Zwakgeloven – een nieuwe invulling?

Mijn zwakgeloven-blog ben ik jaren geleden begonnen als een plek waarop ik hardop wil denken en waar voor mezelf mijn gedachten wat kon ordenen en ook de ontwikkeling daarin terug kon zien. Geen dagboek maar een blog, zodat ik het kon delen met iedereen die belangstelling had. Natuurlijk was er een risico dat sommigen mij ergens op zouden vastpinnen, of zich zouden storen aan mijn vaagheid en breedsprakigheid. Maar dat risico heb ik genomen. Meer had ik niet voor ogen met mijn blog en nog steeds is dit mijn belangrijkste drive.

Nu heb ik een tijd geen bijdrage geleverd omdat er grote veranderingen waren op het terrein van werk en studie. Dat betekende voor mij dat ik mezelf in vele opzichten weer opnieuw moest uitvinden en de rode draad moest ontdekken, in de discontinuïteit van de veranderingen de continuïteit in mijzelf en mijn spiritualiteit. En dat was best onzeker en intensief. Daarbij kwam er tijdens mijn studie zoveel nieuwe input op mij af en moest ik zoveel korte-termijn-productie leveren, dat ik niet aan rustige ‘trage’ reflectie toekwam. Maar ik beweeg me langzaam en zeker weer naar deze trage reflectie en hoop weer te kunnen bijdragen aan mijn blog.

Het begrip ‘zwak geloven’ sprak mij ooit aan omdat ik – al lezende bij Gianni Vattimo – hierin iets vond wat mijn geloof goed typeerde. Opgegroeid en gevormd in postmoderne sferen en mij afzettend tegen een geloofsverhaal wat ik om mij heen hoorde en waar ik niet mee uit de voeten kon, kwam ik – na een spirituele ervaring – tot een groeiende overtuiging van een nieuw soort geloof. Van binnenuit kreeg ik geloofsvertrouwen en kon ik dit als noodzakelijke verrijking ontvangen. Ik herkende in Jezus Christus dat wat ik had ervaren, waardoor er ook herkenning was in de Bijbel die tot die tijd een gesloten boek was gebleven. Omdat alles verbazend goed aansloot bij mijn ervaring en mijn intuïtie, werd Jezus daardoor een verlichtende realiteit voor mij en was zijn opstanding voor mij vanzelfsprekend in mijn ervaring. Hiervoor kiezen en hiervoor gaan was voor de hand liggend. Maar er zaten ook rafelranden en confrontaties aan vast. De wereld die vanuit een gelovig perspectief leerde zien was niet zonder gevaar gebleken en veel kerkelijke dingen en -gedoe bleven ver van me af staan. Het christendom was voor mij toch een complex en risicovol vehikel waarbij ik mezelf toch een randgeval bleef voelen. Ook al kon ik er nog zo mee/in bezig zijn.

Dat was ook mijn ervaring tijdens mijn studie aan wat christelijke hogescholen. Dit weerhield mij er ook langere tijd van om confessionele theologie te studeren.

HuisTotdat ik iets las bij Nicholas Wolterstorff, waardoor ik besefte dat ik vanuit een postmodern levensgevoel een eigen weg moest zoeken om met geloven om te gaan. Geen (objectieve) zekerheid zoeken in dichtgetimmerde bouwwerken, maar aansluiten bij (subjectief) vertrouwen en persoonlijke overtuiging die ik kwetsbaar met anderen kan delen. Zo was het ook bij mij begonnen. (Geloofs)Kennis is geen gebouw wat nog moet worden gebouwd op stevige geloofsfundamenten, maar het gebouw waar we al in wonen. God incarneerde in een kwetsbaar menselijk lichaam. En daarmee kon geloven dicht bij mezelf beginnen en voor mij weer een menselijk gezicht krijgen. En als ik zo terugkijk, zie ik dat mijn blog zo is begonnen.

Ik laat mijn andere inspiratoren en ervaringen maar even buiten beschouwing en richt me op de vraag waar ik sta, nu ik mezelf opnieuw uitvind. Waar sta ik, nu ik nieuwe woorden vind en (zwakke) theoretische kaders ontwikkel om te reflecteren op de weerbarstige praktijk die ik op mij in laat werken en waarin ik geëngageerd participeer.

Geloof ik nog steeds in dit project van zwakgeloven of moet ik een nieuwe blog beginnen met een andere naam?

1.
Dit heb ik lange tijd overwogen, omdat er veel ontwikkeling in mijn doen en denken is geweest en ik ook door studie, ervaring en reacties van lezers tot nieuwe gedachten ben gekomen. Ook lees ik eerdere bijdrage niet altijd met trots en genoegen. zodat de verleiding tot verbeteren groot is. Maar omdat mijn blog juist is bedoeld om deze ontwikkeling in beeld te brengen, lijkt het me toch passend om trouw te blijven aan mijn blog. Dat is de eerste reden.

2.
Belangrijker is, dat ik nog steeds veel affiniteit heb met de term zwakgeloven. Het past nog steeds bij hoe ik wil/kan geloven. Het blijft tegelijk ook een opgave waarin ik enorm tekort schiet en ik mijn zwakheid ook hierin tegenkom. Maar ik wil beginnen bij kwetsbaarheid en zwakte om ontvankelijk te worden voor de weg van geloofsvertrouwen. Niet op mijzelf, maar delend en lerend met anderen onderweg zijn.

3.
De derde aanleiding om mijn blog aan te houden is dat ik ook de indruk heb dat zwakgeloven iets is wat in onze tijd nog steeds een levensvatbare manier is om met veel vragen om te gaan. In het huidige debat over geloof in de samenleving zie ik mogelijkheden voor inbreng vanuit een zwakgelovig perspectief. Niet forcerend, maar met de (naasten-)liefde voorop als vrije keuze vanuit persoonlijke overtuiging die we kunnen delen in daden en woorden. Dat maakt zwakgeloven bijna tot een blijde boodschap.

Is zwakgeloven dan geen pleonasme?

Ja volgens mij wel, maar net zoals de term missionair discipelschap of missionaire kerk of levend geloof of geleefde religiositeit, slaat het een manier van geloven dat door de tijd heen minder vanzelfsprekend lijkt geworden en wat in onze tijd om die reden nieuwe persoonlijke invulling vraagt.

Deze nieuwe invulling wil ik in mijn komende blogs verder verkennen, waarbij ik hoop dat ik duidelijker korter en bondiger kan worden dan voorheen. Een uitdaging die mij er nu toe brengt om het voorlopig hierbij te laten.

3 thoughts on “Zwakgeloven – een nieuwe invulling?

  1. Hoi Ronald. Het leven raast langs. Lichaam, leren, liefde en leed… de bladzjiden van de tijd lijken door de wind erg snel om te slaan. Ik hoop dat je in deze luchtstromen jezelf kan blijven. En kort en bondig kan worden🙂 om weer eens wat gedachten op het scherm te sublimeren… Kortom, Ik las en lees je graag! Hartelijke groet,
    Rob

  2. Beste Ronald. Voel veel affiniteit met wat je schrijft. Ben zelf meer een “zwakongelovige”, maar misschien zit dat wel niet zo ver van elkaar af. Jouw missie/evangelisatie ervaring had ik zo kunnen schrijven!! Probeer het a.j.b. maar ”zwak” te houden. Je statement dat “God zich in de mens incarneerde” komt bijvoorbeeld wel weer heel stellig en feitelijk over. Durf je ook te kijken naar de onhoudbaarheid van het orthodox/evangelische geloof en het primitieve karakter van de bijbel, naast de overigens prachtige verhalen en liederen en gebeden die er in voorkomen, waaruit je wellicht nog iets zwakgelovigs zou kunnen halen.

    http://www.kinderen-van-god.nl

  3. Dank voor je reactie Wietze. Sorry voor mijn late reactie. Mijn blog is wat slapend met telkens wel goede voornemens om de draad weer op te pakken. Maar het valt nog niet mee om dit te doen.

    Mooi om te lezen dat je veel affiniteit ervaart met wat ik schrijf. ‘Zwak geloven’ betekent voor mij een zoektocht en is voor mij ook altijd weer een spiegelend ‘concept’, juist omdat ik soms helemaal niet zwak gelovig ben. Dit is altijd iets paradoxaals. Misschien herken je dit, misschien ook niet.

    Mijn uitspraak dat God zich in de mens incarneerde, is hier misschien stellig geformuleerd, maar is voor mij persoonlijk een overtuiging die de oorsprong heeft in mijn ervaring. ‘De kerk’ heeft het als een centraal artikel in het ‘repertoire’ opgenomen, maar die heeft bestaansrecht omdat dit uit de getuigenissen van de eerste volgelingen en daarna zo is geformuleerd. En daar mag je van mij best achterdochtig in zijn… als je hier goede argumenten voor hebt😉

    Bij mij is deze overtuiging niet vanuit de kerkelijke formulering overgenomen, want kerkelijke formuleringen kunnen mij niet zonder meer overtuigen. Deze overtuiging is vanuit ervaring zo gegroeid. En daarop mag je mij natuurlijk altijd bevragen. Maar als ik een duidelijke ervaring heb waarin ik wordt aangesproken door iemand waarin ik Jezus Christus herken, kunnen we dit kritisch beoordelen als een inbeelding (psychose etc.) of als een werkelijkheid op dat moment. Daar heb ik lang mee geworsteld. Ik was bekend met dromen, trips en datgene wat we psychose zouden kunnen noemen, maar dit was voor mij anders en raakte mij nog dieper dan welke ervaring dan ook. Dat is heel raar om mee te maken en heeft mij ook langere tijd uit balans gebracht. Ik had immers het geloof afgezworen en vond de agnostische kijk het meest eerlijk tot dat moment.

    Ik zal je veel van mijn onderzoek besparen, maar die liep via psychologie en filosofie omdat ik duidelijkheid wilde over mijn ervaring. In die tijd was Freuds populariteit aan het afnemen, maar zijn theorie over religie als projectie (Feuerbach) was nog vrij populair. Er waren inmiddels ook andere verklaringen en die heb ik zoveel mogelijk bekeken met het doel om er iets in te herkennen als verklaring. ‘De gelovige geest’ van Michiel van Elk was hierin het meest recente boek. Hij beweegt daarin genuanceerd mee op een herziene versie van projectie in de theorie van het aanwezigheidsdetectie mechanisme, maar stelt dat de psychologie uiteindelijk alleen iets over de mens kan zeggen en niet over een daadwerkelijk bestaan van zoiets als God.

    Zo bleef mijn ervaring en de overtuiging van God en Jezus overeind. Dit ging samen met een verandering in mijn beleving waardoor er een soort deur openging naar een ruimere werkelijkheid, anders dan ik deze had beleeft via geestverruimende middelen. Toen ik de bijbel las kwam dit binnen op een manier die ik daarvoor ook nooit had meegemaakt. Het was alsof het tot me sprak en iets in mij veranderde. Vaak stelde het me gerust en gaf het me een vredig gevoel, soms confronteerde het mij en raakte ik overtuigd van de werkelijkheid waarmee het mij confronteerde. Dit heb ik niet aan de lopende band, maar deze ervaringen geven mij wel de indruk dat ik rekening moet houden met deze werkelijkheid.

    Daarmee ben ik natuurlijk nog niet gelijk een overtuigd christen en voel ik mij thuis bij christelijke mensen in een christelijke kerk. Dat is best een zoektocht en ook een spannend avontuur met momenten van aantrekkingskracht en afstotende confrontaties. Maar dat is een andere verhaal.

    Als ik zeg dat God zich in de mens incarneerde, is dat een uitspraak die voortkomt uit deze ervaringen. Als ik de nabijheid van Jezus in mijn leven op die manier ervaar en ik de overtuiging groeit dat dit echt is, dan krijgt de persoon van Jezus Christus voor mij een betekenis die verder gaat dan een mens van vlees en bloed. En zo kom ik tot de uitspraak dat God incarneerde in de mens. In het contact met Jezus en wat ik over hem lees kan ik er zelf nu nog moeilijk omheen dat hij God is. Hij kan nog een dwaas zijn die zich van alles aanmatigt, maar hij kan toch moeilijk een inspirerend persoon zijn en een heilige, die daarnaast allerlei leugens vertelt over zijn afkomst en claimt dat Hij macht heeft over hemel en aarde. Als we de getuigenissen mogen geloven. Als we deze getuigenissen niet geloven, dan zijn zijn volgelingen weer leugenaars en fantasten die een voorbeeldig leven leefden en voor deze fantasie hun leven hebben gegeven. En zo gaat het verhaal door. Ergens moet ik een keuze maken of in een apathische agnostische houding blijven hangen. Maar daarvoor waren deze ervaringen te opdringerig. Het maakte me ook verantwoordelijk om te reageren en positie te kiezen en voelde ik het appel van mensen uit mijn omgeving om naastenliefde vorm te geven. Door God geliefd om liefde in mijn leven de liefde te laten zien en vorm te geven in mijn omgang met anderen. Dat is een weg die ik nog steeds met veel overtuiging kan bewandelen.

    Zo heb je mijn context bij de uitspraak God incarneerde in de mens. En daar mag je natuurlijk altijd kritisch op zijn en er het jouwe van vinden. Als je er maar op reageert met openheid en zoekt naar wat jezelf kunt verantwoorden en waar je kunt staan. Hierin wens ik je succes Wietze.

    Wat je zegt over het primitieve karakter van de bijbel en de onhoudbaarheid van het orthodoxe/evangelische geloof roept bij mij ook vragen op naar de stevigheid van deze uitspraken. Primitief is inmiddels een term die in de antropologie wordt vermeden omdat er een sterk waardeoordeel in zit. Het suggereert ook een achterliggend paradigma van de vooruitgang die in deze tijd niet meer zo vanzelfsprekend is en verantwoording nodig heeft. En sinds Wittgenstein houden we ook rekening met het bestaan van diverse taalspelen waar het gelovige taalspel en het bijbelse taalspel een eigen geldigheid kan hebben. Dus met termen als ‘onhoudbaar’ en ‘primitief’ suggereer je veel en misschien wel te veel dan je kunt verantwoorden. Maar ik ben benieuwd.

    Dank voor je reactie en tot later weer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s