie die doorslaat in extreem relativisme. Sommigen koppelen dit (te makkelijk) aan postmodernisme. Anderzijds is er een extreem objectiverende communicatie met een redelijk onnavolgbaar “zo is het en niet anders”. Deze stelligheid koppelen anderen (te makkelijk) aan de moderniteit. Met onnavolgbare stelligheid komen we terecht in een loopgraven-situatie. Volgens mij is hier niemand mee geholpen. “Kom maar naar ons, wij komen niet naar jullie” lijkt me ook geen christelijke houding.

Een soort middenweg zou kunnen zijn een apologetiek van de toenadering. Onnodige belemmeringen van onredelijkheid wegnemen zodat mensen alle vrijheid ervaren om zelf te kunnen kiezen om wel of niet te geloven. Om deze rede was de titel van McGraths vorige boek Bruggen Bouwen zeer toepasselijk.

Daarbij heb ik de indruk dat zowel de ruimere apologetiek van McGrath als de meer specifieke analytische apologetiek onderdeel kunnen uitmaken van de hermeneutische cirkel. Deze cirkel lijkt mij groot genoeg om dergelijke vorm van samenhang en conceptualisatie aan te brengen en deze ook betekenis te geven. Ik meen dat dit prima past bij wat McGrath christian mind noemt.

Hoe het begon
Afgelopen jaar ben ik (wederom) voor mijn werk vrij intensief bezig geweest met de relatie tussen wetenschap, redelijkheid en het christelijk geloof. EO en ForumC zijn samen ongeveer een jaar bezig met filmpjes voor de websites. Voor deze serie namen we afgelopen maand in Utrecht een interview op met theoloog en apologeet Alister McGrath. Ik bereidde het grotendeels inhoudelijk voor en zorgde voor de eerste line-up met vragen. Collega Alexander Pleizier was deze keer de interviewer en collega Reyald Bogerd hanteerde camera 1. Omdat ik de minder ingewikkelde camera 2 onder mijn hoede had, kon ik daarnaast handig op de inhoud letten en het geheel aanvullen met vragen die ik nog nodig vond. Deze kans heb ik natuurlijk niet laten glippen😉

Aanleiding 1: De apologetische ontwikkeling bij McGrath
Tijdens mijn voorbereiding was Arjen van Trigt van Boekencentrum Uitgeverij zo vriendelijk om mij alvast een pdf-je van McGrath’s Handboek Apologetiek te sturen. Hierdoor kon ik de ontwikkeling van McGrath volgen sinds zijn Bruggen Bouwen van 20 jaar geleden (1992). Waar hij in Bruggen Bouwen – als één van de weinige christelijke denkers in die tijd – de postmoderniteit serieus nam, vond ik hem daarin nog erg op de drempel blijven staan. En dat maakte Bruggen bouwen voor mij toen minder interessant. Zijn nieuwe Handboek Apologetiek kon ik – door gebrek aan tijd – alleen nog globaal scannen. Daarbij zag ik al dat McGrath wederom de postmoderniteit serieus neemt, door ook te wijzen op verscheidenheid in apologetiek en de persoonlijke stijl. Hierbij vervalt hij niet in extreem relativisme.

Dit maakt mij ook enthousiast om deze week het boek eens goed te lezen naast mijn voormontage van het interview met deze erudiete man, die in schitterend Engels diverse passende antwoorden uit zijn mouw kon schudden op een enkele vraag. Dat noem ik erg professioneel.

Radio “Zin in wetenschap”
Afgelopen week maakte ik met collega Andries Knevel een serie van 6 radioprogramma’s in dezelfde sfeer. Deze 6 radioprogramma’s worden vanaf 21 juli elke zaterdag op radio 5 uitgezonden om 13:30. Het leuke hierin was dat ik een groot aandeel had bij de keuze voor de wetenschappers. Ook kon ik een uitvoerig voorgesprek houden en de vragen grotendeels zelf maken. Zo hebben we met een veelzijdig 6-tal gasten en door goede samenwerking met Andries mooie programma’s kunnen maken. Deze zomer kunnen jullie het zelf beoordelen.

Aanleiding 2: mijn contact met Emanuel Rutten
In één van de komende radio programma’s is ook Emanuel Rutten te gast (afl.5). Hij is wiskundige en filosoof en promoveert in september op kosmologische argumenten voor het theïsme waaraan hij zijn eigen argument toevoegt. Ik heb een sterk vermoeden dat we veel meer van hem en over hem zullen horen de komende jaren. Hij heeft ondertussen ook al een debat met atheïst Herman Philipse achter de rug.

Ook zijn enthousiasme voor de opkomende stroming uit Engeland en vooral uit de V.S. was extra kolen op het apologetisch vuurtje wat al was ontstaan na McGrath. Hij gaf aan dat de huidige generatie atheïsten hier nog geen goed weerwoord op hebben kunnen formuleren. Hierbij noemde hij de namen van Richard Swinburne, maar vooral ook de stroming die na Alvin Plantinga was opgekomen met als boegbeeld William Lane Craig (of Bill Craig, zoals Andries zei). Door de toepassing van “nieuwe” ontwikkelingen op het gebied van de (modale) logica ontstaan er nieuwe mogelijkheden om het christelijk geloof in plausibele sylogismen uit te drukken.

Ik werd daar enthousiast van en ik moet eerlijk bekennen dat ik dit mij wat overvalt. Ik had een 2 jaar terug in een gesprek met Reinier Sonneveld nog gezegd dat de argumenterende apologetiek in deze tijd niet veel indruk maakt, maar met het inzicht van nu, zie ik dat dit zomaar zou kunnen veranderen.

Zwak geloven en apologetiek
Maar hoe past de analytische wijsgerige apologetiek nu bij iemand zoals ik, werd er getwitterd. En dat lijkt me een terechte vraag. Ik heb mij ooit eens een jaar met veel plezier bezig gehouden met het boek Wijsgerige begripsanalyse van Vincent Brümmer. Dit boek heb ik erg gewaardeerd vanwege de helderheid die het mij aanreikt. Ook “Hoe is uw naam” van Gijsbert van de Brink e.a. heb ik ooit eens gelezen. Maar deze Utrechte School is wat op de achtergrond geraakt toen ik de filosofische hermeneutiek ontdekte. Die persoonlijke kant van de filosofie sprak mij toen erg aan. En nog steeds.

Dus… hoe valt de onpersoonlijke analytische apologetiek nu te rijmen met zwak geloven?

Later zal ik iets meer over mijn persoonlijke weg delen, maar eerst een korte verklaring. Die luidt dan: Omdat zwakgeloven voor mij is gekoppeld aan een persoonlijke meer subjectieve manier van kennen en overtuigen, speelt de persoonlijke ervaring een primaire rol. Dan kom je meer in het methodische vaarwater terecht van hermeneutiek en fenomenologie. Dit neemt niet weg dat ik in het contact met de werkelijkheid wil vasthouden aan de mogelijkheid van 1. een objectieve werkelijkheid (sein-im-welt) en 2. een gedeelde kennisverwerving (intersubjectiviteit). Dat wij in het bezit zijn van objectieve kennis lijkt mij hierin de stap teveel die ik niet kan maken. Kennen en zijn vallen niet samen, zei Kierkegaard al terecht. Dat ik zo verval tot relativisme lijkt mij geen noodzakelijke conclusie. Ik ben dus voor een menselijke manier van kennen en kennisvergaren die goed samen kan gaan met logische en meer analytische benadering omdat deze ook worden afgeleid vanuit onze gedeelde ervaring. Ook abstracte formules worden immers inductief afgeleid uit een methodisch beproefde ervaringen. Bij een veelheid aan (methodisch) bevestigende ervaringen zien we er dan een natuurwet in. Deze passen we vervolgens deductief toe. In veel situaties zal dit geldig zijn, maar er blijven altijd situaties mogelijk dat het niet geldig is. Zeker wanneer het om verklaringen van menselijk gedrag gaat is theoretische bescheidenheid op z’n plek. De psychiater Oliver Sacks vind ik hierin een meester. Deze kritische houding past gelukkig iedereen en lijkt mij ook enorm goed passen bij zwakgeloven.

Een andere – meer indirecte – uitleg van het samengaan van apologetiek en zwakgeloven heeft te maken met de hernieuwde kennismakening met de wortels van de christelijke traditie. Alvin Plantinga was als voorloper van deze stroming apologeten degene die riep dat de oude argumenten nog steeds geldig waren om de rationaliteit van het christelijk of theïstisch geloof aan te tonen. Hoe dit past in een meer persoonlijke visie leg ik uit in de volgende alinea.

Hermeneutiek als omvatttend perspectief

In het kader van een hermeneutiek waarin de ervaring ons in de cirkel van interpreteren, (het bredere) verstaan, conceptualiseren en werkelijkheidsbenaderen brengt, kan analytische filosofie nog steeds een verhelderende rol krijgen bij de manier waarop wij onze overtuigingen rationeel maken en/of gieten in redelijke schema’s. Dit kan ook helpen om samenhang (constistentie, coherentie) aan te brengen in onze geloofsovertuigingen en dit kan helpen om onze geloofsovertuigingen te communiceren en de delen met elkaar. Dan komen we op het terrein van de theologische dogmatiek. Het hoort bij mijn zwakgeloven dat deze redelijke formulering van geloofsovertuigingen geen fundament kan leggen waarop mijn zekerheid is gebouwd. Het is eerder een achteraf ordening van mijn existentiele geloofservaring/overtuiging.

Dit lijkt me ook meer het uitgangspunt van Emanuel Rutten en de meeste andere apologeten van deze tijd.

Geloof is en blijft voor mij een existentiële zaak van een diepere connectie in de relatie tussen een drieënig God en de mens. Zo is het in mijn leven begonnen. En deze connectie komt vanuit het niet verbaal te delen mysterie ook op het terrein van de gedeelde redelijkheid binnen een taalveld. En dan denk ik aan de bekende tekst uit 1 Petr. 3:15,16 die apologeten vaak in hun inleiding noemen:

Erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect.
(zie ook Alister McGrath in Handboek Apologetiek, p.13)

In deze tekst verwijst verantwoorden naar het Griekse apologia wat ook kan worden vertaald met verdedigen of verantwoorden.

Volgens Alister McGrath is dit een veelzijdige aangelegenheid waarbij we te maken hebben met de vier toegangsdeuren: 1. Uitleggen, 2. argumentatie, 3. verhalen en 4. beelden. En van deze veelzijdigheid wordt ik als nadenkende mediamaker dan weer erg enthousiast🙂

Voorbij het postmodernisme?

Het lijkt erop dat we de postmoderniteit weer wat meer te boven komen. Maar juist vanuit de postmoderniteit kunnen we wijze lessen trekken en onze creativiteit vergroten door ook verhalen en beelden bij onze geloofsverantwoording te betrekken. We lopen het risico om dit te missen als we te snel aan de postmoderniteit voorbij willen gaan. Het was al in de vorige eeuw dat filosoof Martin Heidegger aangaf dat de weg naar de waarheid vaak beter te nemen is via de kunst. Dat we in de aansluiting met onze tijdgenoten niet de redelijkheid en zelfs de rationaliteit van het christelijk geloof hoeven op te geven, meen ik te horen van de opkomende stroming apologeten. We zullen zien!

Zoals het een zwakgelovige betaamt zal ik in een volgende blog beginnen met mijn persoonlijke existentiële betrokkenheid bij apologetiek vanuit mijn eerdere kennismaking met het christelijk geloof.

De 6 radioprogramma’s zijn vanaf 21 juli elke zaterdag te beluisteren op radio 5 om 14:30 en daarna via de website van Andries Radio

De filmpjes zijn te bekijken op de website van ForumC

8 thoughts on “Nederland op achterstand in apologetiek?

  1. Juko schreef:

    Is ‘gezonde twijfel’ niet een noodzakelijkheid voor ‘ruimte latende liefde’ voor de andersdenkende. Wanneer je met een verhaal aankomt dat sluitend  is en vaststaat is er direct geen ruimte meer voor de ander om er in te groeien, te overdenken en , langs aarzelende stapjes misschien de ultieme overgave te bereiken waar hij of zij naar op zoek is.

  2. Natuurlijk geef ik je groot gelijk Juko! Vandaar dat ik het ook belangrijk vond om dit vrij aan het begin neer te zetten. Ik denk dat het te maken heeft met ethiek om in het kader van apologetiek dit altijd weer te noemen. Hoewel het vanzelfsprekend lijkt, merk ik dat dit vaak niet vanzelfsprekend is. Zeker niet als we te maken hebben gehad met geweld.

    Liefde geeft ruimte. En aangezien ik hier graag vanuit liefde al het andere wil benaderen, is je opmerking enorm op zn plek.

    Dank je!

    Woensdagavond?

    Bellen?

  3. Ach ja schreef:

    Ik betwijfel of er van de analytische traditie veel goeds te verwachten valt. In Nederland wordt apologetiek helaas doorgaans geassocieerd met de analytische traditie. Dat is begrijpelijk, want achter de dominante gestalte waarin het orthodox christelijke geloof vandaag de dag (ondanks de relativerende tijdsgeest) nog steeds verschijnt en deze filosofische stroming gaat eenzelfde soort waarheidsbegrip schuil (propositional truth). Zowel dominees als analytische filosofen hebben er daarom een handje van om de objectieve waarheid evenzeer te verheerlijken als de subjectiviteit te verketteren. Het resultaat daarvan is een scheiding tussen verstand en gevoel: de gelovige weet zich verstandelijk gedwongen (en acht die dwang ook deugdzaam) tot iets, waarmee hij innerlijk geen echte connectie heeft. Deze dwang kan zelfs zo ver gaan dat je van jezelf eist om dat wat je verstandelijk juist vind ook als zodanig te voelen en te beleven. Deze vervreemding wijst op een gereduceerd waarheidsbegrip. Waarheid in de volle betekenis van het woord heeft als eigenschap dat ‘de dingen op hun plaats vallen’. Een gereduceerd waarheidsbegrip doet de werkelijkheid daarentegen onrecht en leidt tot dwang, gekunsteldheid en manipulatie naar jezelf en anderen toe.
    Het lijkt mij zaak om een begrip van redelijkheid te ontwikkelen dat uitgaat van waarheid in de volle betekenis van het woord en afstand te doen van de geforceerde redelijkheid die het gevolg is van reductie. Dat levert een zoektocht naar waarheid op waarbij de persoon van de mens als geheel is geïnvolveerd (dus inclusief zowel gevoel/betekenisvolheid, wil/werkelijkheidsbetrokkenheid als verstand/redelijkheid). Even voor de duidelijkheid: dat komt niet neer op in jezelf opgesloten zitten, maar behelst juist een bewustzijn van je (tastbare) interconnectiviteit, het zo zuiver mogelijk bepalen van je houding daarin en zo nauwkeurig mogelijk verslag daarvan doen.
    Wanneer je dat subjectief noemt, dan is daarvan het gevaar dat je niet uit de oppositie objectiviteit versus subjectiviteit ontsnapt, maar heen en weer geslingerd blijft worden. Je kunt beter proberen aan deze oppositie voorbij te raken door de reductie van het waarheidsbegrip te herkennen en door te prikken.
    Wat mij opvalt in de analytische apologetiek is dat het weliswaar grossiert in ingenieuze redeneringen en vondsten, maar dat de zeggingskracht ervan gering is. Het is niet in staat om bewijzen te ontwikkelen van doorslaggevend belang. Het tegendeel voor mogelijk houden zou de capaciteiten van de denkende mens op dit vlak schromelijk overschatten. Daarnaast beschouw ik het gebruik van negatieve apologetiek als een truc om de directe eerlijke ontmoeting met de ander te omzeilen (wat mij betreft juist het hoogste en meest wenselijke waar je naar kunt streven) teneinde de aandacht te vestigen op zwaktes in de argumentatie van de opponent met als doel om het verdere debat voordelig daaromheen te laten kringelen. Stel dat ik een advocaat ben die een verdachte zou moeten verdedigen waarvan ik zeker wist dat hij het gedaan zou hebben, dan zou ik mijn pijlen overeenkomstig deze methode vooral richten op zwaktes in het requisitoir van de officier van justitie.
    Kortom, analytische apologetiek is vooral instrumenteel van aard. Ze is dienstmaagd of moet ik vrij naar Luther zeggen: hoer. De geschiedenis wijst uit dat regimes van allerlei ideologische snit hun eigen apologeten kenden. Hier levert ze steunberen voor de wankele muren van de kerk.
    Tot slot vraag ik me af of Allister Mc Grath zo’n uitzonderingspositie inneemt. Is zijn pleidooi niet eerder te begrijpen als dat van een vertegenwoordiger die zijn koopwaar moet zien te slijten en daarvoor een beter marketinginstrument voorstelt, dan de visie van een mens die werkelijk geïnteresseerd is in een eerlijke ontmoeting met een medemens van een andere levensbeschouwelijke kleur? Als ik met deze suggestie ongelijk heb, dan lijkt me dat dat (in ieder geval voor de dominante hoofdstroom uit de orthodoxie aanzienlijke) repercussies heeft voor zijn begrip van waarheid. In dat geval rijst de vraag waarom dat dan nog apologetiek ofwel geloofsverdediging moet heten. Hebben we het dan niet gewoon over geloofscommunicatie ofwel over getuigen?

    • Dank voor je reactie Ach Ja… Ik neem aan dat dit niet je echte naam is maar daar zal je zo je redenen voor hebben….

      Je houdt hier een boeiend verhaal waarin ik mij voor een groot gedeelte kan vinden. Je eerste alinea over een waarheidsbegrip waarbij de mens als geheel is geinvolveerd, zal je op diverse plaatsen op mijn blog kunnen tegenkomen. Dat noem ik ook de hermeneutische benadering. Ik kan je nu verwijzen naar mijn eerdere blogs, maar omdat ik zelf ook verder ontwikkel, geef ik je liever een antwoord wat up to date is🙂 De hermeneutiek kunnen we – zoals je misschien wel weet – laten beginnen bij Diltey en zijn interpretatiemethode. Daarna ontwikkelde de hermeneutiek zich via Gadammer tot een manier van leven. Hierbij haakte Gadammer aan bij de Heideggeriaanse reactie tegen het rationalisme. Het “in jezelf opgesloten zitten” is precies waar Heidegger op reageert, maar wat ook mensen als Stephen Toulmin het rationalisme van Descartes kwalijk nemen. Niet het kennen (wat de mens in zichzelf opsluit) is het primaat maar het “zijn” en specifiek het “dasein” waarin ik mijn “zijn” in verbondenheid met de wereld beleef (Sein im Welt). Kennis of waarheid is dan eerder verstaan van deze verbanden die er al zijn. Dit vind ik erg lijken op jouw benadering in je eerste alinea. Maar corrigeer mij gerust als ik het het mis heb. Ik trek ook graag deze hermeneutische lijn op een persoonlijke manier door, omdat deze benadering mij helpt op weg naar “waarachtigheid” in mijn omgang met mijzelf en met anderen. En ik merk dat dit prima past bij mijn bijbellezen.

      Het postmodernisme heeft deze reactie van Heidegger meegenomen en (samen met de deconstructie van Nietzsche) gebruikt bij hun oppositie tegen een cultuur die net door de mangel was gehaald van twee wereldoorlogen. Omdat ik de postmoderne kritiek voor een groot gedeelte kan volgen en grotendeels kan onderschrijven, hoop ik al langere tijd dat deze kritiek ook meer meegenomen wordt in christelijke kring. Daar valt veel van te leren en ik heb de indruk dat dit zuiverend kan werken op de beleving en de verwoording van het christelijk geloof. Het christelijk geloof heeft dit (vaak onbewuste) machtsvertoon namelijk helemaal niet nodig. In de eerste eeuwen van het ontstaan ten tijde van de vervolgde kerk is dit gebleken. En om niet eurocentrisch te zijn, het blijkt nog steeds bij de vervolgde kerk op dit moment in andere landen. Niks heersend verhaal, maar een liefdevolle toepassing en een blijmoedige troost in het lijden. Zo klinken veel getuigenissen van vroeger en nu.

      Dus de postmoderniteit is enerzijds nuttig en leerzaam bij de contextualisatie van de christelijke boodschap, maar alleen dit zou het tot een communicatie-truukje maken. Daarom zie ik ook een inhoudelijke doorwerking van de postmoderniteit. Niet om het christelijk geloof te veranderen, maar om weer aan te haken bij belangrijke ingrediënten uit de brede- en lange christelijke traditie. McGrath noemt dit proces ook als hij het heeft over “het hele evangelie” (p.38). En het “getuigen” – wat jij ook noemt – lijkt mij zo’n belangrijk ingrediënt. De theoloog Karl Barth was volgens mij ook iemand die dit “getuigen” weer in ere herstelde.

      Ik merk aan je beeldvorming en je woordgebruik dat je sterk in termen denkt van macht en onmacht. En dat is precies de gevoeligheid waar we sinds de postmoderniteit in leven. En het zou goed zijn wanneer “de kerk” hierin begrip toont, meeleeft en voor een uitweg zorgt. Ik denk dat er in de rijke traditie bronnen zijn aan te boren die ons vandaag de dag kunnen inspireren om te reageren op een generatie die gevoelig is voor geweld en onderdrukking. Aangezien de kern van de christelijke boodschap altijd naastenliefde is geweest. lijkt mij dit toch geen rare gedachte. Voor mij is dit de weg geworden waardoor ik weer met het christelijk geloof kan leven. En ik hoop dat ik hiermee mensen kan besmetten😉

      Je beeldvorming van de analytische school lijkt mij passen bij een eerdere fase van de analytische school. De analytische school en de godsargumenten kennen inmiddels ook diverse metamorfosen vanwege de bovengenoemde invloed. De laatste stroming lijkt zich goed bewust van de beperking van rationaliteit en redelijkheid. Degene die ik heb gelezen en gesproken, spreken niet meer van bewijzen. Ze “verzwakken” dit zowaar! Ik merk een enorme bescheidenheid in hun presentatie. Er wordt niet meer gesproken van bewijzen, maar argumenten. Deze woordkeus is geen truukje, want het gaat gepaard met een andere houding en het besef van de grenzen van de rationaliteit. Rationaliteit en de logica wordt door deze mensen niet gebruikt om mensen te overtuigen, maar wordt hooguit nog gezien als tegenwerping bij de aanklacht dat het christelijk geloof irrationeel is. Dus hun bezigheid valt of staat met het toenemen en afnemen van deze aanklacht. Zij willen “alleen maar” laten zien dat het christelijk geloof goede argumenten heeft en logisch gezien aannemelijker “is” dan atheïsme. En frontman William Lane Craig hanteert – voor zover ik weet – ook de subjectieve formulering, dat het “voor hem” aannemelijker/plausibeler is. Volgens McGrath was dit ook de context van Anselmus’ godsbewijzen. Niet om mensen te overtuigen, maar om het verhaal een redelijke samenhang te geven. McGrath werkt dit ook nog uit in zijn boek.

      Dat ik McGrath hierin toch bijzonder vind, kan ik goed te verduidelijken. Stond hij in zijn vorige boek voor mij nog op de drempel van het postmodernisme, nu laat hij zien dat hij goed op de hoogte is en zelfs ook veel heil ziet in de postmoderne kritiek op de onderdrukkende rede. In zijn handboek haakt hij aan bij mensen als Alisdair McIntire etc. die het tijdperk van de rede toch grondig onder kritiek hebben geplaatst. Het – wat jij noemt – “gereduceerde waarheidsbegrip” dat uitgaat van zekere proposities is niet meer te verdedigen en McGrath onderschrijft dit. En zo komen we inderdaad in getuigend vaarwater🙂 Ook bij McGrath is dit meer dan een verkooptruukje als hij een houding van bescheidenheid laat zien met inachtneming van grenzen van de apologetiek.

      Met je laatste suggestie maai je mij al heel wat gras voor mijn voeten weg. Je voorstel om over geloofscommunicatie te spreken is precies waar ik met mijn bijdrage naar toe wil. De komende blogs zullen dit nog meer uitleggen. McGrath schrijft een mooi boek, maar het had nog mooier kunnen zijn wanneer ook de communicatie-zijde van het geloof was versterkt met wat communicatietheorie. Nu heb ik je ook alvast mijn kritiek gegeven, naast alle lof🙂

      Maar wat is goede communicatie als het geloof op zichzelf niet werkt. Het zal toch moeten blijken te werken in de praktijk? Of in jouw metafoor van de verkoper: wat zijn goede verkooptechnieken als het product niet werkt? Je kunt het misschien wel verkopen, maar als het product niet werkt, wordt het weer teruggebracht. Daarom zie ik mogelijkheden voor een ondersteunende relatie tussen geloofscommunicatie en andere terreinen van de theologie en liefst ook de filosofie.

      Maar dat er hiermee ook uitdagingen ontstaan voor de theologie, lijkt mij een duidelijke zaak.

      Een lang antwoord en hopelijk ook aansluitend bij jouw reactie. Anders laat je het mij maar weten. Nogmaals dank voor je reactie en leuk om te merken dat je het punt van geloofscommunicatie al helemaal aanvoelt. Ik heb de indruk dat we hierin weer kunnen leren van katholieke geloofsgenoten.
      http://www.opusdei.nl/art.php?p=47627 Maar nu haal ik mij vast weer een reactie van trouwe bezoeker Anthony op de hals😉

      AJ ik zag nog meer reacties van je dus daar zal ik later ook nog op reageren.

      Het ga je goed!

  4. Achmed J schreef:

    Leuk dat je zo uitgebreid reageert. Dan mag ik ook, zou ik zo zeggen.

    Het klopt dat ik mij geïnspireerd weet door de hermeneutische traditie en de postmoderne kritiek op de machtsaanspraken van de rede (de namen die je noemt zijn mij niet onbekend). Ook ik zie daar potentie in voor de christelijke traditie van vandaag. Vandaar dat ik je blog interessant vind.

    Naar mijn mening duidt de bescheidenheid die je binnen de analytische traditie signaleert allerminst op opgave van het idee van propositional truth (waarvan ik met jou van mening ben dat het achterhaald is), maar veeleer op een meer strategische (lees: zuiniger en voordeliger) omgang ermee die als vanzelf voortvloeit uit de zorgvuldige toepassing van deze methode.
    Wie poneert moet immers bewijzen. Dat maakt kwetsbaar voor weerlegging. Het doel van de genoemde methode is nu juist om deze kwetsbaarheid te vermijden ten faveure van de productie van zo zeker mogelijke kennis. Ziedaar de noodzaak van het voeren van een goede strategie.
    Een resultaat daarvan is dat men terughoudend is om te spreken van ‘bewijs’ en het heeft over ‘een argument’. Op de vierkante millimeter is filosoferen natuurlijk veiliger. Vergis je echter niet: hier wordt wel een objectief logisch dwingend argument bedoeld. Een ander resultaat daarvan is dat men zich via de methode van de negatieve apologetiek richt op de claims van anderen (bijvoorbeeld de claim dat het christelijke geloof irrationeel is) om die onderuit te halen. Slopen is immers makkelijker dan bouwen. Tot slot mag Craig dan stellen dat voor hem persoonlijk het christendom aannemelijker is dan het atheïsme, daarmee doet hij geen claim op basis van de analytische methode, maar geeft hij slechts zijn persoonlijke mening. Dat wel doen zou immers erg onprofessioneel zijn, aangezien het christelijk geloof een uitermate complex geheel van stellingen omvat met aanzienlijke risico’s voor het sluitend krijgen van de bewijsvoering tot gevolg.
    De bescheiden opstelling lijkt misschien tegemoet te komen aan jouw hermeneutische uitgangspunt van zwak geloven, maar verschilt daar mijns inziens principieel van. Volgens de analytische methode staat waarheid voor de onpersoonlijke objectief te kennen essentie of weerspiegeling van de werkelijkheid; volgens de hermeneutische traditie ‘gebeurt’ waarheid in de relatie tussen interpreet en werkelijkheid (de totstandkoming van de hermeneutische cirkel).

    De aantijging dat het geloof irrationeel is, kan mijns inziens beter (of sterker: vrijwel alleen) gepareerd worden door het geloof binnen een hermeneutisch perspectief ter sprake te brengen.
    Mijn inschatting is dat de ergernis die mensen ertoe aanzet om zich op deze manier tegen het geloof te keren dan vanzelf verdwijnt (wat natuurlijk iets anders is dan dat ze gelovig worden). Deze weerstand beschouw ik namelijk vooral als gekant tegen de machtsaanspraak die besloten ligt in het verkeerde waarheidsbegrip dat door de orthodox christelijke kerk in haar meest voorkomende gestalte maar al te vaak wordt gehanteerd (en naar mijn mening zonder meer sektarisch is). Deze ergernis op negatief apologetische wijze willen pareren met logisch dwingende argumenten komt in de praktijk neer op het opvoeren van een argumentatief schijngevecht dat de werkelijke ontmoeting met de criticus blokkeert in plaats van mogelijk maakt. Een sofisticated intellectueel rookgordijn om de tegenstander in te laten verdwalen. Manipulatie dus. Eeuwig zonde!

    The God-debate is eenzelfde lot beschoren. Het is een even lachwekkend als ergerlijk non-debat. De vraag of God bestaat is alleen al een vraag die het menselijke kenbereik verre overstijgt, laat staan dat er een antwoord op kan worden gevonden dat logisch dwingend is. Een betere vraag is welke vruchtbare betekenis het begrip God mogelijk zou kunnen hebben (dan wordt God uiteraard gethematiseerd vanuit de hermeneutische traditie).
    We arriveren hier bij het kernprobleem van de analytische methode. Het is common sense om wetenschap te associëren met zekere kennis. Exacte methoden hebben daarom vandaag de dag een magische, om niet te zeggen hypnotiserende aantrekkingskracht. Ze lijken zekere en daarom blind toepasbare kennis op te leveren. De vraag daarbij is echter of deze kennis nog langer in alle gevallen even betekenisvol is.
    De wetenschap bestrijkt tal van ongelijksoortige gebieden die alleen maar recht kunnen worden gedaan wanneer wordt gestreefd naar de mate van exactheid die past bij de aard van het onderwerp.
    De analytische methode mist gevoel hiervoor. Veel onderwerpen die de analytische methode aanvat, lenen zich niet voor haar aanpak. Daarom doen de resultaten hoewel vaak buitengewoon ingenieus tegelijkertijd manipulatief, betekenisarm en artificieel aan. Net als binnen de huidige hoofdstroom van de orthodoxe traditie bon ton is, stelt de analytische methode zekerheid onterecht boven waarheid. Het is, grof gezegd, filosofie voor savanten.

    Goed, het is duidelijk, ik heb werkelijk helemaal niets met de analytische filosofie. Het enige wat mij kan bekoren aan de Angelsaksische traditie (althans van wat ik ervan weet), is het pragmatisme, in het bijzonder zoals Rorty (die de analytische traditie waarin hij excelleerde op een gegeven moment meesterlijk pootje lichtte in The Mirror of Nature) het weet te formuleren. Rorty toegepast op de christelijke traditie, daar zou ik nou eens benieuwd naar zijn (veel zal het Vattimo niet ontlopen, maar toch)!

    Het geloof ter sprake brengen vanuit de hermeneutische traditie leidt ertoe dat de christelijke traditie wordt bezien als een verhaal. Dit verhaal is er noodzakelijk een te midden van de andere verhalen die binnen de cultuur leven. De tijd van exclusiviteit is echt voorbij. Universaliteit kan alleen bestaan bij de gratie van vanzelfsprekendheid. In ons huidige mediatijdperk worden we echter geconfronteerd met een veelheid aan elkaar beconcurrerende verhalen. In een dergelijk klimaat gedijen universele claims uiteraard niet.
    Waarheid kan vandaag de dag echter worden gevonden in de organiserende werking die een vertoog uitoefent op de ervaring van de eigen werkelijkheid: in hoeverre bevrijdt het, voel je je erbij thuis, valt alles op z’n plek, doet het recht aan de dingen? Voor de interpretatie en organiserende werking van het vertoog is de verhouding tot de andere invloedrijke vertogen van belang (intertextualiteit). Voor de interpretatie van het eerste hoofdstuk van Genesis vandaag de dag maakt het bijvoorbeeld uit dat de evolutietheorie populair is in de wetenschap (zo heeft Knevel niet lang geleden gelukkig ontdekt). Ons zelfbegrip wordt bepaald door de wijze waarop de krachtigste en invloedrijkste verhalen zich onderling tot elkaar verhouden. Betekenisvol getuigen vergt daarom dat je feeling hebt met dit krachtenveld evenals met de (innerlijke) kracht en plek van het eigen geloof daarin. Dat maakt mijns inziens tevens inzichtelijk waarom de christelijke traditie binnen elke tijd een passende gestalte heeft aan te nemen.
    Bovendien kan je de ervaring die je wilt delen, naar mijn overtuiging, alleen maar werkelijk delen met mensen in zoverre ze er oprecht open voor staan. De ander zichzelf laten zijn, lijkt me belangrijk. De vonk springt niet over doordat je logisch overtuigend weet te redeneren, maar doordat de ander geraakt wordt, zichzelf in je persoonlijke verhaal herkent. Dat heeft dus niet zoveel met maakbaarheid van doen. Maar dat zul je met me eens zijn.

  5. Inspirerende blog. Leuk te zien hoe je ‘verantwoording aflegt’ over een mogelijk lichte koerswijziging. Of gaat dat je al te ver? Ik heb je op mijn nieuwe pagina Apologetiek overigens geciteerd. Was ik maar zo knap als jij.🙂
    Ik kwam vandaag toevallig nog een andere inleiding tegen: Apologetics for the Twenty-first Century, van Louis Markos. Deze leunt sterk op C.S. Lewis, maar dan in een nieuw jasje. Dat kan natuurlijk hobbyisme van hem zijn. (?) Ik heb in ieder geval begrepen dat jullie het over een andere boeg (willen) gooien, maar als gezegd, ik kwam het zomaar tegen en noem het daarom toch maar even.
    Schiet me nog iets te binnen. Mocht iemand met mij willen samenwerken om http://www.apologia.nl uit het slop te halen, dan hoor ik dat graag. Ook als iemand ‘jaagt’ op de domeinnaam, kan hij bij mij terecht.
    Ik wens jullie veel succes met de radioprogramma’s.

  6. Hey Paul,
    Een koerswijziging is inderdaad nogal veel gezegd. Het is wel een verandering in aandacht of misschien wel houding. Ongeveer 10 jaar terug ben ik methodisch via de analytische benadering terecht gekomen bij de hermeneutische benadering. En vond deze benadering beter passen bij een existentiele levenhouding. En dat vind ik nog steeds. Door het interview met McGrath merkte ik een positieve ontwikkeling op in de apologetiek doordat ook hij een bredere benadering voorstelde. Door gesprekken met o.a. Emanuel Rutten heb ik de indruk gekregen dat er ontwikkeling is binnen de analytische school die niet alleen interessant zijn, maar ook nog een waardevol. De analytische benadering is beperkter omdat het is gericht op redelijkheid en zich orienteerd op logica. De hermeneutische benadering gaat daarnaast ook in op de ervaringsgerichte kant en de (existentiele en culturele) contextualiteit van onze kennis. Dit brengt mij verder, maar een serieuze kennisname van de analytische ontwikkelingen lijkt me hierin zeer nuttig. Vanuit een zwak perspectief (…) valt er best wat te relativeren vanuit een meer relationele kijk, maar heeft dit zeker niet afgedaan. Ik onderzoek verder wat de waarde is in communicatief opzicht en probeer verbanden te zoeken en misschien wel te leggen.

    Onze radioserie is nu opgenomen en komende zaterdag zal Emanuel Rutten aan de beurt zijn. In de reeks wetenschappers neemt hij een bijzondere plek in omdat hij het over de godsargumenten heeft. Na ons interview voor de camera met McGrath was dit voor mij een extra boost om tot enige verfrissing van mijn kennis hierover te komen. Vandaar.

    Ik hoop dat je mensen vindt om je apolgia-blog weer nieuw leven in te blazen. Gezien de ontwikkelingen moet dit toch mogelijk zijn.

    vriendelijke groet!

    • Hoi Ronald,
      Bedankt voor je vriendelijke uitleg. De radioprogramma’s heb ik helaas nog niet beluisterd. Op zeker moment zal dat er van komen. Wil ik ook, maar mijn vrije dagen zijn soms erg versnipperd. Zo heb ik vandaag in de hitte verder zitten sleutelen aan mijn apologetiek pagina op Spoorzoeken. Die is nu wel zo’n beetje af denk ik. Kijk er nog eens naar, als je wilt, het e.e.a. geeft nu een beter beeld van wat ik wilde zeggen. Ik publiceer vaak te snel. Have a nice week and so long, Paul

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s